donderdag 14 februari 2013

Mag je PowNews weigeren op je persconferentie?

Onder de noemer 'Vast en zeker, ook in 2013!' bieden 25 BOVAG-autobedrijven in Almere voortaan standaard aan alle klanten aan om de kentekenplaten goed vast te zetten op de auto. In Almere werden vorig jaar honderden platen gestolen en in heel Nederland gaat het jaarlijks om zo'n 20.000 gestolen kentekenplaten. (hier) Reaguurders hadden er bijna geen kennis van kunnen nemen! Schande.

PowNews werd geweigerd op de persconferentie hierover in Almere. Ik heb een hekel aan de infotainment van PowNews, maar van mij mogen ze op TV. Er zit een afstandbediening op de televisie en dat ze een kijkerspubliek bedienen is duidelijk. Ik zeg het er maar even bij, want als je aan PowNews komt, kom je op gevaarlijk gebied.

Dat neemt niet weg dat het wat anders is om persconferenties te verstoren. Mensen accepteren dat maar, maar dat hoeft helemaal niet. Toen ik blij was dat Pownews geweerd werd bij een persconferentie van de BOVAG met gemeente Almere heb ik dat ook getweet. Ik hoopte dat dan het kleutergedrag van Pownews snel zou stoppen.

Dat moet je in deze politiek correcte dagen nu net niet doen. Krachtige woorden als bedreiging van de persvrijheid en einde aan de democratie waren de te verwachten reactie.

Je hoort namelijk boos, wat zeg ik woedend te zijn als er iemand aan Pownews komt. Dit woedende decennium houdt van emotie, te kakken zetten en denkt dat dat verstoren van persconferenties omdat daar toevallig mevrouw Jorritsma rondloopt het behouden van onze democratie dichterbij brengt. Iemand die reageert heet dan ook niet gewoon Jan Bennink, maar SuperJan.

Nog gekker wordt het als je bedenkt dat het hier gaat om het bezoeken van een persconferentie. Als je met persvrijheid niet meer bedoelt het verspreiden van het vrije woord, maar het recht om persconferentie te bezoeken en verstoren. Waar blijven we dan? Toen ik bij Wakker Dier zat werden we ook niet toegelaten op persconferenties van het Landbouwschap en van de Vakbond van Varkenshouders. Daar ging ik ook niet zielig over doen en zeker vond ik het geen bedreiging van de vrijheid. Wij hadden immers de vrijheid om actie te voeren, zij om hun verhaal te vertellen.

Democratie heeft namelijk ook te maken met andersdenkenden in de gelegenheid te stellen hun verhaal te vertellen, in dit geval dat 25 BOVAG-autobedrijven in Almere voortaan standaard aan alle klanten aanbiedt om de kentekenplaten goed vast te zetten op de auto.

Ik weet nog dat ik in 1985 in de Houtrusthallen de aanbieding bijwoonde  van de handtekeningen (het volkspetitionnement) tegen de kruisraketten aan Premier Lubbers. Toen ontstond er een actie "Keer Lubbers de rug toe". Ik vond dat raar: bied je handtekeningen aan, ben je niet bereid om naar hem te luisteren. Als jullie niet naar hem wil luisteren, waarom hij dan naar jullie? Ik keerde dus niet de rug toe. Dat mocht niet. Boze demonstranten stonden ineens allemaal met hun gezicht naar mijn kant. Want ik bleef naar Lubbers kijken. Ik vond dat een beangstigend moment. Want iemand siste ook nog "omdraaien"!

Reactie van SuperJan was dan ook:

