dinsdag 4 juli 2017

IJsland en de maakbare samenleving

IJslandse jongeren zijn niet meer de dronken en stonede lorren van de jaren 90. Het recept voor die preventie is vrij simpel, maar vrijwel nergens ter wereld toepasbaar. Tenzij wij dat willen. 

Eind jaren negentig dronk de helft van de IJslandse jeugd onder de 16 vaak en veel. Nu is dat van 50% gezakt naar 5%. Dat is opzienbarend in een tijd dat we gewend zijn geraakt dat de wereld niet meer maakbaar is, dat de jeugd nu eenmaal in contact komt met van alles in deze open wereld en dat we een machteloos slachtoffer zijn van kwaadwillende ondernemingen. En het mooie is dat de manier van werken beschreven is en onderzocht. (lees bijvoorbeeld Medicalpress). De maatregelen zijn zoals dat heet evidence based (gebaseerd op maatregelen die bewezen succes hebben)

Het geheim? Iedereen draagt zijn steentje bij."Enforced common sense", heet het ook wel. 

In IJsland is gekozen voor een mix van maatregelen. 
- De eerste zijn vrij simpel: wetten op het gebied van verkoop en reclames. Makkelijk, want de overheid gaat aan de slag, de ouders hoeven niets te doen. 
- De volgende is al wat moeilijker: fristundskortíd, een activiteitenkaart voor ieder kind in te wisselen bij elke sportclub, toneelvereniging of muziekschool. Biedt de kinderen iets te doen in plaats van met de vinger te wijzen naar wat niet mag. 
- Het laatste is het lastigste: jongeren tot 16 jaar mogen na tienen 's avonds niet meer onbegeleid buiten. Niet gehandhaafd, maar algemeen geaccepteerd en serieus genomen door ouders, leraren en de rest van de omgeving. Dat is "enforced common sense". 

Het onderliggende concept: Sociale controle waarbij iedereen het met elkaar eens is dat het een goede zaak is.

Het kan een inspiratie zijn die veel verder gaat dat voorkomen van drugsmisbruik. De overheid kan reclamecampagnes inkopen wat ze wil, wetten afkondigen die ver of niet ver gaan. Maar het gaat om de samenleving: wat wil de samenleving en zet die er dan gezamenlijk de schouders onder? Dat is in Nederland met 17 miljoen inwoners lastiger dan in IJsland, waar niet meer mensen wonen dan in Utrecht. Maar misschien is Utrecht wel een mooi startpunt. Terecht zegt de gemeente Utrecht maken we samen. 

Mijn les uit IJsland: hoe de samenleving er uit ziet maken we zelf uit. Uitbesteden aan de overheid is niet erg effectief. Een wet of een reclamecampagne doet pas wat als de samenleving het wil.


De samenleving is maakbaar, als we zelf willen.  

dinsdag 20 juni 2017

Leven we in een gevaarlijke wereld?

Er zijn nogal wat bedreigingen op facebook en andere sociale media. En het blijft niet bij bedreigingen. Onlangs werd een senator in de VS neergeschoten, aanhangers van IS plegen aanslagen op willekeurige mensen. De oorlog van allen tegen allen lonkt en er lopen mensen rond die denken dat die oorlog te winnen is.

  1. De drempel om te dreigen is laag, wat je vroeger vloekte, kan nu op facebook of twitter geuit worden. Soms uit woede, soms uit een onbegrijpelijke humor.
  2. In de meeste gevallen blijft het hierbij, maar gefrustreerden kunnen elkaar gemakkelijker dan vroeger vinden en elkaar gelijkgeven.
  3. IS maakt gebruik van dit soort gefrustreerden door er een mooi religieus sausje overheen te gieten en de mensen op te hemelen. Eindelijk worden ze begrepen.
  4. Er zijn zelfs mensen die verdienen aan een aanslag

Wat moet je daar nu mee?
Eerste idee dat opkomt is om mensen heel streng te straffen en wraak te nemen. Dat zou een afschrik-effect kunnen hebben. Bij de meeste misdrijven zien we dat de pakkans vergroten veel belangrijker is.
Tweede idee is de pakkans vergroten. Lastig, want iemand als Sylvana Simons ontving al snel een paar honderd bedreigingen zodra ze het woord Sinterklaas in haar mond nam. En wat doe je tegen mensen die in een busje inrijden op onschuldige omstanders? Derde is de vereniging van dit soort bedreigers aanpakken. Met als gevolg dat de "lone wolfs" een steeds grotere rol spelen. Individuen die los van de samenleving staan worden gebruikt om de oorlog van allen tegen allen te winnen. Het lijkt alsof we terug zijn in de Middeleeuwen. 

Wat zouden ze in de Middeleeuwen gedaan hebben?
  • 1. heel streng straffen
  • 2. sluit je af van deze groepen
  • 3. nudgen en verantwoordelijkheid geven
Nummer 1 bleek weinig effectief. De combinatie van 2, streng straffen en de pakkans vergroten was al een stuk effectiever. Maar streng straffen had als vervelende bijwerking dat mensen die de boel verziekten er steeds beter in werden. Wraak nemen lost meestal niets op. Zo werd van dieven de neus afgesneden (om af te schrikken), waardoor mensen zonder neus alleen nog maar dief konden worden en zich daarin dus gingen specialiseren.

Met nummer 3 erbij hebben we het uiteindelijk gered. De kerk had hier een grote rol in, (Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere (Romeinen 12 vs 19) maar de mede-menselijkheid was vooral belangrijk (want het Oude Testament ademt meer de sfeer van oog om oog). Verschil met toen is dat het niet mogelijk is om een muur om je stad te leggen en dat het geloof een minder grote rol speelt. Wat vroeger ook kon: alleen burgerschap geven aan mensen die zich netjes gedragen. Dat gebeurt informeel nog steeds, maar werkt niet zo goed.

De stemmen op twitter gaan nog altijd vaak richting 1 of 2. Het doet mij denken aan Noord Korea waar Otto Warmbier 15 jaar dwangarbeid opgelegd kreeg voor het stelen van een vlag. Het is niet alleen niet acceptabel, het werkt niet. En de economische gevolgen van de afsluiting zijn groot.

Uiteindelijk gaat het steeds om een duwtje in de goede richting en verantwoordelijkheid geven. Dat duurt langer, maar werkt wel op de lange termijn. Jammer dat letten op de lange termijn zo impopulair is geworden.  We zijn te ongeduldig voor een betere wereld. 

vrijdag 16 juni 2017

Resultaten behalen rond de Wmo

De gemeente Tilburg wil resultaten rond de Wet maatschappelijke ondersteuning halen zonder teveel bureaucratie. Als dan een rekenkamer onderzoek komt, denk je dat het advies wel zal zijn om meer bureaucratie te organiseren. En inderdaad is dat wat we terug lezen in de media. “Uit het onderzoek blijkt dat veel essentiële informatie over de resultaten die worden geboekt (door zowel de Toegang als de zorgaanbieders) ontbreekt, onvolledig is of te weinig gebruikt wordt.” 
Wie denkt dat Rekenkamers altijd alleen maar zeggen dat er meer geadministreerd moet worden vergist zich echter volledig.

Gemeenten: lees dit rapport
Het rapport verdient verspreiding door meer gemeenten. Natuurlijk zullen veel gemeenten zeggen dat ze niet alles kunnen en willen administreren. Er moet wel gewerkt worden! Het idee is dat je meer vertrouwen moet geven aan professionals om de resultaten te behalen die je wilt. Achteraf kun je steekproefsgewijs toetsen of de resultaten zijn behaald. Dat spreek ik ook niet tegen. 

Toch was er in Tilburg wat meer aan de hand, wat ik herken als gebruikelijk in de rest van Nederland. In de ergernis over bureaucratie en administratie is er in Tilburg gekozen voor meer aandacht voor de accountgesprekken tussen gemeente en professionals. Maar gaan die gesprekken goed en kunnen die wel goed zijn? 

Zorg voor een (gezamenlijke) balans tussen administreren en goede gesprekken
De rekenkamer maakt een mooi onderscheid tussen koude en warme control. Voordat iedereen kiest voor warme control, dat klinkt namelijk het mooist, geeft de Rekenkamer aan dat je toch beide minimaal moet regelen. De warme control moeten we dan zien als goede gesprekken, wederzijdse afstemming, overleg en gezamenlijke analyse. Vanuit deze warme control kun je kijken naar je hoofddoelstellingen en daarvoor kaders afspreken. Maar om goede gesprekken te kunnen voeren moet je het wel eens zijn over waar je heen wilt. Het schema van Marcel Boogers helpt om aan te geven wat de bedoeling is:


De minimale koude control moet er voor zorgen dat je het er over eens bent wat je wilt bereiken en kunt kijken of je dat resultaat hebt behaald. Daarvoor is meer nodig dan de regie van de gemeente, het gaat naar mijn idee om co-productie. Van de aanbevelingen van de Rekenkamer pak ik er drie:

  1. Er is geen duidelijke gedeelde ambitie van de samenwerkende partijen. De rekenkamer adviseert daarom als eerste om te bevorderen dat de partners opereren vanuit een gezamenlijk belang en een gedeelde ambitie.

Het gevaar van je richten op de goede gesprekken zonder koude control is dat je geneigd bent verbetering te zien zonder dat je het eens was over doel, behoefte. Je kunt dan ook niet goed leren en bijstellen. Met de zorgingrepen wordt altijd wel iets goeds bereikt, maar kan het beter? Dat kun je niet bekijken als je niet weet waar je heen wilde. Daarom deze aanbeveling om te komen tot een gedeelde ambitie. 

Ook interessant is dat de rekenkamer het primaat voor de afspraken niet bij de gemeenteraad legt, maar aangeeft dat het een co-productie is van zorgaanbieders en de gemeente. De zorgaanbieders worden op die manier betrokken in de koude control. Het idee is om concrete afspraken met zorgaanbieders te maken over te bereiken resultaten:

  1. Maak kwantificeerbare afspraken met zorgaanbieders over de (gemiddeld) te bereiken resultaten met toegewezen cliënten. Deze afspraken kunnen variëren per doelgroep/cliëntprofiel. Je roept de resultaten dus niet af, maar maakt die gezamenlijk.

Natuurlijk moet de gemeenteraad handvatten hebben om bij te kunnen sturen. Daarom zullen de zorgaanbieders periodiek moeten rapporteren en moet de samenleving kunnen zien wat er gebeurt om de doelen van de Wmo te behalen. Door de concrete resultaten met de professionals te benoemen, wordt het volgen van de resultaten ook interessanter voor de professionals zelf en niet iets wat je alleen voor de gemeenteraad doet.

