zaterdag 23 december 2017

Politieke overstretch

De gemeenteraad heeft in de loop der tijd een steeds groter gebied gekregen waar hij over gaat. De gemeente van nu heeft meer inwoners, meer budget en meer taakgebieden dan 50 jaar geleden. De inwoners hebben hogere verwachtingen, willen meer op maat bediend worden en leggen zich minder snel neer bij beslissingen. Dat kan niet meer lang zo doorgaan.

Het doet mij denken aan een term die ze bedachten voor het Britse rijk: imperial overstretch. Met imperial overstretch wordt bedoeld dat een wereldrijk groter wordt dan het aan kan, waardoor het niet langer in staat is om de militaire en economische verplichtingen die daarbij horen na te komen, laat staan om verder te groeien. Doordat op te veel plaatsen moet worden opgetreden, kan dat niet meer overal voldoende effectief gebeuren.

Politieke overstretch
Die omschrijving past bij gemeenten: politieke overstretch. De taak is groter dan de gemeenteraad aankan. Met divers knip- en plakwerk wordt gepoogd dit op te lossen. In bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden worden taken opgepakt, maar de gemeenteraden houden er de formele verantwoordelijkheid voor. Gemeenteraadsleden klagen er over dat ze wel verantwoordelijk zijn, maar het niet effectief kunnen regelen en dat de politieke verantwoording onder de maat is. Maatwerk rond het sociale domein moet geleverd worden door ambtenaren die kijken wat mensen zelf kunnen en wat de gemeente erbij moet doen. Over die maatwerkbeslissingen kan de gemeenteraad geen verantwoording afleggen. In Alphen aan den Rijn was het belegd bij een uitvoeringsinstantie, Participe. Maar toen een traplift geweigerd werd aan een 80 jarige, werd de gemeenteraad uiteraard stevig aangepakt. Terecht. De gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid, ook al heeft hij niet de macht (want is afhankelijk van diverse andere partijen en organisaties).

Gebrek aan gemeenteraadsleden
Deze politieke overstretch leidt er ook toe dat mensen niet graag meer lid worden van de gemeenteraad. Vroeger was het een taak die mensen met veel ervaring in de samenleving op zich namen als een “Noblesse oblige”, vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel nam de elite het op zich (konden ze het tevens beter regelen voor zichzelf dan voor anderen). Nu is het steeds moeilijker mensen te vinden. Door die politieke overstretch is het afbreukrisico groot terwijl de inspanning hoog is (en omdat het lekenbestuur is en moet zijn tegen een marginale vergoeding).

Politieke burn out 
Voor de gemeenteraadsleden dreigt zo burn out. Burn out heeft als oorzaken: 1) moeite om nee te zeggen. 2) moeite om te delegeren, 3) gedrevenheid, 4) geen fouten willen maken, 5) groot verantwoordelijkheidsgevoel, 6) organisatorische onduidelijkheid, 7) veel verantwoordelijkheid en weinig werkelijke macht. 
Herkenbaar? Het zijn namelijk eigenschappen die van toepassing zijn op de omgeving waarin gemeenteraadsleden moeten opereren.

Vermarkting of vermaatschappelijking
Op momenten van politieke overstretch is de neiging groot om taken over te hevelen naar de markt. Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijk werk, sociaal cultureel werk, gemeentelijke energiebedrijven en de gemeentelijke woningbedrijven. Geen gek idee en in de meeste gevallen gaat het ook goed. De markt heeft correctiemechanismen als aanbieders geen goede dienstverlening bieden of een te hoge prijs vragen.

Maar als er geen concurrentie is, ontbreekt op de markt tegenmacht. Dan moet de overheid toch weer sterk reguleren, zoals je ziet bij de woningcorporaties. Als er een incident is maken we de regels ingewikkelder en groter, komt er een nieuw protocol en worden de kosten hoger.