Toen ben ik maar gestopt. Maar ik vind het nog steeds. Democratie houdt niet alleen in dat je je mening mag zeggen, maar ook dat je anderen de kans geeft hun mening te  zeggen. BOVAG ga je gang. Onder de noemer 'Vast en zeker, ook in 2013!' bieden 25 BOVAG-autobedrijven in Almere voortaan standaard aan alle klanten aan om de kentekenplaten goed vast te zetten op de auto. Hulde

woensdag 13 februari 2013

Tien tips om het vertrouwen in verzekeraars te verpesten

Met de nationalisatie van SNS is het vertrouwen in financiële instellingen weer verder gehavend. Dit is de tijd om vertrouwen verder te ruïneren. Tien tips.
  1. Verpest het voor de rest
    Financiële instellingen worden als sector bekeken. Het falen van een verzekeraar heeft een grote impact op de hele sector. Goed nieuws komt niet in de krant, selcht nieuws wel. Als verzekeraar heb je dus veel invloed. Die is te gebruiken: het is de allerbelangrijkste tip. Het aardige is dat andere verzekeraars hun best doen om de eigen dienstverlening te verbeteren, maar de slinkse trucs van de concurrentie (u)  houden ze niet tegen.
  2. Wees oneerlijk
    Niets is dodelijker voor het vertrouwen dan domweg de waarheid niet vertellen. Verantwoord ondernemen, goed zorgen voor mensen: vertel je het wel, maar doe je het niet, dan heeft dat de grootste invloed. Oneerlijk zijn werkt veel beter dan slechte dienstverlening of ondeskundig zijn. Hier is winst te behalen door als verzekeraar u te verbinden met vastgoedinvesteringen: de lasten van de vastgoedinvesteringen die mis gaan slaan ook terug op uw vertrouwen als verzekeraar.
  3. Werk met lange ingewikkelde contracten
    Wanneer een klant de overeenkomst niet begrijpt geeft dat een onrustig, ongemakkelijk gevoel. Mijd duidelijke taal in een contract om de klant voor te bereiden op een aanslag op vertrouwen.
  4. Wees indirect
    Als de klant een claim indient, zeg dan omfloerst dat u hem wel vertrouwt, maar dat anderen onbetrouwbaar zijn. Zeg nooit duidelijk dat u elke klant controleert. Zeg nooit duidelijk dat een klant ergens op kan rekenen. (Doet u dat wel, breek dan die belofte)
  5. Gebruik jargon
    Schrijf brieven in onduidelijke taal en voeg vooral jargon toe! Jargon schept afstand tussen de eigen kring en de buitenstaander, gebruik dat om het ongemakkelijke gevoel dat u iets voor de klant verborgen houdt te versterken. Het helpt ook om met verschillende nummers te werken: klantnummer, polisnummer en accountnummer, alles kan.
  6. Wees op het juiste moment stil
    Informeer de klanten op het moment dat u dat schikt, niet op het moment dat de klant onzeker is. Stuurt u een onduidelijke brief, zorg dan dat het klantcontactcentrum de volgende dag onbereikbaar is.
  7. Beantwoord kritiek met kritiek
    Natuurlijk kan het gebeuren dat u een fout maakt en de klant u daar op wijst. Dit is een kans om het vertrouwen verder te verliezen. Als de klant zijn kritiek uit, moet u het weerwoord direct klaar hebben, geef vooral de klant niet het gevoel dat u luistert. Liefst heeft u een foutje van de klant paraat, bijvoorbeeld dat de klant een verkeerd adres heeft ingevuld of een vraag verkeerd heeft beantwoord.

U ziet, ik heb u tien tips beloofd, maar geef er maar zeven. Dat geeft onrust en dat is goed. Eigenlijk is het vertrouwen van de klant verliezen niet zo moeilijk. De kranten zijn u gunstig gezind en het falen van financiële instellingen heeft de tijd rijp gemaakt.

Hieronder een grafiek van het vertrouwen in verzekeraars (percentage mensen dat aangeeft vertrouwen te hebben min percentage dat aangeeft geen vertrouwen te hebben). Het is totaal is negatief (meer mensen geen dan wel vertrouwen) en ging tot de SNS genationaliseerd werd weer de goede kant op.
Biron Verbond van Verzekeraars


Meer weten om het tegendeel te bewerkstelligen? Dat is veel moeilijker. Start eens hier:  over herstellen van vertrouwen in relaties.

Hoe gemakkelijk vertrouw je eigenlijk? doe de test!

dinsdag 12 februari 2013

Vader staat of eigen kracht?