Op het moment gaat de gemeente er van uit dat “dat de monitoring op de inhoud en de resultaten van de zorg (voor de totale portefeuille) grotendeels verloopt via de periodieke accountgesprekken tussen de gemeente en de zorgaanbieders”. Dat is herkenbaar. Maar wat ook herkenbaar is, is dat die gesprekken al snel het karakter krijgen van praktische regelzaken in plaats van over de resultaten van de geleverde zorg

Als je op deze manier de koude control beter laat aansluiten op de praktijk en meer ruimte voor goede gesprekken over resultaten en evaluatie maakt kom je ook tot een derde advies:

  1. Zorg voor kwalitatief betere plannen van aanpak: Uit het plan van aanpak moet duidelijker blijken wat de er volgens betrokken partijen moet gebeuren en met welk gewenst resultaat. Als de beoogde resultaten meer eenduidig worden vastgelegd, kan achteraf beter door de Toegang getoetst worden in hoeverre de resultaten zijn behaald


Het analysemodel dat de rekenkamer aanreikt is voor meerdere gemeenten in Nederland van groot belang. Laat je inspireren door Tilburg.   Organiseer in je gemeente gewoon eens een netwerkgesprek met betrokkenen, niet over de procedures, maar over de te bereiken resultaten en hoe je die kunt verbeteren.

Hier te vinden: Zorgen om resultaten

zaterdag 27 mei 2017

De misbruikte wens bij een gemeenschap te horen

In de NRC staat naar aanleiding van de bom in Manchester dat Islamistische extremisten en criminelen op een manier op elkaar lijken. Hun sociale netwerken, gemeenschappen en milieus lijken op elkaar. Wat beide groepen gemeenschappelijk hebben is dat ze zich afsluiten van de buitenwereld en tegelijk de groepsgenoten insluiten. Dan kun je een mooi verhaal maken over mensen die uitgekotst worden en dat extremisme komt van die uitsluiting, maar ik denk dat het iets anders is. Het is het misbruiken van de wens om bij een gemeenschap te horen.  

Het zit hem in de onderbuik. "De buitenwereld accepteert je niet" is namelijk een fantastisch onderbuik-aansprekend verhaal. Het doet me denken aan de communist die afvallig raakte en schreef dat achteraf de tijd als communist de gelukkigste tijd van zijn leven was. Duidelijkheid, geen twijfel, een hechte band met je kameraden, helaas kwam dat niet meer terug.

Natuurlijk worden die criminelen gewoon gebruikt als instrumenten door de extremisten. De terreuraanvallen worden gepland, de reacties van woede zijn de bedoeling. De terreur helpt het strakke wij-zij denken en zorgt dat extremisten zich meer met elkaar verbinden.

De terreur krijgt een kans, niet door arme omstandigheden, maar door een war on terror. Slachtoffers die in de war on terror vallen zijn een veel belangrijker voedingsbodem. Opnieuw geldt dat die slachtoffers bijdragen aan een enorme verbondenheid onderling.

Insluiting gaat gepaard met uitsluiting. En dat is precies wat de bedoeling is van de extremisten. Niets is mooier voor hen dan Westerlingen die alle moslims nu boos ter verantwoording roepen.

Voordat dit gezien wordt als een oproep tot knuffelen, moet ik melden dat ik vooral zoek naar een effectieve strategie tegen de terreur waar onze samenleving zo kwetsbaar voor is geworden. In zijn algemeen is onze samenleving kwetsbaarder voor extremisme. Mensen kunnen zich makkelijker terugtrekken in hun eigen groep. Elkaar bevestigend gelukkig zijn. Er is een enorme wens om bij een gemeenschap te horen. Mijn eigen neiging me er juist buiten te plaatsen is de luxe van de kansrijke behorend tot de etnische meerderheid. Daar maken deze terroristen rationeel gebruik van. Daar zetten ze hun pionnen voor in, Dat betekent dat we juist gematigde moslims moeten insluiten.

En de extremisten? Oppakken, isoleren, indammen, geld afpakken, lijkt mij de strategie. Daarvoor zijn inlichtingen veel belangrijker dan 2% voor defensie of meer politie op straat. Isoleren door het aanpakken van extremistische websites en het stimuleren van de ontwikkeling van tegengeluiden past daarbij. Net als moslims die aangeven dat hun geloof strijdig is met de werkwijze van de Jihadisten. Dat zijn er veel, maar de sfeer is nu dat iedereen die zich zo wil uitspreken eerst excuses moet maken.

Bij deze mijn excuses voor de situatie in Noord-Ierland, de Troubles, en de shootings van die Noorse idioot. Om de een of andere reden ben ik nooit gevraagd daar afstand van te nemen.

maandag 22 mei 2017

Begrijpelijke taal om vertrouwen te krijgen

Gemeenten en andere overheden weten het niet, maar ze hebben een belangrijke bijeenkomst gemist. Ze waren overigens niet uitgenodigd, maar wat was het goed geweest! Een bijeenkomst over vertrouwen, elkaar begrijpen, begrijpelijk en persoonlijk antwoord geven en wel communiceren als het moet en niet communiceren als het niet moet.

Ik was donderdag op een bijeenkomst van de Keurmerkverzekeraars naar aanleiding van een onderzoek naar de overlijdensrisicoverzekering. Nu staat het woord overlijdensrisicoverzekering voor “je mag gerust in slaap vallen” en een mooi scrabblewoord. Maar dat was niet waarom overheden er veel te leren hadden. De bijeenkomst ging over heldere taal, goed communiceren en begrijpelijke brochures en formulieren.

Passie om goed en begrijpelijk te informeren
Mensen afkomstig van 24 verschillende verzekeraars bespraken met elkaar hoe ze er voor zorgen dat de klanten goed en begrijpelijk geïnformeerd worden. Dat gaat dan over telefoon, mail, whatsapp, website en brieven. Concurrentie speelde nauwelijks, want er waren velen die eerlijk verzuchtten dat ze het nog niet genoeg in de vingers hadden en dat het nog steeds voorkwam dat medewerkers een brief bij elkaar knippen en plakken zodat het resultaat een vreemde brief was met alinea's in verschillende stijl. Ik zag een enorme passie om klanten goed te informeren en tegelijk begrip voor hoe moeilijk dat in de organisatie is te regelen.

Wat waren bevindingen die voor de overheid interessant waren?
  1. Centraal aangestuurde verzekeraars slagen er beter in om gezamenlijk en met alle onderdelen de begrijpelijkheid te verbeteren
  2. Centrale aansturing gaat niet zonder persoonlijke aandacht, persoonlijke trainingen en uitwisseling op de werkvloer. De basis kan niet zonder centraal en centraal kan niet zonder de basis
  3. Naast training is er coaching nodig om snel te helpen en de weg naar verbetering in te zetten
  4. Er is blijvende aandacht voor heldere communicatie nodig, anders zakt het weg.

Werkvormen
Wat was een leuke werkvorm? Delta Lloyd / NN vertelde hoe ze daar in een week enorme aandacht en directe verbetering hadden georganiseerd door middel van “Het Glazen Huis”. Een week werden diverse standaardbrieven doorgenomen en verbeterd. Vanuit alle onderdelen zaten mensen in het Glazen Huis om als taaldokter brieven te herschrijven. Er waren klanten uitgenodigd om direct feedback te geven. Er was een taalaward voor de beste suggestie. Tijdens de Week van de Taal is er ook geld ingezameld voor de Stichting Lezen en Schrijven: directies deden een donatie per herschreven tekst. Echt een aanrader!

Verder hoorde ik suggesties om degene die in een team het meest gevoel heeft voor heldere taal de anderen te laten coachen, prijzen in te stellen voor de beste brief en alles maximaal in 240 woorden te doen. Kopjes in brieven als stijlvorm is goed, maar om het iedereen te laten doen is daar ook aandacht voor nodig. Dat alles getest wordt bij klanten spreekt voor zich.

Medewerkers moeten hulpinstrumenten krijgen, maar de organisatie moet ze ook durven los te laten en zelfstandig hun werk laten doen. Organisaties die hoog scoren op klanttevredenheid doen dit namelijk ook en met resultaat.

Een laatste tip: het helpt als de organisatie weet dat eens in de zoveel tijd getoetst wordt of de brieven, telefoongesprekken en mails nog steeds goed leesbaar zijn. Mijn handen jeuken om dat ook te doen bij Belastingdienst, UWV en CAK, maar ook bij de redelijk werkende gemeenten. 

Vertrouwen
Vergeet niet: als mensen je niet begrijpen, gaan ze je niet vertrouwen.  

Gebruik onze kennis!


Opnieuw constateerde de rekenkamer vorige week bij verantwoordingsdag dat er te weinig bekend is over resultaten van beleid. Hoewel de Rekenkamer vervolgens naar de Tweede Kamer wijst om het allemaal in de gaten te houden, begrippen te standaardiseren en meer te meten, moet niet ondersneeuwen waar het om gaat: Wij, burgers, willen weten of ons geld goed besteed wordt. Daar kunnen we heel goed zelf aan bijdragen

Is meer meten en controleren de oplossing? 
De rijksoverheid werkt samen met scholen, corporaties, gemeenten, provincies, ondernemers en bewoners. De overheid kan niet in zijn eentje resultaten behalen. Als eigen handelen van de rijksoverheid alleen niet meer voldoende is om resultaten te bereiken, is het dan nog verstandig de zwarte piet steeds bij de Kamer te leggen? Binnen de samenleving beschikken veel burgers over specifieke, bruikbare kennis die kan helpen bij het controleren en evalueren van beleid. Die wordt niet gebruikt. En dan heb ik het niet over omwonenden die de vliegwaardigheid van een Boeing gaan controleren, maar juist over wat er bijvoorbeeld gebeurt met de overlast als er maatregelen tegen vlieglawaai genomen zijn. Of gewoon praktisch wat er op de school en in de wijk of op het werk bereikt wordt nadat de overheid maatregelen heeft genomen. Precies daar waar de Rekenkamer zegt dat het moeilijk te controleren is, kunnen wij, burgers, veel meer doen. Dat is niet per se controle, meer sturen op feedback.

Het gebeurt al
In Oude IJsselstreek wist de gemeente een groep burgers met bijzondere kennis op het gebied van management, verandering, en organisatiekunde aan zich te binden door hen de gemeente te laten visiteren voor een fles wijn en een gebakje bij de vergaderingen. Ik mocht die visitatie begeleiden. Ik was onder de indruk van de kwaliteit die in de groep die de gemeente visiteerde te vinden was: allemaal mensen met bijzondere kennis die bereid waren zich belangeloos in te zetten voor de publieke zaak. In Langedijk verenigde een groep burgers zich in de Burgerrekenkamer Langedijk. Zij bestoken de gemeente met kritische beschouwingen over de financiële positie van de gemeente. Zo zijn er in allerlei soorten en maten mensen die meekijken en kennis kunnen en willen delen.

Scheid advies van bevindingen
Natuurlijk moet je bij zulke burgeraudits de beleidsadviezen scheiden van de constatering over de gevolgen van beleid die burgers constateren. Uiteindelijk blijft de politiek verantwoordelijk voor te nemen financiële beslissingen en besluit de politiek of er wethouders of ministers ontslagen moeten worden. Maar die constateringen over wat werkt en wat niet, wat de gevolgen zijn, moeten vaker gebruikt worden.

