vrijdag 13 april 2018

Hou me vast of ik bega een ongeluk


“Hou me vast of ik bega een ongeluk” is een uitdrukking die mensen gebruiken als ze heel boos zijn, maar vinden dat ze zich niet moeten laten meeslepen door die woede omdat ze anders verkeerde dingen doen. Daarom moeten we iets doen in Hongarije. Niet omdat Orbán een hek bouwde aan de grens omdat het “volk” dat graag wilde, niet omdat hij boos is op George Soros en niet omdat hij ageert tegen vluchtelingenquota. Dat is allemaal vervelend, maar belangrijker is dat we moeten zorgen dat hij vastgehouden wordt voor hij een ongeluk begaat.

Ongelukken gebeuren maar al te gemakkelijk
‘Hou me vast of ik bega een ongeluk’. Het gebeurt in de democratie ook. Bij de heerschappij van het volk moet je ervoor zorgen dat blinde woede (of blinde liefde) het beeld verstoort en je geen domme dingen doet. Het beroemdste moment is misschien dat van Socrates die er niet voor terug deinsde de opvattingen van de elite tot de grond toe af te breken door kritisch door te vragen en terug te gaan naar de uitgangspunten die mensen hebben en te kijken of die consequent werden toegepast. Hij had daarmee veel ergernis opgeroepen en werd na een proces veroordeeld tot de gifbeker, die hij geheel leegdronk. Had iemand de jury maar tegengehouden voor ze een ongeluk begingen.

Niet het populisme ...
In de reacties op Victor Orbán lees ik steeds dat het een populist is, daarmee suggererend dat iemand die luistert naar de stem van het volk per definitie fout is. Toch is dat niet waarom er iets mis is met de democratie in Hongarije (of in Polen). Orbán mag best een muur bouwen aan de grens van Hongarije om vluchtelingen tegen te houden, ook al leidt dat tot akelige situaties aan de grens. Je kunt die situaties vervelend vinden, zelfs onmenselijk, maar je moet niet vergeten dat we in Europa de binnengrenzen geslecht hebben op voorwaarde dat de buitengrenzen goed beveiligd en gedicht zouden worden. Rond de Spaanse enclave in Marokko staan ook hekken.

... maar macht zonder tegenmacht
Wanneer we hier over democratie praten zouden we eigenlijk moeten spreken over democratisch stelsel. Vroeger zouden we het ook geen democratie hebben genoemd omdat dat woord op zich al een populistische term was. Waar men naar streefde is naar een stelsel met verantwoordelijke vertegenwoordigers en tegenmachten. Het democratische stelsel mag je dan ook vertalen als “Hou me vast of ik bega een ongeluk”. Elke vorm van macht kan gemakkelijk leiden tot misbruik van macht. We denken allemaal al snel dat we dingen beter weten dan anderen. Mensen aan de top worden al snel omringd door mensen die de macht gelijk geven.

Hou me vast of ik bega een ongeluk
Daarom is het principe van scheiding van machten zo belangrijk. Verlichtingsdenkers als Montesquieu dachten dit uit (het was geïnspireerd op de Nederlandse republiek in de tijd van de Gouden Eeuw). Je kunt het ingewikkeld zeggen met beroep op persvrijheid en onafhankelijke rechters, met wetgevende macht en uitvoerende macht, met controle en “speaking truth to power”. Maar wat we willen is heel simpel. In elk Europees land moet het principe “hou me vast of ik bega een ongeluk” gewaarborgd zijn. In de Sovjet Unie, in Nazi-Duitsland, in China onder Mao: daar zijn de voorbeelden te vinden wat er gebeurt als er geen tegenmacht is. Goede verantwoording, transparantie, nakomen van individuele rechten: allemaal gaat het om het zorgen voor tegenmacht.

By the way: zorgen we ook dat in wijken, buurten en dorpen, in onze achtertuin, steeds de tegenmacht georganiseerd is? In ons allen schuilt een Victor Orbán (of een liefhebber van Victor Orbán). We hebben allemaal zelf ook op bepaalde momenten tegenmacht nodig. 

zaterdag 24 maart 2018

Gemeentepolitiek: drie strategieën rond publieke zaken

In diverse plaatsen worden bestuurders afgestraft voor grote projecten die pas op lange termijn een succes (kunnen) blijken (of een grote mislukking). Mensen stemmen vaker op een lokale partij die niets van grote projecten moet hebben. Stemmen op een lokale partij gaat meestal over concrete ergernissen in het nu, waar mensen nu last van hebben. Hoezeer ook een verrijking voor de democratie: het kan ten koste gaan van publieke zaken. Terwijl de gemeenteraadsverkiezingen dáár juist over gaan: wat doen we met publieke, collectieve, opgaven?  