Onze kinderen hebben elk een eigen kamer en op zolder is er ook een ruimte voor alle kinderen. Opruimen is zowiezo een probleem, maar de gezamenlijke ruimte opruimen helemaal. De een heeft het ene laten slingeren, de ander het ander en als er iets van de gezamenlijke dingen kapot is, voelt niemand de neiging de reparatie op zich te nemen. Het is een bekend gegeven: ik heb die troep toch niet gemaakt, in mijn eentje kan ik het niet, de ander moet eerst iets doen of als ik het doe hoeven de anderen minder te doen dan ik. Het komt er op neer dat de ouders hier een taak op zich nemen.

Het zijn deze gemeenschappelijke ruimten  die over de hele wereld problemen opleveren en niet alleen op onze zolder. Het gaat hier om common grounds. Iets dat van iedereen is, is vaak van niemand. Commons verwijst naar de culturele en natuurlijke hulpbronnen toegankelijk voor alle leden van een samenleving, met inbegrip van natuurlijke materialen zoals lucht, water, en een bewoonbare aarde. Deze middelen worden in gemeenschappelijk bezit gehouden, niet in particulier bezit.

Overheid en gemeenschappelijk bezit
De overheid is zo'n beetje uitgevonden om met deze problemen om te gaan, maar heeft langzaam de taak op zich genomen alsof de overheid van bovenaf over deze zaken kan beslissen. Hoewel de zienswijze vaak handig is, gaat ze toch niet helemaal op. De overheid is dan de deus ex machina die problemen oplost. Ze verlost ons van zwerfvuil, ze pakt de vervuiling aan en ze zorgt voor schoon water.

Nu de overheidsbuidel leeg raakt, blijkt het erg lastig om ons te verlossen van zwerfvuil en alle andere buurtproblemen. Wat er eigenlijk gebeurde was dat de overheid onze troep opruimde en dat wij als kinderen daar aan gewend zijn geraakt. Op het moment dat er bezuinigd wordt, moeten we zelf gaan schoonmaken. Probleem is nu dat we helemaal de manier kwijt zijn geraakt om gezamenlijk afspraken te maken. Dat betekent dat sommigen taken op zich nemen, terwijl anderen als free rider niets doen. En het betekent dat de mensen die overleggen over wat er moet gebeuren bepalen wat er gebeurt. Terwijl in de politiek nu juist afspraken waren gemaakt om iedereen vertegenwoordigd te laten zijn.

Het zeer gemakkelijk hanteerbare model van de participatieladder is daarom eigenlijk principieel fout. Mensen worden geïnformeerd, mogen meepraten, adviseren, co-produceren, mee-beslissen. Ja, het past prima bij de manier waarop de huidige overheid en burgerparticipatie is vormgegeven. Maar het past niet in een model waarbij de verantwoordelijkheid weer door de samenleving genomen wordt. Het gemeenschappelijk bezit wordt in deze visie niet ons gezamenlijk bezit, maar overheidsbezit waar de bewoners over mogen mee-beslissen.

We zijn verleerd om om te gaan met commons. Ik merk in de praktijk hoe lastig het is. De schoonmaak van ons eigen buurthuis (van de bewoners, zelf bekostigd) gebeurt door de bewoners zelf. Eens in het half jaar heb je schoonmaakdienst. Maar sommigen gebruiken het buurthuis nooit, die willen niet schoonmaken. De vraag komt op of we hen niet over moeten slaan, maar ook dat geeft commotie. Dan gaan ze dadelijk wel de feesten, de borrelavonden of de culturele avonden bezoeken, moeten we hen dan wegsturen? En wekt het hen niet laten meedoen juist niet nog meer een segregatie op? Eigenlijk is het buurthuis niet helemaal van de bewoners die er nooit komen, zo voelen ze het niet, ze betalen er slechts noodgedwongen aan mee.Terwijl anderen hen zien als free riders als het om schoonmaken gaat. 

Dat zijn vragen die we op meer algemeen niveau terug zien. Op het moment dat de overheid taken afstoot naar de samenleving is precies dat aan de hand. Het is dan alsof wij niet de baas zijn van de politici. De parlementaire democratie is geen institutie gebaseerd op hiërarchische gezagsverhoudingen. Bij onze zolder wordt dat opgelost door de kinderen uit huis te laten gaan: zij zetten eigen huishouding op en maken zelf eigen keuzen.