Zet ons in!
Ik pleit ervoor om ons, gewone burgers, vaker in te zetten. Natuurlijk is een accountant heel goed in staat om rekeningen te doorgronden net zoals bewoners geen reparatie aan een vliegtuig moeten controleren. Bewoners zijn beter in staat te schetsen wat de gevolgen van beleid op straat zijn. Of er dan gekozen moet worden om meer politie in te zetten of meer opbouwwerkers is niet echt de kwaliteit waar de burgeraudit op uitgezocht wordt. Advies is mooi, maar dat besluit blijft aan de politiek.

Die vraag mag dan weer terug komen in de Tweede Kamer.



maandag 8 mei 2017

Eerste gedachten over herontwerp van de lokale democratie

Op het moment probeer ik een essay te schrijven over het herontwerpen van de lokale democratie. “Overal ontpoppen burgerinitiatieven, maar tegelijk werken allerlei beleidsregels en vastgeroeste structuren belemmerend voor burgerlijke initiatiefkracht. Hoe sluiten we onze democratie aan op deze veranderende context?” (jullie kunnen nog meedoen via Democratic challenge.nl ). Wie denkt daar in mee?

Hoe mijn familie zich door zelforganisatie ontwikkelde
Zoekend naar een goede invalshoek ging ik terug naar mijn eigen geschiedenis. Het geslacht Albeda was een geslacht van boerenknechten. Ze betaalden rond 1848 niet genoeg belasting om stemrecht te hebben. En veel mensen zullen gedacht hebben dat het misschien wel zo verstandig was om hen geen kiesrecht te geven. Dat was toen de democratie: mensen uitsluiten omdat die toch maar verkeerde dingen willen.

Zo was mijn overgrootvader Willem Albeda landarbeider die in conflict kwam met de boer waar hij werkte. Het ging om mijn opa en zijn broer die in de schuur speelden om aan de kou thuis te ontsnappen. De boer gooide hen de schuur uit, waarop Willem zei: “Ik werk voor jou, mijn vrouw werkt voor de boerin, mogen mijn kinderen dan niet in de schuur spelen?” en hij nam boos ontslag. Dat was nogal wat, want werkloosheid midden in de winter betekende geen geld en de kerk wilde zo'n revolutionair niet steunen. Troelstra's Sociaal democratische arbeiderspartij heeft hem toen een half jaar gesteund.

De zoon van Willem Albeda, mijn opa, was op weg om ook boerenknecht te worden. Een boer zag echter meer in hem en moedigde hem aan om te kiezen voor avondstudie en op te klimmen. Dat was een succes. Hij schopte het niet alleen tot ambtenaar bij de dienst Invoerrechten en Accijnzen, maar ook tot voorzitter van de Bond van Belastingambtenaren en lid van de Verbondsraad van het CNV.

In de samenleving van toen en in die van nu helpen drie verschillende krachten om een goed evenwicht te behouden: dreigingsmacht, uitwisselingsmacht en integrerende macht. De dreigingsmacht is de macht die zaken afdwingt en al dan niet geoorloofd geweld gebruikt. Afdwingen dat mensen belasting betalen of dat mensen niet harder rijden dan 100 (pardon, 130). De uitwisselingsmacht gunt een groep of een individu wat om iets anders terug te krijgen. Door uitwisseling van voorkeuren, wensen en kennis wordt macht uitgeoefend. Denk aan de markt die V&D failliet doet gaan. Integratiemacht zorgt ervoor dat mensen bij de samenleving horen, welkom zijn en erbij willen horen.  (Hier)  De integratiemacht is die macht die uiteindelijk mijn familie stemrecht gaf. Mijn opa in 1917 en mijn oma in 1919. Iedereen hoorde er bij. De samenleving is van ons allemaal en we bepalen dus met zijn allen waar we heen gaan. Mijn opa deed daar aan mee via de kerk en het CNV. 

En ja, de NCRV-gids was bij ons thuis vaste prik en mijn ouders lazen Trouw. Hoewel mijn vader er niet studeerde stond er thuis een busje met geld voor de Vrije Universiteit. Dat was de wereld van de kleyne luyden van Abraham Kuyper. Zelforganisatie zag je ook bij de omroepen en kranten. 

Democratie is meer dan stemmen
Vernieuwing start niet met de formele democratie. In de zelforganisaties zoals het CNV maakten mensen kennis met elkaar. Men ging in debat met elkaar en ontwikkelde gedachten over solidariteit en “welbegrepen eigenbelang”. Er moet dus ruimte zijn voor die zelforganisatie. 

Mijn vader kon studeren dankzij een studiebeurs, niet dankzij de overheid. Hij ging uiteindelijk aan de slag bij het CNV  en vond dat mensen meer konden bijdragen dan eens in de vier jaar stemmen. Mensen organiseren zichzelf en kunnen de verantwoordelijkheid ook goed aan. Inmiddels nog beter dan toen mijn vader zich in 1953 in een artikel zorgen maakte dat "de kleine man" verantwoordelijkheid werd ontnomen en hem niet meer zou resten dan eens in de vier jaar stemmen. Als minister vernieuwde hij de Wet op de ondernemingsraden en zocht hij naar manieren op de economie met werkgevers en werknemers uit het slop te halen met een akkoord, zoals uiteindelijk lukte met het Akkoord van Wassenaar. Een akkoord sluiten uit welbegrepen eigen belang van werkgevers, werknemers en overheid. Het akkoord omvatte integratiemacht, dreigingsmacht en uitwisselingsmacht.

Maar de essaywedstrijd gaat niet over deze (vertegenwoordigende) zelforganisatie. Is er nog wel een goed onderscheid tussen persoonlijk belang en welbegrepen eigenbelang? Is de zelforganisatie wel in staat om te integreren? 

Welbegrepen eigenbelang
Welbegrepen eigenbelang gaat niet om je korte termijn eigen belang, maar je belang en dat van anderen in dezelfde situatie. Het gaat om je inleven in anderen en wat het betekent als de samenleving iedereen op de gelijke manier aan dat belang tegemoet komt. Het gaat een rationele en morele aanspraak op rechtvaardigheid en gelijkheid. Democratie is een cultuur van omgaan met elkaar, niet een formele gemeenteraad.. Een systeem met verschillende prikkels dat uiteindelijk een kant op gaat die voorspoed en vrede brengt.

Zelforganisatie is nog steeds van groot belang, niet in het minst om met mensen onderling te praten over democratie, het helpen van elkaar, wat je zelf kunt doen aan de democratie en wanneer je terecht opkomt voor je belangen. De essentie van herontwerp van de lokale democratie is niet het inbrengen van meer stemmingen, andere vertegenwoordiging, betere inspraak of afschaffen van politieke partijen. De essentie is het terugbrengen van eigenaarschap naar ons als samenlevende bewoners en ervoor zorgen dat er een systeem blijft met tegenstrevende machten.

Toen de politieke partijen nog volop vertrouwen genoten, werd de naar voren geschoven bestuurder gezien als “onze man”. Als hij een compromis sloot (en dat in de partijbladen en -kranten uitlegde), konden we er op vertrouwen dat het compromis voldeed aan "onze" wensen. Inmiddels zien we niemand meer als “onze man”, want we zijn beter opgeleid en weten vaak meer van de kwesties waar de gemeenteraad over praat dan onze vertegenwoordigers. We kunnen het zelf organiseren. Maar als we ons richten op zelforganisatie moet dat wel ergens toe leiden. Als de stad weer van ons moet worden, moeten we ook verantwoordelijkheid nemen.

Veranderde zelforganisatie
De zelforganisatie is ondertussen veranderd en vindt steeds meer virtueel plaats. Op Facebook en Twitter vinden we gelijkgestemden, andere meningen en gedachten kunnen we negeren. Politieke partijen zijn dood. De vakbond is nog steeds betekenisvol, maar is vooral sterk als ze zich ergens tegen verzet. Zelf ben ik geen lid van een kerk, een politieke partij of een vakbond. Woningcorporaties zijn niet meer van de huurders. Verzekeraars zijn geen herkenbare onderlinge waarborgmaatschappijen van de verzekerden.

Er is zijn nieuwe vormen van zelforganisatie opgekomen. Bewoners richten energiecorporaties op en richten hun eigen energievoorziening in met windmolens en zonnepanelen. Er zijn meer corporaties dan ooit. Misschien ben ik zelf een mooi voorbeeld, want ik woon in een wijkje waar we zelf een buurthuis hebben, zelf het groen beheren en zelf glasvezel aanlegden, allemaal zonder de overheid. En inderdaad zitten beleid en structuur de zelforganisatie nogal eens in de weg.

Uitsluiting en eigenrichting
Maar er zijn ook andere vormen van zelforganisatie. De facebookpagina Nederland Ons Vaderland schopte het met weinig middelen tot ruim 250.000 likes en was uitsluitend gericht op het uitsluiten van anderen. Typisch een groep gelijkgestemden die zich met nieuwe middelen organiseert. Er zijn veel besloten groepen op Facebook die organiseren dat er nepnieuws verspreid wordt. Een facebook-vriend van mij grijpt elke dag berichten over Marokkanen of Turken aan om de geesten te beinvloeden en te doen alsof we van Marokkaanse en Turkse Nederlanders niet anders mogen verwachten dan dat ze opgroeien tot kleine of grote criminelen. Hij gelooft er in en zet zich op zijn manier zelf in voor de samenleving. Feiten en suggesties worden verknipt en het spotlicht komt zo op de minderheid die de fout in gaat waardoor de meerderheid zich uitgekotst voelt (en ook wordt). 

Het gaat nog verder. Meer mensen denken met eigenrichting de samenleving een bepaalde kant op te mogen duwen. Al Qaida en de Islamitische Staat zijn organisaties van mensen die andersdenkenden uitsluiten en eigenrichting stimuleren. Individuen worden klaargestoomd om wapens te zijn om de Westerse Verlichte samenleving te verstoren en angst te zaaien. 

Een dierenactivist denkt de wereld te kunnen verbeteren door Pim Fortuyn te vermoorden. Een Islamextremist meent het recht te hebben iemand die de Islam beledigt te mogen vermoorden. De lijsttrekker van de op een na grootste partij kan al twaalf jaar niet zonder beveiliging over straat. Je kunt zijn ideologie verafschuwen, maar mensen kennen zich het recht toe met wapens zelf te besluiten. Dat is toch het einde van de beschaving, nog meer dan de afbraak van de verzorgingsstaat? 

De overeenkomst van de kwade vormen van zelforganisatie? Ze gaan niet meer in gesprek met anderen. Ze zenden alleen om mensen te beïnvloeden. Er is weinig eerbied voor feiten, want die zitten de veel belangrijkere meningen alleen maar in de weg. Een kleine groep gebruikt geweld om anderen de mond te snoeren en heeft grote invloed. 

Wie kijkt naar herontwerp van de lokale democratie moet niet alleen kijken naar de goede initiatieven van mensen die zichzelf organiseren, maar ook naar de kwade. Die goede en kwade groepen zijn er altijd geweest. Het was het systeem van representatieve democratie in combinatie met inclusieve instituties en zelforganisatie dat bijstelde en corrigeerde. Maar kun je met recht zeggen dat dat nog steeds goed gaat? Kijk om je heen en je ziet dat de integratiekracht is ondermijnd en dat dwang en de uitwisselingsmarkt wel volop aanwezig is. De democratie is uit balans. 