Een andere weg zou kunnen zijn om niet over te hevelen naar de markt, maar naar de gemeenschap. En het gekke is: daar werden die taken vroeger ook opgepakt. De woningcorporaties waren bij de start zelforganisaties, van mensen die niet (financieel) sterk genoeg waren om hun huis te bouwen, maar samen sterk genoeg waren. Twee trambestuurders richten bijvoorbeeld Rochdale op. De woningcorporaties moesten vervolgens marktpartij worden en concurreren. 100 jaar na de oprichting zat er een bestuurder die weinig op had met de tram en liefst in een Maserati reed. Ook verzekeraars hebben zo'n maatschappelijke achtergrond. Het waren vrijwel allemaal onderlinge waarborgmaatschappijen van mensen die met elkaar een pot geld vulden om bij brand de pechvogel te kunnen bijstaan.

De overheid kan niet alles
Er zijn mensen met grote bezwaren tegen die vermaatschappelijking. De overheid is immers goed geregeld, er zijn gelijke rechten vastgelegd en vertegenwoordigers worden gekozen. Maar de wal keert het schip.

En er zijn al tekenen dat de samenleving de vermaatschappelijking oppakt. De cooperatie is een snel groeiende organisatievorm. Er zijn broodfondsen, die lijken op de oude onderlinge waarborgmaatschappijen. Er zijn energiecooperaties opgericht door mensen die samen energie willen opwekken en het niet willen overlaten aan op winst gerichte energiebedrijven. Woningcorporaties herontdekken hun maatschappelijke wortels en zoeken naar methoden om huurders zich weer mede-eigenaar te laten voelen.

Taak voor de nieuwe gemeenteraad
Het zou mooi zijn als de nieuwe gemeenteraden wegen zoeken om die vermaatschappelijking verder in te vullen. Zo kun je inwoners inschakelen bij de controle, je kunt in plaats van commerciele aanbesteding kiezen voor maatschappelijke aanbesteding. Je kunt wijken en dorpen eigen budgetten geven op voorwaarde dat ze democratisch besluiten en iedereen betrekken en via burgervisitatie de dorpen en wijken bij elkaar laten kijken wat er goed gaat en wat er beter kan. De gemeenteraad kan dan meer aandacht geven aan belangentegenstellingen en die terreinen oppakken waar de maatschappij niet zelf uit kan komen.

Het mooie van de vermaatschappelijking is vervolgens dat mensen een eigen verantwoordelijkheid krijgen. Ze moeten met de buren in gesprek om te kijken welke waarden ze delen en hoe ze het eens kunnen worden. Wij worden dan weer gezamenlijk de baas in plaats van klant van de politiek. Klanten kunnen klagen, maar als je zelf als samenleving verantwoordelijkheid neemt moet je aangeven wat je wel wilt.


Zo kan politieke overstretch misschien leiden tot vermaatschappelijking en een samenleving die weer verantwoordelijkheid neemt.  

woensdag 20 december 2017

Empathie en de samenleving

Ongetwijfeld is empathie een bindende factor in de samenleving. Iemand die valt wordt overeind geholpen, iemand die bang is wordt gerustgesteld: samen, elkaar helpend komen we verder. We hebben empathie nodig om onszelf te verbinden met anderen. Het januari-nummer van Psychologie Magazine zette me echter even op een ander been. Kan het ook met minder empathie? 

Empathie versluiert systemen
Empathie kan ons ook in een wij-zij-denken duwen. Sterke empathie kan ons harder maken tegen anderen. Ons inlevend in een slachtoffer kunnen we bijvoorbeeld vergeten te kijken of een aangewezen dader wel echt de dader is. We vergeten te kijken welk systeem onze empathie in werking zet. Neem het bedelend kind op vakantie die we maar al te gemakkelijk geld toeschuiven. We willen dan niet kijken of een andere manier van hulp (een donatie aan een hulporganisatie) meer effect zou hebben, laat staan dat we onderzoeken of we belonen dat dat kind extra zielig op straat gestuurd is door haar ouders om geld te verdienen. Wie vooral empathie heeft, geeft een hongerend iemand geen hengel, maar steeds eten.