Bezuiniging als kans voor meer eigen kracht?
Het afstoten van taakjes naar buurten suggereert dat de bezuinigingen een kans zijn: een “nu we geen geld meer hebben mogen jullie het zelf doen”. Alsof de ouders ons als kinderen opdragen nu zelf de rommel op te ruimen. Je kunt dus ook niet een buurthuis overdragen aan de buurt. Wel kun je als buurt het naar je toe halen, of bij sluiting kijken welke voorziening je als buurt wilt en of het hebben van een buurthuis belangrijker is dan andere voorzieningen.

Bezuiniging is eigenlijk de slechtste start om taken over te dragen aan buurten. Het lijkt teveel op koude decentralisatie van voorzieningen zoals ook van rijk naar gemeenten is gebeurd. De 'ouder' beslist, het kind voert uit. Dat is geen Eigen Kracht, maar Uitbesteden aan de Onderdanen.

Burgerbegroting
Een betere start zou kunnen zijn om te werken met participatory budgeting, een burgerbegroting. Participatieve budgettering - ook wel de Burgerbegroting genoemd -  is gestart in Porto Alegre en bouwt de begroting op vanaf de basis in plaats van top down. Er is sprake van 4 stappen: 1) De gemeenschap bekijkt welke uitgaven prioriteit hebben en vaardigen mensen af om dat te bepleiten 2) Budget afgevaardigden ontwikkelen voorstellen, met de hulp van deskundigen 3) De lokale bevolking stemt over welke voorstellen doorgaan tot 4) De stad werkt de beste voorstellen uit. 

In deze opzet verandert de taak van de gemeenteraad. De belangrijkste functie van de gemeenteraad is de vraag van elke wijk te verbinden met de beschikbare middelen. Vervolgens keurt de gemeenteraad wel de totale gemeentelijke begroting goed. De resulterende begroting is bindend, de gemeenteraad kan wel voorstellen doen, maar niet zelf de begroting veranderen: dat kunnen alleen de wijken.

Niet voor niets gooit dat de hele Gemeentewet overhoop. De kinderen zetten hun eigen huishouding op! Dat is moeilijk te verenigen met het huidige stelsel, de huidige politieke partijen en politici. We zullen het daarom moeten doen met kleine stapjes. Dat kan ook, misschien is Porto Alegre op zijn minst een mooi uitzicht om naar toe te wandelen. Een eigen huis van de democratie.

dinsdag 5 februari 2013

De buurtrechter als toegankelijke loot aan het rechtssysteem

Stel je een tijd voor dat er in de buurt veel nieuwkomers uit een ander land en andere cultuur komen. De cultuurverschillen leiden tot problemen en tussen de nieuwkomers en de autochtonen ontstaat nogal eens geweld. Dat is lastig, want deze tijd zijn de rechtbanken overbelast.

Ik heb het natuurlijk over het eind van de zestiende eeuw.

De steden van gewest Holland werden geconfronteerd met vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden vanwege de losmaking van de Nederlanden uit het Spaanse gezag. De toename van het aantal rechtzaken was een bedreiging voor de bestuurbaarheid van het land (de bestuurders spraken ook nog recht). De stad Leiden voerde toen de buurtheer in. Hij was niet alleen een wijkregisseur die bemiddelde bij burenruzies, maar legde ook boetes op. Partijen konden hun geschil pas voorleggen aan de rechter als ze eerst bij de buurtheer waren geweest.

Laagdrempelig eerstelijns geschilbeslechting
Herkenbaar? Je kunt ook niet naar een specialist als je eerst bij de huisarts bent geweest. In veel consumentengeschillen kun je eerst naar de laagdrempelige geschillencommissie. In e-bay kun je zelfs je geschil online bediscussieren. “We always encourage our members to communicate with each other when there's a problem with a transaction. If you've already attempted to contact the member but were unable to resolve the problem, you can open a case”. Je zaak wordt dan ook door anderen bekeken. In korte tips geven ze ook aan hoe je het beste kunt communiceren met je handelspartner. Leer om het zelf op te lossen. 

