vrijdag 18 augustus 2017

Regie over je eigen leven en ouderen-vriendelijke buurten

Het is inmiddels een standaard geworden rond ouderenbeleid: ouderen willen langer thuis blijven en ouderen willen zelf de regie hebben. Maar om zelf de regie te kunnen hebben moet je bij alle belangrijke besluiten die je moet nemen ook anderen kunnen vinden. Dat betekent nogal wat voor het zelfstandig wonen van ouderen.  

Zelf besluiten vraagt contact met anderen
Het is een drietrapsraket: Om de regie te houden over je eigen leven, moet je zelfstandig kunnen besluiten. Om goede besluiten te kunnen nemen heb je anderen nodig. Simpel gezegd moet je het probleem onderzoeken, informatie verzamelen, opties naar voren halen en dan pas besluiten. Om het probleem goed te kunnen onderzoeken moet je mensen hebben die er heel anders tegenaan kijken dan jij, om informatie te kunnen verzamelen heb je ook anderen nodig en om opties te vinden waar je helemaal niet aan dacht kun je niet zonder anderen. Als je anderen nodig hebt, moet je die op een eenvoudige manier kunnen vinden.

Naarmate je ouder wordt, wordt dat minder gemakkelijk. Het gaat dan niet om de hersens die niet meer willen, maar om het tegenkomen van mensen die kunnen tegendenken. Van de kwetsbare ouderen is bijna de helft eenzaam. Hoe kunnen zij goed de regie over hun eigen leven houden als de mensen die ze tegenkomen allemaal professionals zijn. Professionals waarvan ze niet weten of ze die kunnen vertrouwen. Professionals nog vaak waar de ouderen zich aan moeten aanpassen in plaats van de moeilijke (maar gewenste) situatie waarin de professionals zich mengen met de netwerken rond kwetsbare mensen en zich dus aanpassen aan de oudere zelf.

Niet de ouderenwoning, maar woonomgeving
Het is om die reden dat het belangrijk is om niet te kijken naar de woning waar de oudere woont, maar de blik te verbreden naar de woonomgeving. Een oudere die in een flat zonder drempels met lift woont maar met niemand in de omgeving contact heeft is slechter af dan een oudere in een portiekwoning met een trap en veel mensen in de omgeving die hij kan vertrouwen. Het maakt de oudere niet alleen eenzaam, maar het maakt het ook moeilijker om besluiten te nemen.

Ik denk dat we daarom niet meer moeten praten over oudervriendelijke woningen, maar over ouderen-vriendelijke buurten. Voor wie kampt met beperkingen kunnen de woning, de fysieke omgeving en de afstand tot voorzieningen de bewegingsvrijheid belemmeren. De buurt moet daar op inspelen en niet de woning. Trouwens, ook informele netwerken moeten kunnen floreren op de buurt. Naarmate mensen minder bewegingsmogelijkheden hebben worden ook informele netwerken minder toegankelijk, terwijl zij een belangrijke bron van hulp en contact vormen voor zelfstandig wonende ouderen.

Een dorp om mensen zelfstandig te kunnen zijn
Wil je de regie houden over je eigen leven, dan moet de buurt dat mogelijk maken. Ze zeggen vaak: it takes a village to raise a child, maar is er niet ook een dorp nodig om oudere mensen zelfstandig te laten leven?

vrijdag 4 augustus 2017

Tien voornemens voor aankomende raadsleden

Terwijl we wachten op; de uitkomsten van de formatie ligt er een gouden kans om de democratie te vernieuwen. Die kans ligt op lokaal niveau. Grijp die kans!

Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De politieke partijen zijn druk bezig om programma's te schrijven en kandidaten te werven. Dit is het moment om onze invloed als burgers te vergroten. Natuurlijk zijn we het als burgers niet allemaal eens. De een wil ruimte voor de auto, de ander voor de voetganger of de fiets. De een maakt zich zorgen over de economische kracht en wil ondernemers meer ruimte geven, de ander maakt zich zorgen over de tweedeling en zoekt mogelijkheden om meer te doen voor mensen met weinig kansen. Maar over een ding zijn links en rechts het eens: wij, burgers, zijn de belangrijkste factor in de democratie. 

Politieke partijen horen niet centraal te staan
Een van de belangrijkste veranderingen voor het openbaar bestuur is de toegenomen mondigheid en individualisering. Mensen hebben een eigen mening en willen die terughoren in het politieke debat. Vertrouwen in de politiek is niet meer vanzelfsprekend en is sinds de jaren 60 afgenomen. Daarmee samenhangend is de rol van politieke partijen steeds minder vanzelfsprekend. De  organisatiegraad is sterk afgenomen: in 1948 was 13% van de kiezers lid van een politieke partij tegen 2% nu. Dit maakt het voor politieke partijen steeds moeilijker om langs de weg van de traditionele achterban uitleg te geven over bereikte compromissen en verantwoording af te leggen over het werk in parlement en regering. 