We zien empathie ook terugkomen in de discussies over zeldzame ziekten.  Medicijnen voor zeldzame ziekten zijn vaak peperduur, de effectiviteit onduidelijk. Het beoordelen van de werkzaamheid van weesgeneesmiddelen is lastig, omdat de onderzochte patiënten per definitie maar met tientallen zijn. Maar de patiënten zijn wanhopig op zoek. De producenten van geneesmiddelen rekenen vervolgens uit welke prijs ze mogen vragen, voor een medicijn waarvan niet zeker is of het werkt. Daar is weinig empathie bij. Hoe meer empathie mensen voelen en hoe mediagenieker de slachtoffers, des te hoger de prijs. Daarna komt de vraag op hoeveel je bereid bent uit te geven. Het geneesmiddel voor de spierziekte van Pompe kost per persoon jaarlijks 400.000 tot 700.000 euro. Dat kunnen we met zijn allen best betalen –er 120 patiënten in Nederland. Niemand wil zeggen dat een bepaald middel niet vergoed mag worden, maar sluipenderwijs zal de solidariteit met anonieme patiënten afnemen. Ooit moeten we over de grens praten en eigenlijk nu al.

Iedereen weet dat je niet alle armen van Afrika hierheen moet halen en dezelfde rechten kan geven als de Nederlanders in hun verzorgingsstaat. Maar elk aangrijpend verhaal kan reden zijn om mensen niet terug te sturen en voor hen een plek vrij te maken. Dat zal nooit in een villawijk zijn, maar altijd rond sociale woningbouw. Het betekent dat nu al dat 10 tot 14% van de sociale woningen van woningcorporaties toegewezen wordt aan statushouders. Tegelijk roepen verhalen van mensen die hun buren niet meer kunnen verstaan en hun buurt zien veranderen boosheid op van andere kant.

Vervolgens staan mensen tegenover elkaar afhankelijk van de vraag met wie ze meeleven.

Rationele afweging met compassie
Bij ziekten moet je afwegen hoe ver je wilt gaan in je hulp en of jouw hulp wel helpt. Bij woede vanwege een slechtoffer moet je verder denken dan je boosheid. Bij opvang van vluchtelingen moet je kijken hoe je vluchten voorkòmt. De in Psychologie aangehaalde psycholoog Bloom pleit voor minder empathie en meer compassie. Bij empathie leef je je in en neem je de zorgen, pijn en verdriet van anderen over. Bij compassie neem je negatieve emoties van de slachtoffers niet over, maar blijf je liefdevol, zorgzaam en begripvol.

We zijn niet alleen niet in staat om met iedereen mee te leven, we hebben als samenleving ook behoefte aan rationele afwegingen tussen kwaden en het overzien van de lange termijn gevolgen van een besluit. Dat geeft aan dat we ook moeten kijken naar betere opvang buiten Europa. En extra aandacht voor integratie en de draagkracht van buurten om bij te dragen aan de integratie.

Het zou mooi zijn als rond bijvoorbeeld de vluchtelingen wat minder empathie en wat meer compassie een rol speelt.

vrijdag 8 december 2017

Interessant alternatief voor het referendum

Je kunt het referendum zien op verschillende manieren. Een referendum geeft bewoners een mooi instrument om zich uit te spreken over een lokale kwestie. Iedereen kan zijn stem uitbrengen. De stemming geeft aan hoe mensen over het onderwerp denken. Een stemming is echter ook een bepaalde gemoedsgesteldheid. Mensen zijn in een opperbeste stemming, of zijn juist boos, ontstemd.

stemming zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ˈstɛmɪŋ] Verbuigingen: stemming. en (meerv.) 1) toestand, gesteldheid waarin het gemoed of de geest verkeerd, m.n. op een bepaald tijdstip: in een vrolijke stemming zijn; voor iets niet in de stemming zijn. Voorbeeld: `Ik ben in een uitstekende stemming, want ik heb een vrije dag vandaag

Helaas zijn er ook slechte voorbeelden van referenda, waarbij het meer gaat om een collectieve gemoedstoestand. Het referendum over Oekraine was zo'n voorbeeld. Vrijwel niemand kende het verdrag waarover gestemd werd, op de posters van Geen Peil kwam het woord Oekraine niet voor. Het werd een stemming waarvan je niet zeker was of het een stemming was in de zin van gemoedsmoedstoestand tegen de elite die beloften had gedaan en deze niet nakwam of een weloverwogen stemming tegen de inhoud het verdrag.