Eigenlijk vreemd dat er niet zo'n buurtrechter is.

In Frankrijk hebben ze een “juge de proximite” die boetes kan opleggen bij kleine overtredingen. In Engeland een justice of the peace, in Italie een guidici conciliatore en in Spanje een juez de paz. Een soort buurtrechter zoals we dat overigens vroeger (na de buurtheer) ook hebben gehad (de vrederechter).

Simpele uitspraak voor simpele zaken
Wat we wel zien is dat er meer gedaan wordt aan buurtbemiddeling. Dat blijkt ook goed te werken om escalatie te voorkomen en de sociale samenhang in de buurt te verbeteren. Maar soms is er iemand nodig die zegt “Zo is mijn uitspraak en daar moet u het mee doen!”. Natuurlijk hebben actievoerders en notabelen toegang tot de rechter. Maar gewone buurtbewoners hebben dat niet, of in elk geval hebben ze dat gevoel. Het HiiL instituut stelt dat onder duizend volwassenen er jaarlijks tussen de 150 en 450 nieuwe juridische problemen. ontstaan Dan blijkt ook nog dat bijna de helft van de problemen nooit wordt opgelost! Met een laagdrempelige toegang kan zo'n buurtrechter veel doen.

Geen wonder dat de Rijdende Rechter mr Frank Visser ook een aanhanger is van de buurtrechter.

Rechters juist verder weg
Het is niet alleen een logica die de rechtbanken kan ontlasten. Het brengt het oplossen van conflicten weer dichter bij de mensen. En dat is geen gek idee nu het aantal kantongerechten wordt teruggebracht en daarmee de afstand groter wordt. Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet Herziening Gerechtelijke kaart in werking getreden. Hierdoor wordt het aantal rechtbanken teruggebracht tot 10! Er waren 61 kantongerechten. Verder is de bevoegdheid van de kantonrechter verruimd. 
Ondertussen staat de rechter eigenlijk verder af van de samenleving. Niet alleen omdat de griffierechten hoog zijn, ook omdat er weinig verbinding is met de samenleving. De rechter kent de buurt nauwelijks en andersom.

Vroeger kon dat omdat er nog automatisch gezag uitging van notabelen. Nu is dat niet meer zo en wat we van rechtszaken zien is vooral dat slachtoffers de straffen te laag vinden. In de VS en andere landen waar mensen lid kunnen zijn van een jury maken mensen beter de waarborgen mee die in het rechtssysteem zijn opgenomen. In Nederland is dat niet zo. Natuurlijk zal een buurtrechter zich beperken tot huiselijke zaken: scheiding, leefbaarheid in de buurt en burenruzies die niet via bemiddeling opgelost worden.

Democratische rechtsstaat steeds zichtbaar laten zijn
Maar de fysieke aanwezigheid van een buurtrechter en gemakkelijke toegang, niet alleen als vorderaar, maar ook als toeschouwer kan de mensen weer inde praktijk laten zien wat de meerwaarde is van onafhankelijke rechtspraak.

Ik heb meerdere malen betoogd dat democratische gezindheid geleerd moet worden en dat mensen alleen onthouden hebben dat de meeste stemmen gelden. De omgang met minderheden, gezamenlijk debatteren zijn we verleerd. Dat geldt eigenlijk ook voor ons rechtssysteem. Het prachtige systeem van regels waarmee de mens de samenleving ordent. In het recht staat wat je wel en wat je niet mag doen. En dan een onafhankelijke rechter zich laten uitspreken is een prachtige vinding. 

We nemen die teveel voor lief, omdat die ontstaan is in de haarvaten van de samenleving. Nu de rechter verdwijnt uit de haarvaten en zich moet richten op efficiëntie, grotere schaal, vergeten we dat de legitimiteit van de rechter vanzelf moet blijven spreken. 

Dat kan als mensen op buurtniveau het systeem weer leren kennen en waarderen.

vrijdag 1 februari 2013

It takes a village to raise a child

Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld bepleiten in hun essay om wat normaal is weer de gewoonste zaak van de wereld te maken: ervan uitgaan dat er een heel dorp modig is om een kind op te voeden. In hun mooie stuk 'De gewoonste zaak van de wereld' gaan ze net iets te ver. Daarmee dreigen ze medestanders af te weren.