Hoe ontwerp je een nieuw democratisch systeem met tegenstrevende krachten, dat machtsmisbruik afstraft en uitsluiting tegengaat? 

Het antwoord ligt niet bij referenda, of buurtstemmingen. Ik ga er aan verder. Kijken hoe we eerbied voor feiten kunnen heroveren. Kijken hoe we weer leren te luisteren. Hoe we niet onszelf organiseren voor ons pure eigen belang, maar hoe we anderen vanzelfsprekend meenemen? Het antwoord ligt bij verantwoordelijkheid. Je mede-eigenaar voelen en verantwoordelijkheid willen nemen en opnieuw uitvinden van welbegrepen eigenbelang. 


donderdag 13 april 2017

Vier het lentefeest met verstopeieren!

Mag ik even kwijt dat ik me wild erger aan de commotie over het zogenaamde verdwijnen van het paasfeest vanwege islamitische invloeden? Ik gun de gelovigen hun eigen feest, maar laten we dan wel eerlijk bekennen dat het paasfeest voor een groot deel een heidense oorsprong heeft die nu ten onrechte aan het christendom is toegeschreven. Want waarom heet Pasen in Duitsland Ostern, in Engeland Easter (naar de Godin Ostara)? Het zou lentefeest moeten heten of Ostara, maar Pasen?

Paaseieren verstoppen? 
Neem de woede over de verstopeieren.  Die hadden “paas”-eieren moeten heten en de Hema die zijn eieren verstopeieren noemde, was vast gezwicht voor de invloed van de islam. (hier, al die reaguurders moeten zich schamen) Hema kreeg er ongenadig van langs van de hoeders van onze nationale gebruiken! Vroeger waren boeren gewoon om in de lente eieren in de akkers te begraven om vruchtbaarheid over hun akkers af te dwingen. Dit is waarschijnlijk de voorloper van het verstoppen van de eieren, welke kinderen met veel plezier gaan zoeken. Het is dus een heidens symbool, wat het christendom slim heeft geassimileerd. 

De Paashaas?
En wat moet die paashaas eigenlijk bij het paasfeest? Het verhaal van de paashaas komt van de Germaanse Teutonen. Een van hun mythes vertelt hoe een klein meisje een gewond vogeltje vond. Ze bad tot Ostara om hulp. De godin kwam toegesneld. Ze zag dat het vogeltje er heel slecht aan toe was en veranderde het in een haas. Aan het meisje vertelde ze dat de haas voortaan één keer per jaar terug zou komen om gekleurde eieren te leggen.

Gekleurde eieren?
En die gekleurde eieren? Ook dit is een lente-gebruik waar onze voorouders zich al aan over gaven. Ook dat namen de christenen over van het lentefeest. In christelijke landen werden de eieren beschilderd in de kleuren van het altaar, waarna men ze de kerk inbracht om te laten wijden en te offeren. Niet christelijke streken beschilderden hun eieren in heldere kleuren, welke een weerspiegeling waren van het zonlicht in de lente. Mag ik vragen of de hoeders van ons paasfeest hun kleuren ontlenen aan het altaar? Of nemen ze gewoon lekkere lentekleuren? 


De echte waarde van het christelijke paasfeest
Het is jammer dat weinig mensen de echte waarde van Pasen kennen. Want waarom heet Goede Vrijdag niet kwade vrijdag? Jezus werd toch gekruisigd?  (Nee, hij werd niet gekruisigd op Eerste Paasdag!)

Paasfeest is een feest van vergeving, en nieuwe hoop. een feest om nooit meer zondebokken te zoeken. Jezus was bereid als zondebok te fungeren. Typerend is dat bij elke verandering van Pasen de islam als zondebok gezien wordt!

dinsdag 11 april 2017

Binnen de lijntjes kleuren

Niets lijkt erger dan iemand die trouw binnen de lijntjes blijft kleuren. We moeten immers creatief zijn en binnen de lijntjes kleuren is niet creatief. Het is een mooi beeld van deze tijd, maar niets is erger dan een wereld waarin niemand meer binnen de lijntjes kleurt. Buiten de lijntjes kleuren doe je pas als die lijntjes knellen en iets moois in de weg zitten.

Gelijkheid is nog steeds een belangrijke waarde
Buiten de lijntjes kleuren en niet braaf zijn komt op bij die gebieden waar gelijkheid knelt. Vijftig jaar geleden was gelijkheid een van de belangrijkste waarden. Gelijkheid moest in de Franse revolutie veroverd worden in de standenmaatschappij. We staan er nauwelijks nog bij stil hoe belangrijk de strijd voor gelijke behandeling en gelijke rechten was. En nog steeds is trouwens. Als je buurman een uitbouw kan zetten op zijn huis en jij niet ben je woedend. Je ziet het als een beperking van je vrijheid en je hebt dezelfde rechten als je buurman. Gelijke gevallen gelijk behandelen is en blijft een belangrijke waarde.

Ongelijke gevallen niet gelijk behandelen
Het probleem ontstaat pas als ongelijke gevallen in een gelijk afwegingskader geduwd worden. Precies dat is een belangrijke uitdaging van de overheid. We ergeren ons pas als ongelijke gevallen in een gelijk kader geduwd worden, maar zien niet meer hoe we blij zijn als gelijke gevallen gelijk worden behandeld.

Als je contact moet opnemen met een bedrijf of met de overheid kan al snel 80% van de vragen direct worden afgehandeld. Dat komt omdat die 80% redelijk voorspelbaar is. De meeste mensen stellen eigenlijk gelijke vragen voor gelijke gevallen. We zijn dan blij dat de vraag snel en correct beantwoord wordt en zeuren niet over binnen de lijntjes kleuren. Het wordt pas lastig als we iets bijzonders hebben. Een vraag over meerdere problemen tegelijk die met elkaar samenhangen. Dan moet het bedrijf of de overheid snel zien dat er niet meer binnen de lijntjes gekleurd kan worden.

Motorrijtuigenbelasting betaal je niet als je auto gestolen is
Ik kan mij herinneren van een man die belde met de belastingdienst die de motorrijtuigenbelasting automatisch had teruggekregen omdat zijn auto was gestolen. Dat was een handige service van de belastingdienst. Iedereen die vroeg waarom hij motorrijtuigenbelasting had teruggekregen of die vroeg of hij zich zorgen moest maken om de motorrijtuigenbelasting van zijn gestolen auto kon snel worden geholpen. De service liep prima.

Het geval wilde echter dat de auto van deze man niet was gestolen. Dan krijg je lijntjes die gaan knellen, want degene die de vragen beantwoordt moet vertrouwen op de computer en daar staat toch echt de auto als gestolen geregistreerd. Klopt dat niet? Dan moet je niet bij de belastingdienst zijn. Waar dan wel? Tja, niet bij mij! iemand bedacht gelukkig dat het dan wel de politie zou zijn. Bij de politie kreeg de man weer een probleem. Want waar was zijn auto gestolen? Dan konden ze het uitzoeken. Na enig zoeken kwam de politie er achter dat de auto in Tilburg was gestolen. En waar had hij dan aangifte gedaan? Jullie begrijpen dat het lastig was om door te geven dat de auto niet gestolen was. Daar zijn namelijk geen vaste procedures voor. Wie wil nu aangifte doen dat zijn auto niet is gestolen? Het bleek allemaal op een typefout terug te voeren.Vergissen is menselijk. 

Onderscheid maken
Ja, als iemand aangifte wil doen dat zijn auto niet gestolen is, dan willen we dat er bij zo'n typefout niet binnen de lijntjes wordt gekleurd. In 80, 90, 95% van de gevallen zijn we dolblij dat de overheid ons gedrag en onze vraag heeft proberen te voorspellen en wel binnen de lijntjes heeft gekleurd. Goedkoop, snel, gemakkelijk! We moeten dolblij zijn dat de bedrijven en overheid waar we mee te maken binnen de lijntjes kleuren, zolang we maar ruimte houden voor verschil en gevallen waar de lijntjes knellen. 

Dat onderscheid maken is moeilijker dan simpel ervoor pleiten niet meer binnen de lijntjes te kleuren.



dinsdag 4 april 2017

De Franse slag van besturen

Ik heb niets tegen de Fransen en meen dat de Franse opleiding voor de bestuurlijke elite tot de beste ter wereld hoort. Hoe kan het dan zijn dat Frankrijk niet tot de best bestuurde landen hoort? Ik bedacht dit omdat ik in de Volkskrant een stuk las over de École Nationale d'Administration bestuurders aflevert voor het land. Wat maakt dat die bestuurlijke elite er niet in slaagt beter bestuur te organiseren dan de Nederlanders? Uitstekende kaas maken is toch wat anders dan een land besturen. 

Sociale structuur draagt bij aan bestuur
Het was al de Tocqueville die aangaf dat de democratie in de VS beter werkt dan in Frankrijk. Het zit hem in de kracht van het burgerschap en de sociale structuur. Frankrijk is een centraal aangestuurd land. Daar heeft de Franse revolutie weinig aan veranderd.

Het Franse bestuursdogma gaat er van uit dat als de beste breinen de besluiten nemen dit leidt tot de beste uitkomsten. Dat kan best zo zijn voor wiskundige problemen (of het maken van kaas), het gaat niet op bij het besturen van een land. Misschien is het wel zo dat door deze oriëntatie op de beste breinen de Code Civil (het door de Fransen in Europa ingevoerde burgerlijk wetboek) een grote bijdrage heeft kunnen leveren aan beter bestuur, maar dat geldt niet voor de beste École Nationale d'Administration. Het burgerlijk wetboek richt zich op iedereen en is bruikbaar van arm tot rijk. De ENA is gericht op en voor de elite.

Een land is geen BV, maar een sociale constructie
Een land is een sociale constructie van diverse netwerken die elk bijdragen aan het geheel. Het ene netwerk is sterker en succesvoller dan het andere netwerk en in de uitwisseling van verschillende netwerken zit mogelijkheid tot vernieuwing en verbetering. De rol van de leiding van het land wordt zwaar overschat. 
Als wij in plaats van Marc Rutte Francois Hollande hadden als minister-president (of zelfs Barack Obama), dan zou er in mijn werk, wijk en omgeving niet veel veranderen. Hoogstens zou er sneller een hogesnelheidslijn worden aangelegd. De scholen worden niet beter, de gesprekken met buurtgenoten leiden niet tot sneller ingrijpen als er iets mis gaat of meer leren van goede ideeën van anderen. De rechtszekerheid levert wel een enorme bijdrage aan mijn mogelijkheden om in mijn werk en mijn omgeving te beïnvloeden (vooral het vertrouwen in het samenwerken met anderen).