Alternatief
Het is daarom goed om te weten dat er een alternatief is voor het referendum: de burgerjury. In Oude IJsselstreek is al eens geëxperimenteerd met de burgerjury. De burgerjury heeft interessante voordelen.
  1. De samenstelling is representatief. Bij een burgerjury worden mensen op basis van loting geselecteerd om deel te nemen. Het is dus niet zo dat de meest uitgesproken mensen of de meest vaardige mensen in de jury zitting nemen.
  2. De burgerjury gaat uit van argumentatie en deliberatie. De jury kan zich laten informeren door experts en moet op basis van argumentatie tot een oordeel komen.
  3. De begeleiding van de jury is ingericht om de juryleden op gelijke basis te laten participeren in het deliberatieve debat, zo wordt de mening van alle leden gelijk verwoord en kunnen leden inzicht krijgen in de verschillende standpunten In zo'n jury.
Bij de burgerjury gaat het dus niet om de stemming, de gemoedstoestand, maar om de uitwisseling van argumenten en het iedereen tot zijn recht laten komen.

De toenmalig burgemeester van Oude IJsselstreek geeft ook aan dat zo'n burgerjury representatief is en rekening houdt met mensen die er niet bij zijn:

Er zijn verschillende vormen. Van grote groepen (100 burgers) tot een groep van 25 bewoners die beraadslaagt en een uitspraak doet. Van een proces dat een jaar op onregelmatige momenten tijd vraagt tot een paar dagen achter elkaar. Het interessante aan het alternatief is dat het middel dwingt om naar elkaar te luisteren en op elkaar te reageren. Stemt de burgerjury aan het eind van de rit, dan gaat het dus om geïnformeerde burgers die zich echt in de materie hebben verdiept. De representativiteit wordt gewaarborgd door na de loting een aanpassing te doen om het representatief te laten zijn. Je kunt bijvoorbeeld na de loting 500 mensen hebben die bereid zijn deel te nemen aan de jury. Als je ziet dat in die loting bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd, kun je uit deze groep opnieuw een steekproef te nemen. Als pakweg 100 blanke mannen van 50 reageren en 2 jongere allochtoon, dan neem je uit die 50 een steekproef van 2 die naar de jury en kunnen de 2 jongeren direct door naar de jury. 

Niet een gemoedstoestand, maar een geinformeerde stemming
Zo levert de burgerjury een uitspraak die rekening houdt met de verschillende mensen uit de samenleving. Zij hebben geen partijpolitiek belang om een bepaalde kant te kiezen om op een ander terrein hun zin te krijgen, wat in de representatieve democratie natuurlijk wel gebeurt. De uitspraak van de jury is gebaseerd op informatie, overleg, elkaar horen, elkaar begrijpen en elkaar trachten te overtuigen.
Het instrument zou bij elke gemeente goed passen, zeker als met de democratie wil opfrissen en burgers meer betrekken bij het bestuur van de gemeente.

Ik heb gemerkt bij het initiatief van verfris de democratie dat veel mensen schrikken van belofte 6: Ik stel burgers in staat over belangrijke besluiten te stemmen. Misschien is voor de mensen die hiermee zitten de burgerjury een aardig initiatief. Geen uitroepen van een gemoedstoestand, maar een geinformeerde stemming van een representatieve groep.

Meer weten over vernieuwing in de lokale democratie? Klik hier!

maandag 4 december 2017

Zwarte Piet: Het palingoproer als inspiratie voor de Dokkumer blokkade

Hoe moeten we ooit af van Zwarte Piet? Er zijn mensen die het pijnlijk vinden dat de aankleding en het totaal zwarte gezicht van Zwarte Piet terug slaat op de tijd dat witte mensen een “negerpage” hadden die als knecht (of slaaf) de goedheiligman helpt. Veel mensen vinden dat ze daar dan wat aan moeten veranderen. Ze kijken naar de burgemeesters en de regering, maar die zijn niet alleen vrij verdeeld, maar ook worden ze te schande gezet zodra ze zich uitspreken. Stel je dat zwarte piet geheel zwart moet blijven, dan komen er felle protesten en stel je dat zwarte piet niet zwart kan blijven dan is het protest misschien wel feller.

Ondertussen kunnen er mega-bezuinigingen doorgevoerd worden, kan het jeugdbeleid en maatschappelijke ondersteuning in een enorme operatie overgeheveld worden naar gemeenten en wordt daarbij het recht op hulp vervangen door ondersteuning op maat. Banken kunnen met miljarden overeind gehouden worden (soms zelfs in een rendabele operatie zoals bij ING, soms niet zoals bij de ABNAMRO).