Enige tijd geleden namen de klachten over lawaai van spelende kinderen in de buurt toe. Op ons internetforum verschenen de eerste berichten “Mag het een decibel minder?”. De Kersentuinkinderen spelen weer lekker veel buiten. Ik ben nog steeds erg blij dat we onze omgeving zo hebben ingericht dat dat goed kan. Wat ik heel wat minder vind is het lawaai dat daar steeds meer bij geproduceerd wordt. De kinderen van met name tussen 8 en 12 schreeuwen, gillen en krijsen heel veel. Voor een deel is dat in het vuur van het spel, wat begrijpelijk is, maar voor een deel lijkt het er ook wel op dat ze heel moeilijk iets kunnen doen zonder er knalhard bij te schreeuwen. (...)

Opvoeding als individuele onderneming ….
De eerste mededeling bracht een stroom berichten op gang, waarbij nogal eens gewezen werd op de mogelijkheid om de kinderen elders te laten spelen. “Er is een groot speelveld in het parkje achter de kersentuin, kunnen de kinderen daar niet lekker spelen en schreeuwen zonder overlast te geven? Misschien kunnen de ouders die dit lezen hun kinderen stimuleren om daar ter spelen.” Verder kwam er het idee op om “dit door iemand te laten begeleiden die er neutraal in staat en vooral ook in staat is om het goed en prettig bespreekbaar te maken. Die ons iets kan aanreiken om afspraken te maken en vormen van communicatie. “ Ik pak er dan twee berichten uit die weergeven wat veel ouders ook zullen denken. Jullie merken: je begint met overlast en al snel ben je gekomen richting wegschuiven en professionele hulpverlening.

Waar het om gaat is dat zelfs in een buurt waarin de bewoners zelf het groen beheren en een buurthuis hebben, het toch erg lastig is om te dealen met overlast van kinderen. En het gaat hier om onschuldige overlast. De opvoeding is immers een individuele onderneming.

...of een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Dat idee dat opvoeding een individuele zaak is wordt steeds meer ter discussie gesteld in de 'pedagogische civil society”. Je komt dan al snel op een oud gezegde uit de Nigeriaanse Igbocultuur dat luidt: ‘It takes a village to raise a child.

En zo komen we weer de wereld van de professionals binnen. Ik ben een groot aanhanger van het gebruik van Eigen Kracht. Maar onder ouders is begrip ook niet onomstreden. Veel ouders steunen als reactie op incidenten betere en eerdere signalering en sluitende systemen. De politieke reflex ondervindt grote steun in de samenleving. Een compromis wordt dan snel gevonden: samenwerking tussen ouders en centra voor jeugd en gezin, een ouderraad verplicht stellen etcetera.

Elkaar aanspreken op normen
Gaat die gedachte van een pedagogische civil society helpen? Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld bepleiten in hun essay om wat normaal is weer de gewoonste zaak van de wereld te maken. Ze sommen op wat ze normaal willen laten zijn:
  1. De village die nodig is om kinderen te laten opgroeien bestaat uit medeopvoeders die zich om kinderen bekommeren die zonder ouders op straat lopen of spelen.
  2. De village biedt veilig toezicht als kinderen even ontsnappen aan de blik van de ouders.
  3. De village kan een steun zijn als het tussen ouders niet botert.
  4. In de village helpen gezinnen elkaar bij praktische zaken zoals de opvang van kinderen.
  5. In de village zouden ouders onderling een bron van kennis en kunde zijn.
  6. In de village vindt een gesprek plaats over normen: wat kan wel en wat kan niet. Men spreekt elkaar ook aan op die normen.
  7. In de village lost men problemen vaker onderling op, zonder een beroep te doen op autoriteiten.
  8. In de village wordt, als dat nodig is, alarm geslagen wanneer er sprake is van ontwikkelingen die bedreigend zijn voor jongeren.

En precies hier gaat het mis met de pedagogische civil society. De schrijvers stellen dat we minder snel een beroep op elkaar doen en we schroom hebben om ons met de opvoeding van elkaars kinderen te bemoeien. Terwijl dat de gewoonste zaak van de wereld is. Iedereen mee eens .... of toch niet?

