vrijdag 16 februari 2018

Parlementaire stelsel, directe invloed en samen besluiten


Een staatscommissie Parlementair Stelsel heeft de opdracht om te onderzoeken of ons parlementaire stelsel nog goed werkt, en of dit toekomstbestendig is. De commissie ging in gesprek met mensen die daar ideeën over leverden via een essaywedstrijd van de NRC, een van de Volkskrant en nog een ander blad. Ik mocht ook optreden omdat ik genomineerd was bij de NRC. Ik mocht meepraten over directe volksinvloed. Maar is directe invloed wel een simpele oplossing? 

Staatscommissie Parlementair stelsel
De staatscommissie Parlementair stelsel heeft een probleemverkenning gemaakt met zes thema’s. Ik mocht mijn idee presenteren rond thema Vertegenwoordiging en directe volksinvloed. Kunnen mensen er vertrouwen in hebben dat hun belangen zo goed mogelijk worden behartigd?  In een groepje van 8 spraken we over de vraag hoe we meer directe inbreng kunnen krijgen in plaats van de inbreng via vertegenwoordiging.  

Loting in plaats van vertegenwoordiging
Er bleek in het groepje veel waardering voor het idee van David van Reybroek om mensen te loten en zo te laten besluiten. Mensen voelen zich niet meer vertegenwoordigd door politieke partijen.Politici worden niet gezien als leken en niet als vertegenwoordigers. Het zijn hoogopgeleide partijgangers. Een grote groep voelt zich niet vertegenwoordigd. Als je loot doet iedereen mee met besluiten. De representativiteit kun je waarborgen  door na loting de groep die oververtegenwoordigd is (meestal mensen 50+ zoals ik) maar een beperkt aantal plaatsen toe te kennen. Zeer interessant om hiermee te experimenteren, hoewel de goedgebekte charismatische deelnemer waarschijnlijk verder komt dan de timide, minder goedgebekte deelnemer.

Controle door leken
Ik had voorgesteld om “gewone” gelote burgers te laten checken of de politiek de resultaten behaalt die ze wilde en of er ongewenste neveneffecten zijn. Naar mijn idee is het probleem van de democratie niet de beraadslaging en deliberatie, maar het doordringen tot de agenda (Agendering) en de verantwoording. Nu controleren politici - die besloten tot bepaald beleid - zelf of ze de noties van de Rekenkamer overnemen. Die politici hebben er geen baat bij om uitblijvende resultaten of nare neveneffecten te signaleren. Maar als wij, gewone burgers, meekijken moeten ze wel. 

Ik hecht grote waarde aan de feedback als beleid ingezet is en resultaten worden behaald. In het bedrijfsleven willen ze alleen weten of er resultaten behaald worden, de jaarcijfers en outlook zijn veel interessanter dan de begroting. In de praktijk blijkt namelijk dat - als je aan de slag gaat - er regels, hindernissen en machten in de weg kunnen zitten. 

Toon dat in de praktijk aan ons, leken! Want waarschijnlijk geloven gewone kiezers andere gewone kiezers meer dan de politici: zie deze grafiek van de Edelman trustbarometer die toont dat we veel vertrouwen hebben in personen zoals wijzelf. Veel meer dan in bijvoorbeeld overheidsofficials, laat staan in politici die op eenzame laagte staan met tweedehands-autoverkopers. 


Deliberate polling
De meeste aandacht in mijn groep ging zoals altijd naar wat de overheid moet gáán doen. "Waar willen we heen?" spreekt uiteraard meer tot de verbeelding. Een mooi voorstel was dat van Peter Neijens die de deliberatieve enquete propageerde. Een willekeurige, representatieve steekproef wordt eerst bevraagd over de gerichte kwesties. Vervolgens komen leden van de steekproef één weekend samen om de kwesties te bespreken. De deelnemers gaan in dialoog met concurrerende experts en politieke leiders op basis van vragen die zij ontwikkelen in kleine groepsdiscussies met getrainde moderators. Na de beraadslaging worden de oorspronkelijke vragen opnieuw gesteld aan de steekproef en de resulterende veranderingen in mening vertegenwoordigen de conclusies die het publiek zou trekken als mensen de gelegenheid zouden hebben om beter geïnformeerd te besluiten. Ik zeg: Doen! Probeer het uit, experimenteer er mee! Wat was dat beter geweest dan dat afschuwelijke Oekraïne-referendum dat niet over de Oekraïne maar over de EU leek te gaan.