Maar ons gedrag beïnvloeden is veel pijnlijker. Er is geen collectief meer, dus er kan ook geen collectief besluit genomen worden over wat we netjes vinden. En eigenlijk ging er altijd tijd overheen voor iets geaccepteerd werd. Het is altijd lastig geweest gedrag te veranderen.

Palingoproer: het recht om dieren te mishandelen
Het palingtrekken is ooit verboden, net als veel andere dierenmishandeling die in een "leuk", "traditioneel" spel veel enthousiaste aanhangers hadden. Over een gracht werd een touw gespannen waaraan een levende paling hing. De spelers moesten daar in bootjes onderdoor varen en de glibberige paling proberen te pakken, met het risico in het water te belanden. In de 19e eeuw verbood de overheid dit, maar in 1886 was het door de politie beletten van een wedstrijd palingtrekken aanleiding tot een oproer: het Palingoproer. Mensen worden boos als ze het gevoel hebben dat anderen hen hun pleziertjes misgunnen en zien geen kwaad in hun spel. De blokkade-actie van de Dokkumers past dus in dezelfde traditie als het Palingoproer. 

Ooit is ook de hondenkar verboden. Tot 1963 was het niet verboden om honden als lastdier in te zetten. Voor de tweede wereldoorlig was het heel normaal. Ooit is geaccepteerd geraakt dat meisjes ook een broek mogen dragen, ondanks de oer-traditie dat meisjes dat niet mogen.

Roken in het bijzijn van babies en kinderen was vroeger heel normaal. Langzaam drong het besef door dat je dat niet hoort te doen, maar ik herinner me dat bij onweer mijn moeder wel eens op mijn slaapkamer kwam om me gerust te stellen en dan een sigaretje rookte. Dat lichtje aan haar sigaret was rustgevend.

Elite dwingt het niet meer af
Wat vroeger wel hielp was dat de elite het voorbeeld gaf en zich uitsprak. Daarna kon iets verboden worden (paling trekken, kat knuppelen, spuwen in het openbaar vervoer, carbid schieten) of toegestaan (homosexualiteit, meisjes die een broek dragen, na je huwelijk gewoon blijven werken). Nu beslist iedereen zelf, want de elite heeft het verpest. De kerk had een enorme invloed maar bleek sexueel misbruik in de doofpot te stoppen. Ach, eigenlijk wist men dat vroeger al, maar toen dacht men dat dat niet te veranderen was.

Nu moet je iedereen overtuigen. Dat is een stuk lastiger. Dan moet je met elkaar in gesprek. Je moet de ander leren kennen en er achter komen waarom de ander zo geraakt wordt. En dat moet dan gebeuren in een tijd dat je op facebook en andere sociale media vooral in contact komt met mensen die er net zo over denken als jij. De felheid van de discussie wordt bovendien gevoed door het gevoel dat je je altijd maar moet aanpassen: aan de wereldeconomie, de flexibilisering, mensen die de taal niet spreken die bij jou in de buurt worden gehuisvest en niet bij de elite en de hogere inkomens van bankdirecteuren. Het gesprek is allang gestopt, want het is gemakkelijker je medestanders via internet, televisie en kranten te benaderen dan met die andersdenkenden in contact te komen.

Toch gaat het gebeuren. Zeker het zwarte piet, want die was in de jaren 50 al niet meer zwart. 
29 november 1950. Fotograaf: Joop van Bilsen ©




zondag 12 november 2017

Kies de juiste vijand

Ook zo boos op Bono? En wat te denken van de Britse koningin? Bono is via een brievenbusfirma in Guernsey eigenaar van een winkelcentrum van 3.700 vierkante meter in Litouwen. Daarover is sinds 2011 geen winstbelasting betaald. Zo zou de Britse koningin Elizabeth II een deel van haar privévermogen hebben geïnvesteerd in een fonds op de Kaaimaneilanden. En dat fonds belegt weer in een controversieel Brits bedrijf, Brighthouse, dat consumenten wurgkredieten oplegt. Schande!