Ze willen een heel andere samenleving. “Het kernbegrip is daarbij nabijheid. We leven in een gefragmenteerde wereld. Of misschien moeten we zeggen we leven in een verknipte wereld. We knippen de wereld op in stukken die weinig met elkaar te maken hebben.” Ze bepleiten een pedagogisch communautarisme en zien dat als gelijk aan de pedagogische civil society. 

Ik zou er zelf in gaan geloven. Vroeger was het niet zo'n verknipte wereld.

Maar ik geloof het toch niet. We hebben immers in de Kersentuin (waar ik woon) die nabijheid gecreëerd. We kennen elkaar en lossen het ook op. En ik maak mij sterk dat voorwaarden nummer 1, 2, 4, 5, 7 en 8 hier echt gelden. 3 en vooral 6 (over de persoonlijke levenssfeer en elkaar aanspreken op normen) sla ik bewust even over.

Geen figuur of ideologie met gezag bij iedereen
Wat we niet hebben is een vanzelfsprekende gezamenlijke religieuze of levensbeschouwelijke grondslag. Dat zouden we ook al lang niet meer willen. Dat is een verschil met vroeger. Scholen, verenigingen, kranten, vakbonden of omroepen: ze hadden allemaal een ideële grondslag en mensen waren vrijwillig actief. Deze bewegingen hadden leiders en die leiders hadden gezag. Deze waren een onderdeel van de samenleving en speelden die belangrijke rol van corrigeren als iemand iets liet verslonzen. Dat was de pedagogische civil society waarin men elkaar ook op waarden aansprak en die komt niet terug.

Gelukkig niet, want als ik wil dat moeder A aangesproken wordt als haar zoon iets uithaalt dat ik niet vind deugen, moet ik ook accepteren dat ik aangesproken wordt als iemand anders mij aanspreekt. Het klinkt mooi als ik daarvoor open sta, maar zo is het nu eenmaal niet. Laatst werd ik in de supermarkt door een vrouw er op gewezen dat ik spuitslagroom kocht, terwijl dat slecht is voor de gezondheid van mijn kinderen.

Hier wreekt zich namelijk de niet-gedeelde religieuze grondslag of levensbeschouwing. We hebben maar enkele gedeelde normen, maar ook bewust enkele waarden, uitmondend in normen, die we niet delen en waarvan we het goed vinden om te accepteren dat we daar in verschillen.

Vroeger was er bij verschil van mening een gezaghebbend figuur die de doorslag kon geven. De dominee, de vakbondsleider, de onderwijzer. Nu is die er niet meer, daarvoor zijn we te goed opgeleid, te mondig, te individualistisch.

En dan zitten we in een buurtje met “ons soort mensen”, bepaald geen gemiddelde van de bevolking. Kindermishandeling komt bovendien eerder voor vaker voor in gezinnen die getroffen worden door armoede en werkloosheid en waarvan de ouders laag zijn opgeleid. Die wonen hier niet, werkloosheid wel, maar de opleiding is prima. Verder zijn kindermishandeling en huiselijk geweld verschijnselen die nogal eens van generatie op generatie worden overgedragen. Wat ik bedoel is dat we geen contact hebben met de groep die aangesproken zou moeten worden. Het begrip van de Village komt uit de VS en dat is op het gebied van preventie van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling etcetera nu niet een mooi voorbeeld. 

Neem de kampers die bij ons om de hoek wonen. Daar hebben we geen contact mee en ook geen overeenstemming over normen en waarden. Daar geldt meer een liberale inslag: leven en laten leven zolang je de vrijheid van de ander niet in gevaar brengt.

Kleine stappen om de nieuwe samenleving vorm te geven
Is het concept dan zinloos? Helemaal niet. Het is een mooi ideaal en het is beter dan de "sluitende aanpak" vormgegeven vanuit professionals. Ik blijf liever bij het idee dat de samenleving (zorg, scholen, overheid, buurtbewoners) hun eigen civil society nog moeten gaan vormgeven. Ook Micha de Winter (de munter van het begrip 'Pedagogische civil society') denkt in veel kleinere stapjes. “Het is dan een kwestie van professioneel vakmanschap om ouders, de omgeving en zorgverleners in de eerste lijn in staat te stellen beter met opvoedingsvragen en opvoedingsproblemen om te gaan.”