Ene sociale structuur is succesvoller dan de andere
Kijk je naar de verschillende culturele achtergronden, dan zie je dat in een zelfde land de ene groep met de ene sociale structuur het beter doet dan de andere groep. Is de sociale cohesie sterker, dan weten de leden van de groep meer te bereiken dan als de sociale cohesie zwakker is. Daarom doen Koreanen het in de VS (economisch) beter dan Mexicanen en Mexicanen het op hun beurt weer beter dan zwarten. De vervelende erfenis van de tijd van de slavernij is dat zwarten in de VS zich slechter zelf organiseren. Zelforganisatie was immers bedreigend voor de slavenhouders. Dat is mogelijk de reden dat de winkels in zwarte buurten vaak niet in handen zijn van zwarten, maar van Chinezen of Koreanen.

Welke bijdrage leveren bewoners van een land
Bij het besturen van een land moet je dus veel aandacht besteden aan de vraag of mensen hun eigen groepen kunnen organiseren en zichzelf versterken. Iets wat we in Nederland kennen van de onderlinge waarborgmaatschappijen (verzekeringsmaatschappijen zoals Achmea) en de woningcorporaties. Nu heeft Frankrijk ook sterke onderlinge waarborgmaatschappijen, alleen is het bestuur van het land steeds gericht gebleven op beslissingen aan de top.

Getting to Denmark
Francis Fukuyama noemt de weg naar beter bestuurde landen "Getting to Denmark". Hij ziet Denemarken en Nederland als de best bestuurde landen: sterk gedecentraliseerde landen waarin een groot onderling vertrouwen is in de overheid en in elkaar. Het “horizontale” protestantisme met de nadruk op eigen verantwoordelijkheid in combinatie met de gewoonte om met elkaar te zoeken naar oplossingen werkt beter dan de “verticale” katholieke cultuur. In een horizontale cultuur wordt meer aandacht besteed aan het samen beslissen. Daardoor is in die beslissingen beter meegenomen wat de diverse mensen in de praktijk voor kennis en ervaring kunnen inbrengen.

Mazzel
We hebben in Nederland de mazzel dat we door de polders wel samen moesten bespreken welke dijken aangelegd moesten worden en hoe we samen het onderhoud zouden aanpakken. Onze gerichtheid op handel zorgde ervoor dat we moesten zorgen dat onbekenden ons altijd konden vertrouwen. Terwijl anderen vooral bouwen op familie om een onderneming op te kunnen zetten, konden de Nederlanders het via de uitgifte van aandelen doen. Dat maakte de sociale structuur in Nederland steviger dan een structuur die is gebouwd op een hiërarchisch ingestelde samenleving.

De centraal ingestelde bestuurscultuur maakt het gemakkelijk om te rekenen op de politiek om je situatie te verbeteren. De Noordafrikanen in Frankrijk werden (en worden) daarom nog steeds gezien als een groep waar de politiek wat mee moet. Ze wonen in ghetto's en worden zo geen onderdeel van de toch al zwakke cultuur om zaken zelf aan te pakken. Van het Front National is wat dat betreft geen verbetering te verwachten. 

Beste elitescholen doen hier niets aan
Het is jammer, de beste scholen voor de elite veranderen hier niets aan. (Woede tegen die elite verandert er overigens ook niets aan). Aan een goed bestuurd land moet iedereen een bijdrage (kunnen) leveren. Anders verzint de president iets vervelends en omdat het niet "onze" oplossing is gaan de Fransen de straat op om het tegen te houden. De Franse slag werkt niet meer. 

Mag ik pleiten voor volksverheffing en samen besluiten?

dinsdag 14 maart 2017

Vrijheid van meningsuiting voor mensen die anderen uitsluiten?

Hoe moet je omgaan met een groep mensen die de vrijheid van meningsuiting gebruikt om de democratie af te breken? Zolang het een kleine groep is, kun je gewoon denken dat het vanzelf overgaat. Maar wat als het een groep is die systematisch anderen uitsluit, de waarheid verdoezelt en mensen tegen elkaar opzet? Dan kun je nog proberen het aan te pakken door je te concentreren op aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen. Dat is immers gewoon verboden in het wetboek van strafrecht.

Opleggen van de wil van de meerderheid
Moeilijker wordt het als het mooi klinkende pleidooien zijn voor het afdwingen van de wil van de meerderheid over de minderheid. Dan beroepen mensen zich bijvoorbeeld op iets ongrijpbaars als het behoud van de Nederlandse identiteit. Identiteit is ongrijpbaar, want nergens staat vast wat het is. Ik denk dan aan tegelijk de koopman en de dominee en polderen, en aan de nauwelijks Nederlands sprekende Willem van Oranje en Baruch Spinoza, anderen denken aan het behoud van het Sinterklaasfeest inclusief zwarte Piet.

Anderen moeten zich aanpassen
Waar het fout gaat is als mensen zelf er op staan dat ze gewoon zichzelf kunnen zijn, terwijl anderen vooral normaal moeten doen. De gesloten samenleving waarbij minderheden zich moeten aanpassen vind ik erg on-Nederlands. Maar de vraag is niet of het on-Nederlands is, iedereen mag in vrijheid van meningsuiting on -Nederlandse dingen bepleiten. De vraag is of je de vrijheid van meningsuiting gebruikt om anderen de mond te snoeren. En dan kun je zeggen dat je Islamisme gevaarlijk vindt, maar je gaat niet oproepen om alle Korans verbranden. Eerst moet je de politieke meerderheid halen en de wet en zelfs de grondwet veranderen.

De vraag is ook of je een Turkse minister toegang tot Nederland moet ontzeggen. Lijkt me typisch een dilemma, want strijdig met de Nederlandse identiteit. We waren ooit liever Turks dan Paaps. 

Vrijheid van meningsuiting gebruiken om tegen democratie te pleiten
De Turkse minister kwam om politieke campagne te voeren onder Turkse Nederlanders. Dat is overigens in strijd met de Turkse kieswet, maar die geldt niet als Nederlandse wet. In principe had de minister hier gewoon moeten kunnen spreken. Lastig wordt het dat dan precies zich dat voordoet waar ik mee begon: je gebruikt de vrijheid van meningsuiting om de democratie af te gaan schaffen. In het geval van Turkije om een presidentiële democratie met minder countervailing power in te voeren. 

Strategisch was het daarom het best geweest de bijeenkomst gewoon door te laten gaan in een zaal waar geen rellen konden uitbreken en tegenstanders van het referendum uit te nodigen hun verhaal te doen. 

De held van de vrijheid van meningsuiting
Baruch de Spinoza zou voor geenstijlers een held zou kunnen zijn. Hij stelde dat de Bijbelse profeten gewone mensen waren met een verbeeldingskracht die niet namens God spraken. Hij zou hufterigheid niet willen verbieden. Hij was voor het vrije woord en vrijheid van denken. “Niemand kan immers zijn natuurlijk recht of vermogen om in vrijheid te redeneren en te oordelen op een ander overdragen of daartoe worden gedwongen“. Zijn boeken werden overigens verboden. Ik denk dat de dominees ze strijdig vonden met de Nederlandse identiteit en ondermijnend. Toch ligt bij Spinoza de basis. 

Moderne uitweg: Reasonable pluralism met basisrechten en wederkerigheid
De uitweg lijkt te liggen in het redelijk pluralisme. Daarbij pleit je voor pluralisme (meerdere sociale en culturele groepen naast elkaar laten bestaan), maar wel in alle redelijkheid die je van iedereen vraagt. John Rawls noemt het "reasonable pluralism". Je accepteert dat er verschillende normen en waarden zijn, maar vraagt van iedereen redelijkheid. Zolang je je houdt aan bepaalde basisrechten en wederkerigheid, mag je mee doen.
Lastig dat de machthebber over het algemeen vraagt om redelijk te blijven, let daarom vooral op de basisrechten en basisplichten zoals bijvoorbeeld artikel 1 van de Grondwet. Bij het redelijk pluralisme hoort dan wel een bepaalde minimumvariant: je gaat niet naakt over straat en ook niet volkomen bedekt. Eigenlijk meer een norm voor de openbare orde. Net zoals je niet haat zaait, niet oproept tot discriminatie en niet oproept tot geweld. 

Fatsoen
Die wederkerigheid die Rawls bepleit, hoort er wel bij, dus je mag je kleden als moslim als je accepteert dat anderen zich tooien in een kort rokje. Je mag betreuren dat mensen een stroopwafelpiet invoeren, maar je gunt hen die stroopwafelpiet. De stroopwafelpiet zet immers geen mensen te kakken als bevolkingsgroep en is niet aanstootgevend. In redelijkheid vraagt het dan ook om bereid te zijn met elkaar in debat te gaan en te argumenteren. Dus niet schreeuwen dood aan Marokkanen, en ook geen "daar moet een piemel in", want dat is een oproep tot geweld. 

Misschien goed om opnieuw de held van Nederland erbij te halen die pleitte voor democratie en tegenstrevende machten. Baruch Spinoza vond dat hij fatsoenlijk moest zijn, juist op het moment dat hij tegen de stroom in pleitte voor liberale waarden: “Ik heb daarom mijn uiterste best gedaan geen fouten te maken en vooral mijn geschrift volledig in overeenstemming te doen zijn met (…) de goede zeden.” Geenstijlers gaan van dergelijke redeneringen over hun nek. 


De opdracht is dan dus een samenleving te bouwen op die verschillen: ondanks verschillen toch een gemeenschap - nou ja niet eens gemeenschap meer: – een samenleving vormen. Het redelijk pluralisme met basisrechten en wederkerigheid helpt om dat bouwen mogelijk te maken. Dat zou een gezamenlijke toekomst voor iedereen kunnen betekenen. In de meeste plaatsen is dit overigens al een soort vaste aanname. 

Zelf doen
Op dit moment echter lijkt het redelijke pluralisme in de politiek verder weg dan ooit. Dus moeten we het met zijn allen zelf doen. Kijk om je heen, dat moet kunnen lukken. Niet online (waar lekker anoniem gescholden kan worden en redelijkheid ver weg kan zijn), maar wel in real life, in de gewone wereld. 

Is systeemverantwoordelijkheid bij de decentralisaties in het sociaal domein goed geregeld?


Systeemverantwoordelijkheid is een begrip waar beleidsmakers nogal eens mee bezig zijn. U en ik hebben er nog niet mee te maken gehad, maar het is best belangrijk. Bij de decentralisaties van het sociale domein (maatschappelijke ondersteuning, jeugd, participatie) die op rijksniveau zijn bedacht speelt dit een grote rol. Wie heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen dat dit systeem goed en betrouwbaar blijft functioneren?

Wat is systeemverantwoordelijkheid?
Eerst even de vraag wat het eigenlijk is. Daar is al discussie over, maar laat ik een voorbeeld geven van ons geldsysteem. Dat is al moeilijk grijpbaar, maar het is inzichtelijk voor het begrip systeemverantwoordelijkheid. De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het functioneren van het financiële bestel, voor het beleid en de wetgeving op het gebied van financiële markten. Maar omdat het nogal wat is om de minister alles te laten doen en zo de politiek invloed te geven op de inflatie is er de Nederlandse Bank. Deze “centrale bank” moet zorgen voor stabiele prijzen. Dat is een systeemverantwoordelijkheid, want het is niet zo dat de centrale bank de prijzen in de winkels vaststelt. Elke ondernemer kan zelf zijn prijzen vaststellen en elke consument kan kijken of hij die prijs wil betalen.