Maar is dat wel waar we ons boos over moeten maken? Stel je voor dat dierenmishandeling gewoon toegestaan is. Dan spreken we af dat we boos zijn als we iemand zien die vlees van mishandelde dieren eet, tenzij hij uitgesproken voorstander is van dierenmishandeling, want dan mag hij het natuurlijk wel. Neem dus aan dat zo'n moreel hoogstaande persoon op een receptie wat vlees eet en het blijkt bio-industrievlees te zijn! Vervolgens gaan we allemaal woedend twitteren over een linkse moraalridder die doet wat gewoon toegestaan is: vlees uit de bio-industrie eten. Gevolg: eter is geslachtofferd en er verandert niets.

Moraalridders mogen iets niet? Anderen dus wel!
Het is eigenlijk het toppunt van liberalisering om zo boos te reageren op Bono. Je pakt hier en daar iemand die (per ongeluk?) iets niet heeft gezien. De boodschap is: het mag als je een rotzak bent. In het geval van vlees eten heeft het mij altijd gestoord dat mensen die tegen dierenmishandeling zijn meer moeten betalen dan mensen die dat niet zijn. Heb je een andere mening over vlees? Dan krijg je korting. Bono en de Britse queen zullen waarschijnlijk netjes reageren en de boel op orde brengen. De woede is dan voorbij en aan beiden kleeft een vlekje. Maar er verandert niets. De boosheid is snel voorbij.

Voortaan passen mensen die het beste voor hebben met de mensheid wat beter op. De belastingregels veranderen vervolgens niet. De belastingconcurrentie gaat door met als gevolg dat de superrijken zonder veel moraal hun vermogen lekker in een belastingparadijs stallen. En laten we onze ogen er niet voor sluiten dat die rijkdom hen macht geeft. En dat we wat moeten wheelen en dealen om hun macht wat aan banden te leggen.

Natuurlijk is het leuk om te constateren dat rijke sterren niet heilig zijn. Maar misschien toch even de tijd nemen om boos te zijn op de juiste partijen. Misschien wel op onszelf omdat we iets toestaan waar we het niet mee eens zijn.

woensdag 1 november 2017

Geen zelfregie in een soeverein Catalonië


Als je denkt aan burgerschap, eigen kracht en hoe mensen zelf de regie over hun leven pakken, kun je niet om Catalonië heen. Vanuit mijn visie bekeken is het referendum en de reactie daarop van Rajoy het anti-burgerschap. Tegelijk denken veel Catalanen juist de regie terug te nemen van Spanje. Het geeft aan hoe binnen dat idee van zelfbestuur en zelfregie verschillende kijken op burgerschap opkomen.

Anti-burgerschap
Catalonie is met het referendum anti-burgerschap. Bewoners van de regio gaan niet met elkaar in gesprek over de vraag hoe ze hun regio meer zelf kunnen besturen, maar vragen per referendum aan hun premier om zich als een natie los te maken van Spanje. Demonstranten die pro Catalonie zijn, rekenen daarbij net zo goed op een politicus als de demonstranten die pro Spanje zijn. Het hele idee dat je zoiets als je losmaken van een natie kunt zien als zelfbestuur is een monstrum. De natie is eerder anti-zelfbestuur en is een manier om van bovenaf zaken te kunnen opleggen aan minderheden.

Volkssoevereiniteit en burgerschap
Catalonie is met het referendum door anderen gezien als pro-burgerschap. Aan de reactie van Spanje kun je namelijk zien dat Rajoy geen enkele poging doet om de Catalanen voor zich te winnen. Electoraal is het voor hem voordeliger om hard in te grijpen, dat vinden zijn kiezers leuk. Dat past in een lange traditie in Spanje om centralistisch te regeren. En in een lange traditie van Catalonie om zelfstandig te willen worden en te streven naar soevereiniteit. Een land met een eigen taal en eigen gebruiken en een eigen president. Maar niet in een idee over zelf als bewoner met je mede-bewoners je regio of land gaan besturen.

Waar wil je heen in de toekomst?
Een echt gesprek over de voors en tegens van het afsplitsen wordt niet gevoerd. In elk geval niet tussen bewoners van Catalonie. Dat gesprek zou dan moeten gaan over hun eigen toekomst en hoe ze die willen invullen.