Ik geloof dus niet in de Village zoals geschetst door Hilhorst en Zonneveld in een holistisch of communitaristisch concept. We moeten accepteren dat de individualisering niet is terug te draaien en dat velen (waaronder ik) dat ook niet wenselijk vinden. In de school zijn daardoor licht andere normen dan thuis. Elkaar daarop aanspreken gebeurt in verschillende sferen, zolang de normen van thuis in huis maar gelden en van school op school. De discussie met de school gaan we niet aan, die normen accepteren we gewoon.

Zoals wel vaker trappen Hilhorst en Zonneveld in de val dat ze menen dat de problemen niet opgelost kunnen worden in de huidige samenleving, maar alleen in een andere (communitaire) samenleving opgelost kunnen worden. Daarmee stoten ze eigenlijk andere mensen af. 

Liberale oplossing versus communitaristische oplossing
Ik geloof wel in het aanspreken van de eigen kracht. Zeker! Maar daar wordt een nieuwe samenleving op gebouwd, niet op het ideaal van het Nigeriaanse dorp waarin we elkaar blijven aanspreken op gezamenlijke normen. Die komen bij ons immers voort uit verschillende waarden.  Er is geen one size citizen meer.  Een 'reasonable pluralism' vangt de samenleving beter. John Rawls noemt dat het zoeken naar een overlappende consensus: een set van principes die het samenleven reguleren. Met basisvrijheden en wederkerigheid. Wie als moslim over straat wil gaan moet ook accepteren dat anderen korte rokjes willen dragen. Dat betekent dus ook dat er zaken zijn waar je elkaar niet op kunt aanspreken, maar waarvan je pluralisme accepteert. 

We worden geen melting pot waarbij alles door elkaar gemengd wordt en versmelt tot gezamenlijke waarden en normen. Het is meer een salad bar: vlakbij onze normen en waarden wonen groepen met iets andere normen en waarden, als salade door elkaar gehusseld, maar niet gemengd. Daartussen geldt eerder de liberale gedachte: de vrijheid van de een moet de vrijheid van de ander niet schaden, daarbinnen spreken mensen elkaar wel aan. En die manier vind ik fijner dan de melting pot uit Amerika, die eerder bestaat uit diverse melting pots, van gated communities tot wijken waar iedereen accepteert dat het voor de buitenstaanders no go areas zijn.

En de kinderen in onze buurt?
Nu moet ik zeggen dat het kwam tot een initiatief dat ik met twee moeders (als werkgroep decibel) nam om met de kinderen en de klagers te praten over de overlast en wat we kunnen doen. Het idee dat de kinderen maar elders moesten spelen kwam in een zo kindvriendelijke buurt wat vreemd over en professionele ondersteuning vragen ging ons te ver. Het initiatief van de werkgroep decibel heeft die zomer goede invloed gehad, maar de problemen blijven terugkomen. 

In een vergadering van vorige week kwam het weer ter sprake. Nu ging het over rotzooi in ons projecthuis (ons buurthuis dat we geheel van eigen geld en in eigen beheer runnen). We kwamen niet veel verder dan een oproep aan ouders om op te letten. Een wat lege oproep want, voor zover ik weet, zijn het niet de kinderen van de ouders die op die vergadering aanwezig zijn. Het zijn kinderen van ouders die nooit op vergaderingen komen. De ouders hebben andere waarden, ook al leven ze met veel plezier in onze gemeenschap. En ik begrijp dat.

Waar het om gaat is dat zelfs in een buurt waarin de bewoners zelf het groen beheren en een buurthuis hebben, het toch erg lastig is om te dealen met overlast van kinderen. En het gaat hier om onschuldige overlast. De opvoeding is immers een individuele onderneming. Dat vindt niet iedereen, maar velen wel. 

Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld De gewoonste zaak van de wereld. Het essay is een publicatie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)