Kiezerskeus
Een ander voorstel is een genuanceerde vorm van referendum. Een eenvoudig ja of nee dekt immers niet altijd de werkelijke complexe afweging. Vraag je of mensen minder belasting willen betalen, dan krijg je een ja en als je vraagt of mensen betere zorg willen krijg je ook een ja, maar hoe gaat het als je allebei wilt? Daarom ontwierp Jan Veneman kiezerskeus. Deskundigen en belanghebbenden ontwerpen minimaal drie scenario’s voor de zaken die ons allen treffen: zorg, veiligheid, onderwijs, enzovoort.– Ieder scenario wordt op internet getoond en uitgelegd, als in een toonkamer. De kosten staan erbij, en ook wat het op middellange termijn oplevert voor wie. – SCP en CBS rekenen die scenario’s door.– De scenario’s worden aan ons, kiezers, voorgelegd.– Door meer dan één scenario te presenteren wordt glashelder dat er echt iets te kiezen is. – Politieke partijen maken propaganda voor hun favoriet uit de voorgelegde scenario’s.– Kiezers geven in een stemronde hun voorkeur aan.– De regering gebruikt de voorkeur met de meeste stemmen in hun plannen en beleid.– Dat betekent een voortzetting, bijstelling of ombuiging van het bestaande beleid.– De Tweede Kamer controleert de uitvoering , zoals nu. Ik zeg: Doen! Probeer het uit, experimenteer ermee!

Op de bijeenkomst sprak ik in de wandelgangen iemand over een moeizame vergadering met een Vereniging van Eigenaren. Het is erg lastig om met je buren afspraken te maken over het onderhoud van je woning en bijvoorbeeld te besluiten een gezamenlijke entree op te fleuren. Dan kunnen we over het parlementaire stelsel praten en daarin ruimte maken voor de stem van gewone burgers, maar hebben we wel de democratische betrokkenheid en vaardigheden om gezamenlijk te besluiten?

De VvE Vergadering
Daarom zingt de VvE-vergadering nog in mijn gedachten rond. Starten we niet teveel aan het eind, in het parlement en te weinig aan de basis waar mensen niet meer anderen voor hen willen laten besluiten, maar zelf besluiten willen nemen?

De evoluerende democratie
Het systeem van politieke partijen is in jaren opgebouwd en vertegenwoordigers leerden vroeger hoe hun leden leefden en waar ze zich druk over maakten. De vertegenwoordigers leerden ook om met andere vertegenwoordigers te besluiten en samen compromissen te sluiten. Daar moet je niet te licht over denken, want vroeger moesten de mensen die samen besluiten moesten nemen eerst hun wapens inleveren om te dwingen naar de ander te luisteren en er niet direct op in te hakken. In de politieke partijen zitten leiders, maar ook oliemannetjes, onverzettelijken, denkers, luisteraars en compromiszoekers. Ze hadden vroeger ook een uitstekende verbinding met een achterban die hoog én laagopgeleid was. Het waren met recht volkspartijen. Politieke partijen, maar breder bekeken het maatschappelijk middenveld heeft gezamenlijk leren besluiten. Ik heb het gevoel dat veel politici dat inmiddels niet meer kunnen. Gewone burgers zijn voor hen enge boze mensen geworden. En het middenveld is lang niet meer zo sterk als vroeger. 

Leren samen besluiten 
Als ik de gemiddelde VvE vergadering bekijk, hebben we voor directe democratie nog veel te leren. Op de bijeenkomst waar ik sprak waren vooral witte 50-plusmannen. De rest lijkt marginaal geïnteresseerd. Ik zou zeggen dat er op lokaal niveau veel meer te winnen is met vormen van directe democratie en dat die vormen naar boven moeten komen drijven. De alledaagse democratie is veel essentiëler om te leren besluiten. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling gaf lang geleden (2007) het signaal dat democratische gezindheid niet veronachtzaamd moet worden in het denken over de democratie. 

Begin maar eens actief mee te denken in de VvE, in de buurt, op de school, op je werk, zonder in de klaagstand te komen en als een klant te reageren. Dat is nog een hele opgave.

dinsdag 13 februari 2018

Hoe sturen we onze datapolis

Van de Utrechtse professor Albert Meijer komt de constatering dat een stad tegenwoordig ook gezien kan worden als een Datapolis: een stad waar mensen te maken hebben met data en zouden kunnen beslissen over data. Nu data steeds belangrijker worden, is het goed te kijken wat er gebeurt en of er besluiten nodig zijn rond de omgang met publieke (en niet-publieke) data. Net zoals we besluiten nemen over de ruimtelijke ordening, de volksgezondheid en het verkeer. Wie neemt die besluiten?