De systeemverantwoordelijkheid houdt eigenlijk in dat de DNB in de gaten houdt wat er met de prijzen gebeurt en op basis daarvan besluit om de rente te verhogen of te verlagen en meer of minder krediet te verlenen. Is de rente hoog, dan lenen de consumenten niet gemakkelijk geld om meer te kopen. Huizenprijzen moeten dan dalen, maar dat willen de verkopers niet, waardoor minder mensen verhuizen en minder mensen zaken kopen voor de inrichting van hun huis. De prijzen dalen dan. De inflatie neemt af. Als de rente laag is en het gemakkelijk is om krediet te krijgen gaan de prijzen omhoog.

Individuele verantwoordelijkheid, vertrouwen en macht
Toch is de verantwoordelijkheid van de ondernemers voor hun eigen prijzen niet verplaatst naar de centrale bank. De centrale bank legt geen verantwoording af voor prijzen. De centrale bank probeert ervoor te zorgen dat de mensen onderling kunnen doen wat ze willen en dat het systeem niet uit de hand loopt.

Vanuit de consument gezien lijkt de systeem iets anders. De consument heeft nooit te maken met de centrale bank. De consument koopt van alles, doet rechtstreeks zaken met verkopers en vertrouwt er op dat zijn geld de waarde behoudt en dat de bank die zijn geld bewaart niet failliet gaat. Er zijn regels om de verkoper aan zijn woord te houden en de vrije keuze voor met welke koper je zaken doet haalt de minder goede verkopers uit het systeem. Er kan vertrouwen zijn en er zijn diverse prikkels om te zorgen dat het verkeer tussen consument en producent niet uit de hand loopt. De consument heeft macht als het gaat om zijn eigen aankopen. Informatie over prijzen kan hij vergelijken en de Consumentenbond kan informatie geven over prijs/kwaliteitverhouding en zo de consumenten sterker maken bij hun keuze. Het heet dan: de Checks en Balances zijn goed geregeld!

Juist omdat de checks and balances goed geregeld zijn, kan de Nederlandse Bank zo op afstand blijven. 

Systeemverantwoordelijkheid bij zorg
Vergelijk dat nu met de systeemverantwoordelijkheid voor de decentralisaties. De minister heeft verordonneerd dat de gemeente uitvoering geven aan de zorgen rond werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Voor gemeenten is vastgelegd dat ze een bepaalde verantwoordelijkheid hebben, de hoeveelheid geld is landelijk bepaald en de manier van uitvoering is aan de gemeente. De gemeente wordt gecontroleerd door de gemeenteraad. Van bovenaf gezien als bestuurder lijkt het netjes op orde. De hoeveelheid geld loopt niet uit de hand, de uitvoering wordt gecontroleerd. Het is duidelijk waar je het kabinet en waar je de gemeente op moet aanspreken. Als blijkt dat in het hele land de zorg knelt, wordt dat landelijk duidelijk en kan de minister besluiten dat er meer geld bij moet. Dat kan de Kamer dan in de begroting regelen.

Vanuit de burger bezien ziet dat er wel heel anders uit. De burger kan niet kiezen welke zorg hij krijgt. Hij heeft geen recht op zorg, want de maatschappij betaalt ervoor. Hij is geen consument (naar mijn idee terecht, want de samenleving betaalt voor de zorg). Hij kan wel op gemeentelijk en landelijk niveau anders stemmen en is dus niet hulpeloos.

Vertrouwensgat
Maar het vertrouwen in het systeem ziet er minder goed uit. Want de checks and balances zijn zwak. De gemeente kijkt wat de burger zelf kan doen en wat daar aanvullend bovenop komt. Die beslissing is maatwerk. Terwijl de centrale bank er op kan rekenen dat tussen verkoper en koper voldoende tegenstrevende krachten zijn, kan de minister dat hier niet. De gemeenteraad dan? Nee, die heeft hoogstens het kader vastgelegd. Het gaat hier ook niet om een terrein waarvoor de burger zich tot een andere verzekeraar kan wenden.

Zou dit systeem werken in Zuid-Italië of Griekenland? Ik vrees van niet. Het systeem is erg afhankelijk van het geloof in betrouwbare ambtenaren. Maar het is nog minder goed controleerbaar dan de aanbestedingen voor vuilnisophaal in maffiagebied.
  • Je kunt de zorg die jij krijgt niet vergelijken met de zorg die anderen krijgen. Het is immers maatwerk.
  • Het wordt besproken aan de keukentafel en alleen de ambtenaar die het gesprek voert weet hoe de gesprekken aan andere keukentafels gaan.
  • De rechtszaken die nu gevoerd zijn, gingen uiteindelijk meer over de vraag of het politiek vastgestelde kader wel deugde. Dat is belangrijk – en een geruststelling – maar niet afdoende.

De Tweede Mening als aanvulling op good governance
Om het vertrouwen in het systeem van de decentralisaties te verzekeren is daarom nodig dat de burger een mogelijkheid krijgt om zijn individuele situatie te laten checken, door de samenleving in dit geval. Het getuigt van goed bestuur als je bereid bent je te laten controleren door de burgers. Ambtenaren kunnen dan uitstralen dat zij bereid zijn hun werk te laten controleren.

De afweging wat mensen zelf kunnen doen blijft niet bij de juridische kant van de rechter steken (je kunt altijd in beroep gaan), maar komt terug in de samenleving. De samenleving (een representatieve groep uit de samenleving) weegt af of de gemeente terecht eerst meer eigen verantwoordelijkheid vraagt of niet. Kan de gemeente de representatie van de samenleving niet overtuigen omdat de zorgvrager overtuigender argumenten heeft? Dan moet de gemeente de beslissing heroverwegen. Zo wordt het individu én de samenleving sterker en de beleidsmatige en bestuurlijke kant wat beter gecontroleerd. Enkele pioneergemeenten kijken op dit moment of zij een pilot willen financieren. 

Het is jammer dat het ontwikkelen van deze aanvulling op het systeem niet gefinancierd wordt door de rijksoverheid of door de VNG. Eigenlijk kan op dit moment de minister of staatssecretaris geen vertrouwen in het systeem geven. De systeemverantwoordelijkheid is niet goed geregeld omdat de checks en balances niet goed zijn geregeld.

Meer weten? Hier  

woensdag 8 maart 2017

Vertrouwen we politici, de politiek, de overheid?

Vertrouwen is een belangrijk thema dezer dagen. Wie heeft er nog vertrouwen in de politiek en de overheid? Ik dus, maar het is goed om even wat dieper op deze vraag in te gaan. Want je hebt verschillende vormen van vertrouwen. Je hoort het meest over beloften, zoals “geen cent naar de Grieken!”. Maar misschien gaat het wel meer over de vraag of je vertrouwen hebt dat Rutte er alles aan heeft gedaan om het beste resultaat te behalen. Vertrouwen in de inspanning dus. Veel moeilijker te "factchecken"

Ik denk dat twijfel en wantrouwen over politici van alle tijden is (en terecht). Daar hebben we nu juist een democratie voor: om mensen te kunnen wegstemmen zonder geweld en op tijd de bakens te kunnen verzetten. Ik denk dat het er meer om gaat of ons systeem van democratie zodanig is dat we door onze keuzen het beste resultaat behalen.

Vertrouwen in de overheid
Dan is er het vertrouwen in de overheid. Dat is al weer heel wat anders. In de Trustbarometer van Edelman kwam het schrikbarende beeld naar voren dat er meer vertrouwen is in bedrijven dan in de overheid. Vertrouwen is dus echt “wel een dingetje”. Waarbij opvallend is dat in dictatoriaal geregeerde landen de overheid meer vertrouwen wekt.

Bedrijven scoren beter, maar communiceren veel persoonlijker dan de overheid. Dat is ook niet vreemd. De overheid is er om met iedereen en de verschillende belangen rekening te houden. Sterker: we kunnen vertrouwen in bedrijven hebben omdat de overheid ons helpt ons recht te halen als het mis gaat.

De overheid werkt zonder aanziens des persoons.  Het is dan geen raar verschijnsel dat er meer vertrouwen is in “een persoon als ikzelf” dan in een overheidsfunctionaris.  

Als jij een uitbouw aan je huis wilt plaatsen kun je dat bij het bedrijf gewoon bestellen. Vraag je toestemming bij de overheid, dan komt jouw buurman ook in het vizier en is er niet meer een een op een-relatie. Het is wat lastiger te checken of de overheid dan betrouwbaar is. 

Ook de politiek is minder persoonlijk. Vroeger was er misschien ook niet veel vertrouwen in politici, maar wel in de “eigen vertegenwoordiger”. Door de verzuiling rekenden mensen er op dat de politicus van hun eigen partij de leefsituatie en waarden van de kiezers kende. Het was immers “een van ons”. Nu is dat niet meer zo, terwijl mensen meer vertrouwen hebben in "een persoon als ikzelf". 

Moet je nu vertrouwen winnen als overheid en politiek door persoonlijker te communiceren? Dat proberen de partijen via Facebook. Het ligt iets ingewikkelder.

4 regels om vertrouwen te winnen
Vertrouwen is te winnen door de resultaten te behalen die mensen verwacht hadden. Maar er is nog wel meer:
1. Participatie. Vertrouwen wordt niet alleen gewonnen door te zenden, maar door interactie. Maak duidelijk dat je ook luistert.
2. Duidelijkheid over de bewakers. De instituties die controleren moeten weer gevoeld worden als iets van de burgers zelf. Politici zijn niet meer "onze bewakers". 
3. Nabijheid. De overheid is steeds anoniemer. Echte stem en interactie helpt, lastig, omdat de schaal steeds groter is geworden. 
4. Voorspelbaarheid: De politiek belooft nog altijd te veel, dat straalt op de politiek, maar ook op de overheid af. Mensen willen weten wat ze mogen verwachten

Daar komt nog bij dat mensen wel vertrouwen hebben in een persoon als zijzelf, maar lang niet in alle andere mensen. Ondertussen dwingt de overheid wel solidariteit af, door een verzorgingsstaat waarin mensen die hulp nodig hebben ook hulp krijgen. Zo is er bijvoorbeeld in de zorg en bij uitkeringen meer dan vroeger de vraag of er niet geprofiteerd wordt. De solidariteit is immers ook anoniem. We zijn als Nederlanders erg geneigd om mensen te helpen en staan klaar bij collectes, maar horen verhalen over misbruik van uitkeringen. Anonimiteit is lastig voor vertrouwen. 

Leidt het systeem tot goede resultaten? 
Naast deze 4 punten is de vraag of het systeem van onze democratie leidt tot betere resultaten. Vertrouwen in een systeem van checks and balances is wat anders dan in een instituut of een politicus. Bij dat vertrouwen in een systeem gaat het om resultaten die je niet in 140 tekens op twitter smijt. Het gaat over de wat langere termijn. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de politiek de voorkeuren volgt van de gemiddelde burgers, met een vertraging, maar uiteindelijk wel. Je ziet partijen opschuiven. Dan kan je zeggen dat de partijen draaien, maar je kan ook concluderen dat de interactie tussen al die partijen en de kiezers er voor zorgt dat de samenleving steeds aan bod is en dat de resultaten en prioriteiten verschuiven. Je kunt zeggen dat er rotte appels in het politieke bestuur voorkomen, maar ook dat die er uit gegooid worden.