Een voorbeeldje. Ik ben geen voetbalfan, maar willen de Catalanen dat Barcelona nummer één wordt in de Catalaanse competitie, zodat ze alleen bij de Europacup nog wat in kunnen brengen tegen Real Madrid? Dan zal de financiele stroom die nodig is om te blijven winnen snel opdrogen! In het voetbal is het vrij simpel, afgezien van leuke verrassingen wint de club met het meeste geld. Interessanter, maar minder aansprekend is wat de Catalaanse bevolking in de toekomst wil met haar economie. Voordat ze de euro in kunnen voeren moeten ze laten zien dat ze gedegen financieel beleid kunnen voeren. Dat kunnen ze op termijn best aantonen, maar in eerste instantie zullen ze en eigen munt in moeten voeren. Dat remt de handel met de rest van Europa. Dan hebben ze nog niet eens een duidelijk beeld van de manier waarop ze de Catalexit gaan vormgeven, want ze starten zonder handelsverdrag met de EU.

Je toekomst in handen nemen
Burgerschap en eigen regie gaat over je toekomst zelf in handen nemen. Mensen die dat willen hebben niets te zoeken bij Rajoy of Puigdemont. Je ziet dat door te stemmen je lot als “volk” in handen willen nemen altijd leidt tot het vermorzelen van het midden, waar gezocht wordt naar oplossingen. Die strategie van polarisatie leidt tot geweld en het elkaar vertellen wat de ander moet doen. Stemmen hielp ook niet in Noord Ierland, in Noord Irak, in Somalie, in Kenya. Stemmen is wel een manier om machthebbers weg te sturen en richting te geven, maar het is ook een manier om niet met minderheden in debat te hoeven.

Einde van de natiestaat

Is de natiestaat nog wel een oplossing voor soevereiniteit van een volk? Ik geloof er niets van. De essentie van wat er gebeurt is niet dat er in heel Europa nieuwe naties ontstaan, maar dat de natie juist niet goed kan omgaan met regionale behoeften en regionale verschillen. Een idee van één volk in een bepaalde regio is volstrekt achterhaald. Daarvoor is de wereld te internationaal en te divers geworden.  

dinsdag 24 oktober 2017

Is ons systeem nog wel het hunne?


Het is gemakkelijk het systeem de schuld te geven en veel mensen doen dat. Woede over het systeem dat EU heet en dat geld naar de Grieken stuurt of vluchtelingen binnen laat. Woede over het systeem dat niet ingrijpt als jongeren thuis in een onveilige situatie ztten. Woede over het financiele systeem dat niet voorkomt dat banken failliet gaan. Opvallend is dat de woede niet gaat over de persoon die zich vergrijpt, een kind mishandelt, zich verrijkt of fraudeert, maar over het systeem dat dat niet voorkomt.

Wij roepen hen die verantwoordelijk zijn ter verantwoording
Neem de moord op Anne Faber. Een petitie over het systeem dat deze moord niet voorkwam werd massaal ondertekend. “Wij roepen hen die verantwoordelijk zijn, o.a. het ministerie van Veiligheid en Justitie, ter verantwoording en eisen een verklaring”. Daar tegenover staat een stuk waarin iemand juist beweert dat de petitie voor een onderzoek naar het 'falend rechtssysteem' geen goed idee is. “We moeten de elementaire uitgangspunten van ons rechtssysteem juist koesteren”.

Mensen die massaal het “ik onderteken niet” stuk op sociale media deelden, willen laten zien dat het gaat om de misdadiger en dat een systeem niet alles kan voorkomen. Zij denken dat mensen alle pech willen uitsluiten en dat het systeem dat hoort te doen. Ik dacht dat zelf ook lang. Toch is er iets anders aan de hand. Het gaat niet om het uitsluiten van pech, maar gebrek aan vertrouwen in het systeem.

Onze kascommissie
Bij ons in de buurt wordt de jaarrekening jaarlijks gecontroleerd door een kascommissie. Als er mensen in de kascommissie zitten weten we wat voor mensen dat zijn. Met Margo weet je gewoon dat er eerlijk en kritisch gekeken wordt. Remco is de eerlijkheid zelve. Danielle weet echt wel waar ze het over heeft. Als Danny dat zegt, is het recht uit het hart. Het systeem dat controleert bestaat uit onze mensen. Daar hebben we vertrouwen in.