Onontgonnen gebied
Het besluiten over de omgang met data is nog onontgonnen gebied. We lezen over Facebook en hoe data gebruikt worden om reclamegelden te kunnen innen. Maar er zijn natuurlijk veel meer data. Als je alle verkeersbewegingen in de stad op een rij zet, kun je op basis daarvan je beleid aanpassen. Dat gebeurt ook al. Je kunt bij voorbeeld als het sneeuwt alle fietsroutes strooien, maar je kunt ook op basis van data besluiten om op bepaalde fietspaden wel en andere niet te strooien. Fietsers kunnen op twitter of Instagram besluiten bij te dragen aan de effectiviteit van het strooien. Dat scheelt zout, verzilting en geld. Je kunt dan bijvoorbeeld scholierenroutes voorkeur geven. Je kunt verkeerslichten beïnvloeden op basis van verkeersgebruikers en kiezen voor meer doorstroming voor automobilisten of juist voor fietsers of het openbaar vervoer. Dat gebeurt overigens al. Het zijn alleen geen echte politieke besluiten, meer technocratische. Politiek blijft belangrijk, want wat doe je in het geval van het strooien met plekken waar ouderen wonen en niet meer naar buiten  gaan? 

Start eens met gezondheidszorg
De planning van voorzieningen rond gezondheidszorg (of juist preventie van zorg) kan verbeteren met gebruik van data. Je kunt op basis van het aantal rokers, het aantal vereenzaamden of het aantal mensen dat weinig beweegt besluiten nemen die de volksgezondheid beïnvloeden. In feite gebruik je verantwoordingsdata over wat de uitkomst is van gevoerd beleid om beleid bij te stellen.
Heel veel gegevens zijn beschikbaar zonder dat ze gebruikt worden. Zo kun je op basis van data besluiten om voor de gezondheidszorg voetgangersvoorzieningen onder de loep te nemen Maar dat soort zaken kan in Nederland ook handig zijn. Vereenzaming is misschien nog ongezonder dan niet bewegen, ook dat kan beïnvloed worden door bij de inrichting van de openbare ruimte keuzen te maken. Dus net als het gebruik van verkeersdata is er een wereld te winnen om het beleid bij te stellen (of eindelijk op te zetten).

We zijn allemaal dataproducenten
Het interessante van de data is dat er mooie combinaties mogelijk zijn. Zo wordt in de wijk Ruwaard in Oss gekeken naar wat verzekeraars, woningcorporatie, zorgverleners, gemeente en bewoners kunnen doen om mensen met problemen te helpen. Hier is sprake van een wijkbegroting of netwerkrekening, zoals ik die eerder beschreef. Zou je uitgaan van centrale sturing, dan blijven gemeentelijke data gebruikt door de gemeente. Maar ook de data van de corporatie, dienstverleners en verzekeraars blijven door henzelf gebruikt worden. Dat is zonde en kost geld, want je versterkt elkaar niet. Zo kan de gemeente, de corporatie en de zorgverzekeraar los van elkaar zien dat een bepaald gezin veel kost.

In de wijk Ruwaard in Oss hebben ze activiteiten in een gezamenlijke organisatie gezet onder toeziend oog van de wijkbewoners. De reden daarvoor is dat je moeilijk los van elkaar kunt werken. Er is een netwerk van diverse organisaties die in de wijk betrokken zijn. De corporatie ziet dat iets niet goed gaat met een bewoner omdat de huur niet betaald wordt. Vaak is het niets, maar soms is er sprake van verwaarlozing of andere problemen. Dan is het wel zo handig als anderen die hier kunnen helpen ook aan het werk kunnen. Dat kan in schuldhulpverlening zitten, maar ook in verslavingszorg of medische zorg.

Vroegsignalering spaart kosten, want als je snel bent kun je nog wat doen. Zulke situaties kunnen ook bekend raken bij overlast, waarbij de buren klagen bij de corporatie om vervolgens te merken dat in een gezin de problemen te hoog zijn opgelopen. Burenoverlast zorgt naast ergernis ook voor meer medicijngebruik: slaappillen, kalmeringsmiddelen.