Misschien moeten we meer zichtbaar krijgen of dat vertrouwen in het systeem gerechtvaardigd is.   

maandag 27 februari 2017

Dilemma's en twijfel


Ik weet dat politici slecht wegkomen met twijfels en een onduidelijke boodschap. Je komt verder met een zwart/wit-verhaal dan met de grijstinten er in. Dat moet dan maar. Wat ik niet begrijp is dat de politici zo weinig aandacht hebben voor dilemma's. Iedereen ziet ze namelijk.

Milieubeleid en aanpassingsmogelijkheden
De fietsende vegetariër die weinig geld heeft, komt er met de plannen voor duurzaamheid en minder automobiliteit goed vanaf. Daar zal niemand bezwaar tegen hebben. Maar de man of vrouw die wat verder van het werk woont en geen goede openbaar vervoerverbinding heeft, heeft wel last van plannen voor duurzaamheid. Wat doe je als je toch wilt kiezen voor duurzaamheid? Hem ontzien omdat hij op korte termijn weinig kan veranderen?

Vluchtelingen en buurtbewoners
De man of vrouw die gevlucht is uit een Syrische nachtmerrie blijft meestal in de buurt in een akelig opvangkamp, maar er zijn er ook die de sprong naar Nederland wagen. Hij moet zijn eigen inburgering betalen en komt in een huis van een woningcorporatie. Daar hebben mensen bezwaar tegen, maar de meeste mensen die het verhaal kennen, zullen begrip hebben. Maar de man (of vrouw) die in de snel veranderende buurt woont die meer mensen ziet die de taal niet of slecht spreken, ziet zijn buurt minder gezellig worden. Er zijn ook al klussende Polen gekomen en er zijn hechte Turkse families komen wonen waar ook al weinig contact mee is. En zijn kinderen komen maar niet aan de bak met een woning. Wat doe je? Juist die mensen in die armere wijken hebben te maken met minder zekerheid, losse baantjes, hogere huren. Kun je die mensen niet ontzien?

Ingrijpen in een verscheurd land?
Hoe zit het met Syrië? Assad is een wrede president die met harde hand alle verzet probeert te breken. Langzamerhand is de burgeroorlog verworden tot een sektarische oorlog tussen sjiieten enerzijds en soennieten anderzijds. De Syrische burgeroorlog heeft ook regionale aspecten: denk ook aan moslims die in conflict zijn met christenen, druzen, Koerden en Turkomannen. Moet je dan langs de kant blijven staan?

Privacy en opsporing
Het is een gegeven dat criminelen en terroristen gretig gebruik maken van nieuwe media. Versleutelde appjes verstuurd van prepaid-telefoons zijn handig om je organiseren. En op twitter kun je een prachtige haatvideo-posten om de Salafisten en gewone mensen verder uit elkaar te jagen. Mag je dan de rechten van mensen blijven beschermen en hoe ver ga je daar in? Zou het niet makkelijk zijn om verheerlijking van geweld te verbieden? Natuurlijk los je er radicalisering niet mee op, maar moet de politie met beide handen gebonden zijn?

Moeite met homosexualiteit
We zijn in Nederland nog lang niet zo ver dat homoseksualiteit geaccepteerd is als een gewone sexuele voorkeur. Er is bijvoorbeeld in christelijke kringen moeite om een openlijk homoseksuele leraar op school te handhaven. Wat iemand in zijn vrije tijd doet, daar heeft de school natuurlijk niets mee te maken. Maar hoe ga je er mee om als de leraar openlijk homoseksueel is op een orthodox-christelijke school? En zou Gertjan Segers niet in den Haag in een kabinet mogen komen omdat de CU homoseksuele relaties afwijst? 

Je mag toch erkennen dat dat lastige dilemma's zijn? Voor mij zijn de laatste twee dilemma's geen reden om de privacy te laten lopen of de homoseksuele leraar te ontslaan, terwijl ik wel zou accepteren dat Segers in een kabinet zou komen. In Syrië zou ik alleen ingrijpen als er overeenstemming is in de VN. Voor de overige zou ik graag zoeken naar een middenweg.

Het gaat er vooral om dat je resultaat wil behalen, niet dat je een ferme uitspraak doet en daar aan vast houdt.

Ik begrijp dat het erg moeilijk is om te accepteren dat er keuzen te maken zijn tussen kwaden. Het zijn dilemma's. Ik had er nog wel tien kunnen noemen. Een mooie vind ik ook de euro. Daar kunnen we helemaal niet over beslissen, want alles wat we anders doen dan de Duitsers is desastreus voor de Nederlandse economie. Feitelijk hebben we daar geen keuze in. Schipperen tussen kwaden hoort bij de politiek.

Eigenlijk herken ik mij alleen in politici die ook durven aan te geven dat ze worstelen met dilemma's en het niet zeker weten. 






donderdag 23 februari 2017

Zwevende kiezers, of zwevende partijen?

Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden om te te informeren over standpunten van politieke partijen. De programma's zijn allemaal erg dik, zodat niemand dat leest. Alleen van de PVV is een helder A4-tje als concept beschikbaar, het definitieve programma is nergens te vinden. Maar wat moeten we er mee? Mij worden stellingen voorgelegd die mijn stellingen niet zouden zijn. En waarom zijn de stellingen zo anders dan 4 jaar geleden? 

Laat ik eens bij mijn eigen uitgangspunten blijven. Financiën op orde, een houdbare verzorgingsstaat, vergroening van de economie, structurele werkgelegenheid en verkleining van de inkomensverschillen.

Financiën op orde
Ik ben eigenlijk sinds de vorige verkiezingen niet veel van mening veranderd. Ik vind dat we de financiën op orde moeten hebben en dat je in crisistijd wat meer mag uitgeven om in betere tijden vervolgens zuiniger te doen. Dat waren in de crisistijd nog veel partijen met mij eens. De SP was daar zeer uitgesproken over. Wie repareren nu het dak in de zonneschijn? De VVD, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP en Denk geven op de lange termijn 3 miljard of minder uit van het overschot, waardoor er dus een klein overschot blijft of een begrotingsbalans wordt bereikt. Mager. Dat betekent dat ik voorzichtig moet zijn bij de PvdA kan en zeker niet bij de SP kan uitkomen. Die partij was de vorige keer tegen bezuinigen in tijden van crisis omdat het beter was het dak te repareren als de zon schijnt. Van mening veranderd, blijkbaar. Want het dak laten ze lekken. 

Zorg op orde én houdbaar
Om de financiën op orde te brengen is het goed te zoeken naar mechanismen om overconsumptie van zorg tegen te gaan. Het eigen risico is daarvoor een middel, maar dat werkt erg streng bij armen en chronisch zieken, dus dat zou verbeterd en misschien naar inkomen geheven moeten worden. Daarvoor kon ik terecht bij PvdA, D66 en Groen Links, inmiddels moet ik naar misschien naar D66. De andere twee zijn van mening veranderd. CDA en VVD zijn consequent gebleven. 

Structurele werkgelegenheid
Ik wil ook inzetten op structurele verlaging van de werkloosheid en kom dan uit bij de VVD en in mindere mate bij D66. Maar daar neemt de inkomensongelijkheid verder toe, wat voor de stabiliteit van Nederland ook niet zo goed is. Dat vonden ze ook al nodig in de tijden van crisis, dus daar zijn ze wel consequent in. Blijkbaar zit er in het CPB-model een aanname dat vergroten van de inkomensongelijkheid de structurele werkloosheid vermindert. De Wereldbank denkt daar dan weer anders over.

En dan de mensen achter de partij 
Voordat allerlei partijen me gaan benaderen: ik neem bij mijn uiteindelijke keuze ook mee hoe ik denk over de lijsttrekkers, de bereidheid te regeren en moeilijke maatregelen te nemen, op andere manieren na te denken over defensie om onze verdediging verder op peil te brengen en immateriële zaken als vrijheid, goed ontspannen samenleven en een verbindende samenleving. De duurzaamheid blijkt nog steeds in goede handen bij CU, GL en D66.

CDA, CU en D66 zijn naar mijn idee weinig zwevend. Voor de rest zie ik nogal wat bewegingen heen en weer gaan. Want een liberale partij als de VVD die ineens pal staat voor normaal doen, klinkt niet zo passend. Vroeger kon je nog gewoon jezelf zijn. Dat was de slogan, nu moet je normaal doen. 

Zwevende partijen

Het meest verrassende? Dat als ik dezelfde mening heb als vorige verkiezingen en ik andere partijen moet overwegen dan de vorige keer. Dan noemen ze mij een zwevend kiezer? Zwevende partijen zie ik eerder.

P.S. Zie ook: mijn verkiezingsthema Grenzen

dinsdag 31 januari 2017

Waarom een dealmaker geen redding brengt


Het lijkt wel of iedereen redder van het land mag zijn, als het maar geen politicus is. Rond 2011 was er veel aandacht voor schulden en de vraag hoe Italie en Griekenland hun zaakjes maar niet op orde kregen. Technocraten als Mario Monti en een niet-politieke regering in Griekenland kregen goede kritieken (maar kregen niets voor elkaar). Het idee is dat politici te weinig voor elkaar krijgen, maar vooral wat zwammen. Nu is er dan aandacht voor een andere redder, Donald J. Trump in de VS.

Donald Trump is geen politicus. Hij wordt populist genoemd, maar ik zou hem liever een volbloed dealmaker noemen. Hij krijgt dingen voor elkaar door het te bekijken als deals die gesloten moeten worden. Daarin is hij goed en creatief en daarvoor krijgt hij nu weinig erkenning.

Hij krijgt weinig erkenning omdat mensen een politicus verwachten. Misschien daarom even terug naar de definitie van politiek dan maar. “Politiek is de (per definitie onvolmaakte) wijze waarop in een samenleving de belangen-tegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen - meestal op basis van onderhandelingen - op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus”. Het woord politiek is afgeleid van het Oudgriekse πολιτεια (politeia). Politeia betekende onder meer de burgerlijke samenleving; het leven als burger in de samenleving; staat; staatsvorm; en stads- of staatsbestuur.

Niet uit te sluiten valt dat Trump beter kan dealen met Rusland. Daar staat immers ook geen politicus aan het hoofd, maar een dictator die deals sluit.

Wat doet een dealmaker
Maar wat doet dan precies een dealmaker? De dealmaker is de verkoper die láát in het verkoopproces betrokken is. Hij is gericht op de koop/verkoop/overeenkomst. Daarna verdwijnt ook alle interesse voor de uitvoering. Een dealmaker heeft geen interesse in ideologie. Hij is pragmatisch en probeert tegenstanders onder druk te zetten, om er voor jezelf het beste uit te halen. Een dealmaker schudt eens aan de boom, noemt een veel te lage prijs bijvoorbeeld, om eens wat te proberen. Hoe reageert de tegenspeler daar op? Wat gebeurt er? Een dealmaker maakt zich groot om angst in de boezemen. Hij liegt en bedreigt, verrast om de beste deal te krijgen.