De lokalen hebben opnieuw gewonnen, de traditionele partijen verloren. Als je wat dieper kijkt zie je dat lokale partijen soms ideeën doorbreken die gemeengoed zijn geworden bij de traditionele partijen. Dat zijn vooral ideeën over wat collectief goed zou zijn. Altijd goed om dat ter discussie te stellen.

Betaald parkeren afschaffen is zo’n thema. De lokale partij in Den Haag werd er de grootste mee. Het klinkt mooi, want betalen voor parkeren is vervelend. De achtergrond van het betaald parkeren is dat de steden vol lopen met auto’s, de lucht steeds meer vervuild en als je er niets tegen doet gaan onze steden er uit zien als Mexico stad. Zo kan Den Haag er ook uit gaan zien, tenzij de Groep De Mos een alternatief vindt om het doel van betaald parkeren op een andere manier te bereiken.

Nog zo'n lokaal thema: groter groeien om beter te kunnen besturen (herindelingen), grote bouwprojecten die veel geld kosten (en pas later iets opleveren). Allemaal mooie thema's die discussie verdienen. Hondenbelasting afschaffen is ook zo’n thema. Dat werd in Tilburg groot. 

Lokale partijen weten goed te vinden wat dwars zit en waar de landelijke partijen geen goed antwoord hebben dat vertrouwen wekt. Ze breken pas door als ze ook een alternatief bieden.

Hondsdolheid 
De traditionele partijen vinden hondenbelasting een mooie inkomstenbron en geld vinden om deze af te schaffen heeft niet de prioriteit. De achtergrond van de hondenbelasting is overigens al lang vergeten: een middel om hondsdolheid te beperken. Inmiddels is het om maatregelen te betalen om hondenpoep op straat tegen te gaan. Waar het middel blijft, terwijl het doel aangepast wordt moet je niet raar opkijken als je vertrouwen verliest. Mensen zien geen duidelijk doel voor de hondenbelasting, maar ook niet voor het betaald parkeren.

Willen mensen nog wel mee in zaken die nu overlast geven en op de lange termijn wat opleveren? Ik geloof het zeker wel. Alleen mensen willen wel overtuigd worden. Want ze hebben nu ergens last van en ze zien de lasten wel, maar de baten niet. Je kunt schelden op de democratie in de EU, maar in essentie komt de kritiek op de EU op hetzelfde neer: de lasten zijn zichtbaar, de baten moet je maar geloven.

Ondertussen in Cina
Ondertussen zien we in China dat het wel degelijk mogelijk is om met een visie (bijvoorbeeld de nieuwe zijderoute of de industrialisering) grote investeringen te doen. Daar moeten de mensen zich wel schikken in hun lot. Dat gaat dan gepaard met een dwang via concrete politiedwang of via sociale druk waar we hier niet aan willen denken. Maar er zijn wel resultaten zichtbaar, kijk naar de enorme groei van de welvaart in China. Een gevaarlijk perspectief want de inbreuken op persoonlijke vrijheid zie je niet.

Hier gaan we dat dus hopelijk nooit zo doen. In elk geval wil vrijwel niemand in Nederland dit nu.

Wat dan wel? 
Ik zie drie strategieën.
1. Vertrouwen winnen met grote aansprekende verhalen. Dat is al jaren de grote opgave. Mensen hebben geen vanzelfsprekend vertrouwen. Dat moet je winnen door voorspelbaar te zijn, dichtbij en benaderbaar, bekend bij de mensen, maar ook door emoties te tonen: wees duidelijk dat je boos bent of juist blij. En dan dus het Grote Aansprekende Verhaal. Dat vraagt nogal wat van je vertegenwoordigers in de raad. Een misser in stad 1 slaat terug op het werk van diezelfde partij in stad 2. Een Kamerlid dat in de Eerste Kamer zit voor de PvdA en de suggestie wekt van graaien slaat terug op de hele PvdA. Dit is de strategie van de traditionele partijen, vooral op links. Het zal vooral werken als het gaat om het verkleinen van de verschillen tussen arm en rijk en als heel hard opgetreden wordt tegen vertegenwoordigers die zelf graaien. Ik geloof dat ik er vóór ben, maar dat het niet een erg succesvolle strategie is.