Huh? Is dat ook big data? Lost de corporatie die burenoverlast op met behulp van een buurtconciërge, dan zou de verzekeraar daarmee geld besparen. Zo kun je ook aan andere organisaties denken. De schuldhulpverlening die de corporatie lange huurachterstanden bespaart is nog het simpelste. Het mooie van Ruwaard is dat op basis van data berekend kan worden wat de verzekeraar bespaart als een probleem vroeg wordt gezien en opgelost. De verzekeraar betaalt dat aan het eind van het jaar in de pot voor Ruwaard. Hier worden niet eens databestanden overgedragen en gekoppeld. Welzijnsorganisaties die er op tijd bij zijn werken ook goedkoper, je kunt per ingreep berekenen hoeveel het kost en uit vergelijking met andere wijken en het verleden zien of je goedkoper uit bent. Wie wat kan doen, doet wat en wie ervan profiteert betaalt wat op basis van eigen generieke data.

Wat gebeurt er in mijn stad Utrecht?
In Utrecht blijken ook wijken waar meer met gezondheidszorg moet gebeuren dan in andere wijken. Je ziet namelijk dat de ene wijk veel minder hulp nodig heeft dan de andere, want in welke wijk begin je? Dat is al bekend overigens: bewoners in Tuindorp, Voordorp en Wittevrouwen leven gemiddeld 72 jaar in goede gezondheid; in Overvecht is dit slechts 60 jaar. Tussen Tuindorp en Overvecht ligt slechts een spoorlijn. Dat kun je niet negeren in je stad!

Zo zien we dat over gezondheid veel meer mogelijk is als data gebruikt worden. Dat zijn allemaal besluiten die onderdeel zouden moeten uitmaken van de politieke arena.

Welke politieke arena?
De volgende vraag is natuurlijk: welke politieke arena? Albert Meijer ziet voor het sturen met data drie mogelijke vormen
-              Cockpit: het bestuur van de stad is slim voor de burgers. Discussies worden dan meer technocratisch gevoerd of worden door de gemeenteraad de politieke arena in getrokken. De data zijn centraal, de sturing is centraal
-              Hybride datapolis: Hier gaat het om samenwerking van het bestuur met met burgers en bedrijven. Data faciliteren centrale en decentrale sturing
-              Vogelzwerm: er is geen bestuur dat er over gaat, de stad is slim door de burgers   Data worden niet centraal gebruikt maar decentraal door burgers en bedrijven.
Het voorbeeld van Ruwaard pleit voor een hybride model. Maar eigenlijk moeten we vooraf al de keuze maken: welk model willen we kiezen?

Datagesprek
In gesprek met Albert Meijer kwamen we zo op de suggestie om precies dat eens een keer te bespreken: een gesprek over Utrecht als datapolis. Met gesprekstafels over de zorg, dat zou een mooi begin zijn. Dan kan het jaar erna gesproken worden over data en duurzaamheid of data en verkeer. Nodig niet alleen bewoners uit, maar ook partijen die eigen data hebben. Hoe kun je samenwerken zonder de privacy bij het gebruik van de data te schenden?

In de afgelopen periode heeft mijn gemeente stadsgesprekken georganiseerd. Over eenzaamheid, fietsen, integratie van vluchtelingen en het stadscentrum. In de komende periode zou ik daar een stadsgesprek over de Datapolis aan toevoegen. 


zaterdag 10 februari 2018

Tegenstrevende machten ook in vernieuwende democratie

Het is een bekend psychologisch mechanisme. We zijn eigenwijs en geloven we maar al te vaak in onze eigen voortreffelijkheid. We zijn netter dan anderen en we vinden dat anderen beter moeten luisteren. Dat geldt voor professionals in overleg met bewoners én voor bewoners in overleg met professionals. Hoe gaat dat bij de vernieuwing van de democratie?