Dergelijke veranderingen zijn niet erg. Een levende democratie is voortdurend aan verandering onderhevig. De spelregels en de rechten van burgers en bestuurders dienen regelmatig tegen het licht te worden gehouden. Aan het begin van de 21ste eeuw komt daarbij een thema terug dat centraal stond bij het ontstaan van de moderne democratie: Wat kunnen burgers het beste zelf regelen zonder bemoeienis van de overheid of de politiek. Zijn we niet toe aan een nieuw sociaal contract? Een contract dat vrije burgers met elkaar sluiten om vervolgens de daarbij passende bestuursvormen te ontwikkelen. Politieke partijen horen niet meer centraal te staan, burgers moeten centraal staan. Daarom is een andere werkwijze nodig. Daar wordt door gemeenten al heel hard aan gewerkt. Wat wij als burgers kunnen vragen is om voor de verkiezingen duidelijkheid te geven en die andere werkwijze serieus door te zetten. 

De basis voor de omgang met bewoners
Daarom hebben we nu als burgers de kans om de basis te leggen voor zo'n nieuw sociaal contract. We kunnen alle kandidaten voor de gemeenteraad vragen om aan te geven hoe ze met ons om willen gaan. Ik denk dat we alle kandidaten de volgende beloften kunnen vragen: 

Tien voornemens voor vernieuwing van de lokale democratie
  1. Ik wil experimenteren met de raadsvergaderingen om burgers meer ruimte te geven
  2. Ik wil burgers meer mogelijkheden geven het budget te be├»nvloeden en mee te denken 
  3. Ik gebruik graag de kennis van burgers bij beleidsontwikkeling
  4. Ik geef burgers zelf de kans beleid te maken en uit te voeren.
  5. Ik geef ruimte om burgers te laten oordelen in moeilijke afwegingen
  6. Ik stel burgers in staat over belangrijke besluiten te stemmen 
  7. Ik ben bereid burgers resultaten te laten controleren
  8. Ik nodig uit tot meer interactie over verantwoording 
  9. Ik bevorder permanente toetsing van de kwaliteit van de participatie
  10. Ik ga werken als een gemeenteraadslid dat niet over de gemeenschap gaat, maar er in staat.
Iets uitgewerkter hier

Dit zijn heel algemene voornemens die niet gaan over links en rechts, maar over het centraal stellen van burgers. 

dinsdag 4 juli 2017

IJsland en de maakbare samenleving

IJslandse jongeren zijn niet meer de dronken en stonede lorren van de jaren 90. Het recept voor die preventie is vrij simpel, maar vrijwel nergens ter wereld toepasbaar. Tenzij wij dat willen. 

Eind jaren negentig dronk de helft van de IJslandse jeugd onder de 16 vaak en veel. Nu is dat van 50% gezakt naar 5%. Dat is opzienbarend in een tijd dat we gewend zijn geraakt dat de wereld niet meer maakbaar is, dat de jeugd nu eenmaal in contact komt met van alles in deze open wereld en dat we een machteloos slachtoffer zijn van kwaadwillende ondernemingen. En het mooie is dat de manier van werken beschreven is en onderzocht. (lees bijvoorbeeld Medicalpress). De maatregelen zijn zoals dat heet evidence based (gebaseerd op maatregelen die bewezen succes hebben)

Het geheim? Iedereen draagt zijn steentje bij."Enforced common sense", heet het ook wel. 

In IJsland is gekozen voor een mix van maatregelen. 
- De eerste zijn vrij simpel: wetten op het gebied van verkoop en reclames. Makkelijk, want de overheid gaat aan de slag, de ouders hoeven niets te doen. 
- De volgende is al wat moeilijker: fristundskort├şd, een activiteitenkaart voor ieder kind in te wisselen bij elke sportclub, toneelvereniging of muziekschool. Biedt de kinderen iets te doen in plaats van met de vinger te wijzen naar wat niet mag. 
- Het laatste is het lastigste: jongeren tot 16 jaar mogen na tienen 's avonds niet meer onbegeleid buiten. Niet gehandhaafd, maar algemeen geaccepteerd en serieus genomen door ouders, leraren en de rest van de omgeving. Dat is "enforced common sense". 

Het onderliggende concept: Sociale controle waarbij iedereen het met elkaar eens is dat het een goede zaak is.

Het kan een inspiratie zijn die veel verder gaat dat voorkomen van drugsmisbruik. De overheid kan reclamecampagnes inkopen wat ze wil, wetten afkondigen die ver of niet ver gaan. Maar het gaat om de samenleving: wat wil de samenleving en zet die er dan gezamenlijk de schouders onder? Dat is in Nederland met 17 miljoen inwoners lastiger dan in IJsland, waar niet meer mensen wonen dan in Utrecht. Maar misschien is Utrecht wel een mooi startpunt. Terecht zegt de gemeente Utrecht maken we samen. 

Mijn les uit IJsland: hoe de samenleving er uit ziet maken we zelf uit. Uitbesteden aan de overheid is niet erg effectief. Een wet of een reclamecampagne doet pas wat als de samenleving het wil.


De samenleving is maakbaar, als we zelf willen.