 2. Vertrouwen op de onzichtbare hand. Ik vermoed dat het momenteel deze weg gaat. Ik laat mij dan voeden door Adam Smith met zijn “Onzichtbare hand”. De Republikeinen in de VS kiezen deze weg. We zijn klanten geworden van de politiek. Wie het niet goed doet verliest klanten en wie het wel goed doet krijgt er klanten bij. Als iedereen vervolgens zijn eigen belang volgt, ontstaat er een evenwicht, waarbij bedrijven (partijen) die niet goed functioneren verdwijnen en bedrijven die iets nieuws hebben dat het goed doet opkomen. De onzichtbare hand zou via eigenbelang, onderlinge concurrentie en marktwerking een toestand van harmonie en welvaart bewerkstelligen. De onzichtbare hand wordt door libertairen gebruikt om te pleiten voor geen of een heel kleine overheid. “Samen voor ons eigen” noemden Koot en Bie dat.

Je ziet het in het denken van FvD terug: Veel aandacht voor het idee van Adam Smith dat een markt snel onevenwichtig wordt doordat partijen geneigd zijn samen te spannen, en daardoor een relatieve machtspositie verkrijgen ten opzichte van de consument. Hierdoor wordt de vrije marktwerking snel verstoord, en aldus wordt ook het maatschappelijk optimale prijsniveau niet bereikt, prijzen zullen te hoog zijn. Afbreken dus die monopolies, vertrouw niemand. Geen wonder dat er mensen op af komen die menen dat achterstelling van minderheden aan hun eigen achtergestelde intelligentie te danken is. De onzichtbare hand zorgt ervoor dat mensen de plaats krijgen die ze toekomt. Armoede is je keuze.

Het lastige van de onzichtbare hand is dat partijen die niet voor zichzelf kunnen opkomen de dupe zijn, minderheden bijvoorbeeld, of zaken die niet vanzelf goed komen: de schone lucht of - als het niet zichtbaar is wat ze doen- de dijken.

Dat gezamenlijke via concurrentie beheren, lukt niet. Dat is al vaak genoeg bewezen. Als iedere boer zijn vee kan laten grazen op de gezamenlijke grond, probeert iedere boer net iets meer te laten grazen dan de ander. De boer maakt dan meer winst, maar de grond wordt uitgeput omdat er meer gegraasd wordt dan de weide aankan. Zo gaat het ook met schone lucht en vervuiling. Dat moeten we zelf ter hand nemen want er is daar geen macht van de onzichtbare hand. Zoals in de economie bekend is dat als er geen prijs staat op milieuvervuiling, het milieu de dupe is. En als risico nemen (geen dijk versterken) geld of andere korte termijnwinst oplevert, stelt men altijd het versterken van de dijken uit. Het probleem: wat van iedereen is, is uiteindelijk van niemand.

3. Vertrouwen winnen door zelf te beheren wat van ons allemaal is. De derde weg is het herontdekken van de commons, de gemeenschappelijke zaken. We moeten weer bekijken wat collectief is en wat privé. Wat (collectief) van iedereen is, moet weer van iedereen worden. Zo kwamen we tot het bouwen van dijken, zo vonden we ooit woningcorporaties uit, zo bouwden we infrastructuur en onderwijs. Zelf besturen daar waar dat kan en pas daarna als het nodig is je laten vertegenwoordigen waar dat moet. Pas dan dringt de waarde van gezamenlijke zaken echt tot je door.

Door een vertegenwoordigend bestuur te laten besluiten over de verdeling van de grond krijgt iedereen zijn deel (strategie 1). Maar dan moeten de kiezers wel vertrouwen hebben in die vertegenwoordigers. Anders stappen de mensen over op strategie 2, de gemakkelijke weg die pas laat zien wat verloren gaat als het er niet meer is: te laat te merken dat de commons worden uitgeput en leeggeroofd, de dijken verslapt en de infrastructuur verwaarloosd.