Ik kom daar op omdat ik op een bijeenkomst van Democratic Challenge een sessie leidde over checks and balances, in mijn woorden: teugels en tegenwichten. Het viel mij op dat het lastig was  in de sessie te spreken over tegenwicht: het onderwerp. Want ik merk dat veel vernieuwers nogal overtuigd zijn van hun eigen voortreffelijkheid. (ik vind ook van mijzelf dat ik vaak goede ideeen heb, dus ik sluit mezelf niet uit)

Vooraf alles goed inregelen en je hebt geen tegenwicht meer nodig?
Eigenlijk zijn de democratische vernieuwers vooral bezig om vóórdat een gemeenteraad besluit bewoners de kans te geven om mee te praten. Dat is wel zo verstandig: het is veel lastiger om invloed te hebben als het besluit al genomen is dan voordat het besluit vastgelegd is. Maar in het enthousiasme daarover, wordt wel vergeten dat niet iedereen meedoet in die discussie over wat er moet gebeuren. Bovendien wordt vergeten dat ook een goed besluit wel eens onverwachte vervelende effecten kan hebben. Mijn boodschap is dan ook altijd om de check niet over te laten aan goed bedoelende vernieuwers, maar ook te rekenen op kritische en soms zeikerige bewoners en immer kritische journalisten.

Kritische journalisten, vasthoudende bewoners, klagers en zeikerds
Die kritische journalisten en zeikerds horen bij de democratie. Met als aantekening dat de onafhankelijke lokale journalistiek zo goed als verdwenen is.

Hoe zorgt de vernieuwde democratie voor de tegenspraak, het de waarheid spreken tegen de macht?

Niet de macht aan het volk, maar teugels en tegenwichten
Wat wij onder democratie verstaan is namelijk niet de macht aan het volk. Er zijn tegenwoordig weinig landen die zich nog niet een democratie noemen. Ook in Noord Korea heet het volk aan de macht te zijn: de democratische Volksrepubliek Korea is de officiële naam. En als regeringsleiders gekozen worden met 90 procent van de stemmen zeggen wij hier al dat er iets niet klopt. 

De essentie van de Westerse democratie is namelijk niet dat de leiders precies doen wat "het volk" wil, maar dat er een machtsevenwicht is tussen individu en collectief, een machtsevenwicht tussen instituties en dat een gewone man of vrouw zich net zo goed aan de wet moet houden als een invloedrijk politicus en dat regeringsleiders waar we genoeg van hebben zonder bloedvergieten aan de kant gezet kunnen worden.

De machten die een tegenwicht hebben, functioneren beter. Dus denk aan onafhankelijke rechtspraak, kritische kranten die de kans krijgen hun kritiek te uiten, onafhankelijke instituties zoals de Rekenkamer die narekenen of de resultaten die de regering zegt te behalen ook daadwerkelijk behaald worden en of er niet onvermoede nare effecten zijn: tegenspraak draagt bij aan de regeringsvorm die we inmiddels democratie zijn gaan noemen.

Er zijn volop mogelijkheden
In mijn sessie kwamen gelukkig wel methoden binnen die kunnen helpen om tot tegenwicht uit te lokken.
  1. Jongeren maken video blogs. In Voorst kregen jongeren ruimte om met eigen video's te laten zien wat er gebeurt. Het leidde tot Voorst onder de loep. https://www.youtube.com/watch?v=Y2Mypq4oxsk
  2. Wethouder vragen om huiskamerbezoek. In Zwijndrecht bedacht de wethouder dat het goed is ruimte te geven aan bewoners om reacties te geven, waarbij ze niet naar de raadsvergadering komen. Maar moet de wethouder dan zelf bij iedere klager langs? Nee. Wie de wethouder wil spreken moet zorgen dat er ook 4 andere bewoners gevonden worden die ook over dat probleem met de wethouder willen praten. Dan is het dus niet zomaar iets.
Het zijn een paar voorbeelden om uit te nodigen tot tegenwicht, waarbij mensen hun eigen vorm mogen kiezen en het niet nodig is om het stramien van de gemeente over te nemen om kritiek te uiten. Er zijn heel veel meer vormen, tot aan de bouwkeet neerzetten op de markt en daar als wethouder spreekuur houden. 

Rekenkamers, burgervisitaties en meer
Overigens kun je ook als gemeente veel binnen het huidige stelsel doen om een vaste vorm van tegenwicht te krijgen. Een kritische rekenkamer serieus nemen helpt bijvoorbeeld ook al. Zelf hielp ik de gemeente Oude IJsselstreek met een burgervisitatie: door bewoners die hun sporen buiten het gemeentelijk apparaat en de politiek verdienden te laten reageren op de organisatiewijziging van de gemeente.




Bovendien bracht Democratic Challenge net een publicatie uit: een handreiking voor burgeraudits. Daarbij krijgen burgers de mogelijkheid om onderzoek te nemen en de bevindingen te presenteren aan de gemeenteraad. Ik zag hem nog niet online. Binnenkort meer.