Daarmee doet een dealmaker dus hele andere dingen dan een politicus. Hij probeert niet belangentegenstellingen te overwinnen en groepen bij elkaar te krijgen. Hij is ook niet gericht op de samenleving, maar op een deal voor zijn kiezers. Zo moet je ook de decreten bekijken. “I’m the first to admit that I am very competitive and that I’ll do nearly anything within legal bounds to win. Sometimes, part of making a deal is denigrating your competition.” (uit The Art of the Deal)

De reacties geven aan dat de tegenstanders nog steeds reageren op de politicus Trump. Ze zouden moeten kijken welke trucs inkopers gebruiken tegenover dealmakers. Dat zijn vertragingstactieken (zodat de deal niet rond komt en de dealmaker onrustig wordt), suggereren dat je met andere aanbieders in zee kunt gaan, vragen om wijzigingen die de dealmaker nooit voor elkaar kan krijgen. En tenslotte: ja knikken en nee doen. 

Waarom een dealmaker het moeilijk krijgt in de VS
Gaat Trump veel invloed hebben? Wie weet. Het is wel goed om even te kijken naar de blog die ik in 2011 schreef over technocraten. Mijn stelling is dat technocraten, politici, de civil society en collegiaal toezicht nodig zijn om de uitvoering voor elkaar te krijgen. 

Trump kan dingen op scherp stellen, maar heeft de rest nodig om zijn plannen tot een succes te maken. Vooral rond infrastructuur zal hij veel voor elkaar kunnen krijgen. Vergelijk het met een dictator in Afrika. Die kan wel een telecommunicatiestructuur laten aanleggen, maar geen scholen organiseren, geen samenleving meekrijgen in noodzakelijke veranderingen en slechts moeizaam inflatie bedwingen (hoewel sommige onderontwikkelde landen best een goede centrale bank hebben). Voor de samenleving gaat het om heel veel interacties ver buiten het zicht van de dealmaker. Dat vraagt een ver doorgevoerde directieve overheid en dat is de VS niet. 

Lukt Trump het wel in de economie? Ik geloof het niet. We zien tot nu toe alleen dealmaking. Zeker in de VS met een sterke civil society en veel aandacht voor countervailing powers stopt het daar al snel. Het gaat heel anders dan in een eigen bedrijf waarin mensen gedwongen worden om te doen wat de baas zegt omdat de baas ze betaalt. Hij kan wel wat protectionistisch doen, maar ook de VS moet zich omscholen om mee te kunnen in de economie. Dat doen de Duitsers, de Sacndinaviers (en de Nederlanders) beter. 


Hoe dan ook: een dealmaker is geen redder van de samenleving. Mijn idee is dat hij ook geen vernietiger is.  Gaat hem gewoon niet lukken.

Pleidooi voor dialoog en het overstijgen van belangentegenstellingen
Het neerbuigend kijken naar politici die naar compromissen streven en belangen willen overstijgen is onterecht. Nederland is er groot mee geworden. Nederland heeft alleen teveel de samenleving laten lopen via neoliberale principes. Die werken wel, maar hebben gevolgen voor de samenhang, werken denivellerend en maken de samenleving kwetsbaar voor de invloed van grote bedrijven. We zijn al weer terug aan het draaien. Rutte is ook bijna niet meer te herkennen als liberaal (helaas zelfs niet als klassiek liberaal)

vrijdag 20 januari 2017

Verkiezingsthema: grenzen

Vluchtelingen en asielzoekers lijken even wat minder de campagne te gaan domineren. Dat is goed want we moeten ons op meer voorbereiden dan een druk van buiten de EU van vluchtelingen en economische vluchtelingen. De wereld is minder zeker en er zijn veel en snelle veranderingen. De betrokkenheid van mensen met andersdenkenden wordt steeds geringer. We trekken ons terug in groepjes met “ons soort mensen”. Dat heeft grote gevolgen voor de rol van de overheid in zorgen voor de mensen die hier niet in mee kunnen komen. Hoe kunnen we daar mee omgaan? Het blijkt al snel toch te gaan over grenzen.

Toekomst om je op voor te bereiden
Het SCP gaf in het Sociaal en Cultureel Rapport 2016 een beeld van de toekomst. De centrale boodschap is dat er meer dynamiek, meer maatwerk en meer eigen regie komt. Dit leidt tot meer (keuze-)vrijheid voor het individu, maar ook tot meer onzekerheid, stress, kwetsbaarheid en ongelijkheid. Het SCP verwacht dat werk vaker een hoge scholing vereist en minder plaats- en tijdgebonden is. De opkomst van de ‘op-afroepeconomie’ zet door. Steeds meer mensen doen relatief korte klussen voor wisselende opdrachtgevers. Het gevolg: weinig continuïteit in het werk; minder mogelijkheden om een loopbaan te plannen. Je scholing komt op je eigen schouders. Dat vergroot de ongelijkheid en geeft de kans dat groepen mensen zich niet goed voorbereiden op de toekomst.

Hoe ver wil je dat dat gaat? Als je alles individueel laat besluiten zijn er geen grenzen aan de flexibiliteit. Dat heeft voordelen voor hen die daar sterker uit komen, maar de nadelen voor mensen die daar last van hebben worden groter. Welke grenzen hanteren we? 

Samen leven?
Wat betreft ‘samenleven’ verwacht het SCP dat mensen steeds meer oppervlakkige contacten hebben in steeds minder tijd. Die contacten zijn met gelijkgestemden. Het is makkelijker gelijkgestemden te vinden buiten de eigen kring en niet-gelijkgestemden te ontlopen. Overbrugging tussen verschillende bevolkingsgroepen zal zeldzamer worden en spanningen tussen groepen zullen toenemen.

Ga je maatregelen nemen om elkaar wel tegen te komen? Want je hebt gezamenlijk te maken met de publieke ruimte. Als je de politici niet meer ziet als je vanzelfsprekende vertegenwoordiger moet je meer gezamenlijk gaan besluiten over wat van de gemeenschap is. Elinor Ostrom de enige vrouwelijke winnaar van de Nobelprijs van de economie gaf daar regels voor. De eerste regel: duidelijk gedefinieerde grenzen die ook erkend worden. Laat je een publieke instelling gemeenschapstaken op zich nemen, dan zijn die grenzen minder belangrijk dan als je samen beslist. Waar ga je als gemeenschap over en waarover niet? Waar liggen de grenzen? Als je dat weet kan je met alle betrokkenen besluiten. 

Gevolgen voor de sociale grondrechten en de overheid
De Nederlandse Grondwet bevat sociale grondrechten. Deze sociale grondrechten zijn ‘voorwerp van zorg voor de overheid’. De overheid is er voor verantwoordelijk dat de sociale grondrechten gewaarborgd zijn voor iedereen. De overheid moet streven naar zorg en ontwikkeling van de burgers, onder meer door het zo mogelijk verschaffen van een recht op pensioen, voldoende woongelegenheid en werkgelegenheid, medische verzorging, een behoorlijke levensstandaard, sociale zekerheid en onderwijs.

Er blijven instituties die zorgen dat individuen niet buiten de samenleving vallen en dat de sociale grondrechten gewaarborgd blijven. Rond wonen, werk, zorg is er een afgedwongen solidariteit tussen gezond en ziek, werk en werkeloos en kansrijk en kansarm. Maar er is geen verbinding tussen diverse groepen in de samenleving. Daardoor is er geen vanzelfsprekend vertrouwen dat groepen die geholpen worden ook het hunne doen om aan het werk te komen, gezond te blijven of mee te doen. Want dat gebeurt niet altijd. 

Overconsumptie van de verzorgingsstaat gebeurt meer door Nederlanders dan door asielzoekers, ook al wordt de nadruk gelegd op asielzoekers die profiteren. Langzaam is Nederland strenger geworden en duidelijker over wat van de mensen die profiteren van de verzorgingsstaat verlangd wordt. Krijg je bijstand, dan verwachten we dat je je best hebt gedaan om aan een baan en eigen inkomen te komen. Krijg je zorg, dan verwachten we dat je je best hebt gedaan om de kosten te beperken door eerst te kijken of iemand in je eigen omgeving kan helpen. En we betalen alleen voor zorg die bewezen werkt. Voor gebedsgenezing of voodoo moet je zelf betalen. En waar liggen de grenzen in de zorg? Een extra maand winnen voor iemand met een ernstige ziekte? Of gaat dat geld naar extra hulp in verzorgingshuizen? Is dat afhankelijk van de vraag wat een ziekenhuis of verzorgingshuis het meest winst oplevert? Of beantwoorden we zelf die vraag? We betalen het met z'n allen immers? 

Steeds vaker kennen we de andere groepen niet. Dat betekent dat er ook steeds minder draagvlak is om anderen (uit andere kringen) te helpen. Want op basis van één bericht over een profiterende Turk of Iraniër daalt de bereidheid om voor Turken of Iraniërs te betalen. Terwijl op basis van één bericht over een Hollandse jongen niemand zegt dat alle Hollanders profiteren. Toch moeten we het daar over hebben. Wat verwachten we van de ontvangers van onze solidariteit? Welke eigen inspanningen in welke situatie? Wat zijn de grenzen van de verzorgingsstaat?

Vangnet niet afbreken
Praten we daar niet over, dan breken we een prachtig vangnet af. In plaats van de institutionele solidariteit ontstaan nieuwe vormen van solidariteit in zelfgekozen verbanden. Prachtige vormen van niet-anonieme solidariteit. Dat klinkt heel mooi (en is het ook). Maar ook dat ondermijnt de steun voor de borging van de grondrechten van mensen die er buiten vallen. Zij worden buitengesloten. Dat kun je ongemerkt laten gebeuren, maar wat verwachten we van mensen om binnen onze solidariteit te vallen? Wanneer gaan we te ver als we alle verantwoordelijkheid voor bijscholing bij individuen leggen? Want we hebben er als samenleving baat bij als mensen zich wel bij laten scholen!

Hoe gaan we die verzorgingsstaat dan regelen? Zo komen we ook bij vluchtelingen. We kunnen klagen over afbraak, maar Nederland is nog altijd een fantastisch land. De fysieke grenzen van Nederland kun je moeilijk potdicht afsluiten. Hoe leg je wel de grenzen? Toen het asielzoekersverdrag werd afgesloten werd bepaald dat iemand die asiel heeft gekregen meteen dezelfde rechten krijgt. Toen was er alleen nog geen verzorgingsstaat. Kan dat zo blijven? Of bouw je zoals met pensioen (en AOW!) langzaam je rechten op? Dat zou als voordeel hebben dat je meer duidelijkheid krijgt.


We leven te weinig samen en willen meer insluiting. Het gaat wel goed met ons, maar niet zo goed met de samenleving. Dan moeten we duidelijker zijn over wanneer we uitsluiten. Wat insluiting gaat gepaard met uitsluiting. Grenzen dus. Lijkt me een mooi thema voor de verkiezingen. Laat het thema niet kapen door populisten!