Maak de ruimte weer van ons 
Zolang de mensen niet zelf de gedachte van de gezamenlijke openbare ruimte, het belang van goede infrastructuur, schone lucht, gezamenlijke ontmoeting kennen, zullen ze slechts tijdelijk verleid worden door het grote verhaal en te laat gewaarschuwd voor het verdwijnen van het collectief.

Mijn strategie is om de mensen niet te verleiden voor het “Grote Aansprekende Verhaal”, maar de mensen zelf te laten voelen hoe ze de commons kunnen beheren. Het zou ook goed bij lokale partijen passen.

vrijdag 16 maart 2018

Zelfevaluatie van de gemeenteraad


Het is bij raden van commissarissen en raden van bestuur al heel gewoon: een jaarlijkse zelfevaluatie om te kijken of de raad goed toezicht houdt. Er zijn websites waar je kunt checken of je goed functioneert en als alle leden van de raad een vragenlijst invullen kan er een goede discussie komen over de wijze van toezicht. Bij woningcorporaties is het onderdeel van de afgesproken Governancecode om zichzelf jaarlijks te evalueren en dat eens in de vier jaar te doen onder externe begeleiding. Waarom doet de gemeenteraad zoiets niet?

Veranderingen in de raad
Na de verkiezingen krijgen de gemeenteraden kleinere fracties van meer verschillende partijen. Bovendien zal deze gemeenteraad naar verwachting meer ruimte willen geven aan bewoners om zelf zaken op te pakken. Ook zal het ambtelijk apparaat gevraagd worden om binnen de kaders van de gemeenteraad invulling te geven aan zaken met bewoners, bedrijven en instellingen. Voeg daar aan toe dat de rol van het college al jaren sterker besturend en de rol van de raad sterker controlerend is geworden.

Het gevolg van deze veranderingen is dat de gemeenteraad minder het algemeen bestuur en meer een soort raad van commissarissen van de gemeente is geworden.  Het is tijd om te kijken of de gemeenteraad die rolverandering goed invult.

De vereniging toezichthouders in woningcorporaties (VTW) stelt het zo: “Kritische zelfreflectie en elkaar kritisch en constructief aanspreken op het eigen functioneren is lastig. (…) Het beoogt om met elkaar indringend van gedachten te wisselen of de raad van commissarissen als geheel en ieder lid afzonderlijk goed functioneert en om te kijken of in de loop van de tijd sprake is van enige gewoontevorming.” Niet alleen woningcorporaties: ook zorginstellingen en commerciële grote bedrijven kiezen voor zelfevaluatie eens per jaar. 

Spreek als presidium een aanpak af
Er is een keur van organisaties die zelfevaluaties kan begeleiden, maar uiteraard kan de gemeenteraad het ook zelf aanpakken met ondersteuning van de griffie. Ik denk dan aan het beantwoorden van vragen zoals: (ik pak wat vragen uit de checklist van het Nationaal Register die ik zag)
• Wat is het afgelopen jaar goed of juist minder goed verlopen en welke lering kunnen we hieruit trekken?
• Hebben we de juiste balans gevonden tussen afstand en betrokkenheid, tussen toezicht en advies?
• Is de effectiviteit van het toezicht goed genoeg? Hebben we greep op de organisatie, beschikken we over de juiste informatie, zijn de risico´s goed ingeschat en hebben we deelbelangen goed in beeld gehad?
• Hebben we onze vergadertijd effectief besteed en goed verdeeld over de belangrijkste onderwerpen?
• Hoe hebben de commissies gefunctioneerd ten opzichte van de totale raad?
• Is er aanvullende kennis nodig? Op welke terreinen gaan de ontwikkelingen zo snel dat aanvulling nodig is?
Of probeer deze online (Engelse) vragenlijst bij boardcheckup: hier.

Nieuwe vormgeving van het instituut gemeenteraad
Raadsleden zijn misschien politieke tegenstanders, coalitiepartners of oppositie. Dat zal best. Het is bij tijd en wijle van belang om echte politieke discussies te voeren. Maar de gemeenteraad moet ook functioneren als een instituut dat toeziet op de goede gang van zaken en goed bestuur door het college. Met een grotere hoeveelheid kleinere partijen zal er minder blokvorming optreden en is er ruimte om het toezicht te professionaliseren. Zelfevaluatie is omarmd door raden van commissarissen omdat het werkt. 

Leer ervan! Spreek bij de komende onderhandelingen af wanneer de raad zichzelf gaat evalueren.