Vertrouwen winnen
Tegenover het systeem dat we in ons buurtje hebben staat het systeem dat aangeklaagd wordt. Het systeem is anoniem, we kennen de bewakers niet, we kennen ook de resultaten niet zo goed, maar horen uitgebreid over fouten. Henriette Prast is expert op het gebied van vertrouwen. Ze komt tot een aantal elementen die vertrouwen bevorderen. Let wel dat ik haar vrij interpreteer en versimpel.
  • Resultaten
  • Voorspelbaarheid.
  • Nabijheid.
  • Participatie
  • Duidelijkheid over de bewakers.
Kijk nu naar de systemen waar mensen geen vertrouwen in hebben. De resultaten zijn onduidelijk, de voorspelbaarheid is alleen goed bekend aan experts, er is geen nabijheid, want de schaalgrootte is enorm toegenomen, er is geen participatie van “gewone mensen” en wie de bewakers zijn is onduidelijk.

Toezicht, dat doen wij gestudeerde politici wel
Het komt er op neer dat de systemen die toezien wel bij ons, geinformeerde, gestudeerde participerende Nederlanders redelijk bekend zijn, maar dat het niet meer systemen zijn van ons, burgers. Niet zelden zie je dat het toezicht in handen ligt van mensen die beloond moeten worden na een functie te hebben vervuld voor hun politieke partij. Geen wonder dat de mensen die schoppen tegen dat systeem bij hun kiezers met alles wegkomen. ook de president van de VS die kankert op rechters, zoals Wilders dat bij ons doet. Het is namelijk wel hun "Donald", of hun "Geert".  

Geen wonder dat er geen vertrouwen in is. En niet vreemd dat dat gebrek aan vertrouwen ingezet wordt voor politiek gewin. Het scoort geweldig om te kankeren op het systeem. Misschien is het nog een beetje "ons systeem", het is zeker niet het hunne.

dinsdag 17 oktober 2017

Het oog van de meester maakt het paard vet

Het is duidelijk dat we niet meer zonder burgerparticipatie beleid kunnen maken in Nederland. Inspraak, interactieve beleidsvorming, samenspraak: diverse termen geven aan dat de gemeente niet alles zelf wil verzinnen zonder bewoners en bedrijven ruimte te geven om mee te praten. Mooi, maar heel erg beperkt. Laat bewoners ook kijken naar de uitvoering, resultaten en bijstellingen!

Let op het jaarverslag
Bij bedrijven zijn de jaarcijfers veel belangrijker dan de begrotingen. Mooie plannen zijn leuk,  maar het gaat er natuurlijk wel om dat je wat voor elkaar hebt gekregen. Bij bedrijven kijkt men naar geslaagde innovaties. Niet de gesprekken over wat mensen een lekker toetje zullen vinden zijn van belang, maar de vraag wat er van al die nieuwe innovaties echt doorbreekt. Als het in de winkel ligt,  blijkt het dan te slagen?  De raket van Ola stamt al uit de jaren 60 en is al jaren een succes. De Magnum was een innovatie in 1989. Veel variaties op dat thema zijn uitgeprobeerd en er zijn er maar enkele die overblijven. Albert Heijn bracht eens een rendier-ijsje uit als innovatie, maar haalde de ijsjes terug omdat ze niet leken op rendieren. Een idee voor vernieuwing is aardig, maar wat is een echte knaller? Wat slaagt? Wie niet presteert wordt op de beurs hard aangepakt, wie wel presteert wordt beloond.

Het oog van de meester
Waarom kijken bewoners en bedrijven daar niet veel meer bij mee? Het oog van de meester maakt het paard vet is een toepasselijk spreekwoord. Als je weet dat de baas kijkt ben je net iets zorgvuldiger, leg je net iets beter uit wat je doet en bedenk je net iets eerder waar je het voor doet. Iemand laten meekijken is lastig, maar werkt wel. Ook voor jezelf! Als de meester ziet wat je doet, zal die eerder ook vertrouwen hebben in je werk. Mooi toch? Kun je krediet opbouwen (en een keer een foutje maken)

Mee laten praten over wat je gáát doen is juist makkelijker. Wie mee heeft gesproken moet later niet zeuren: had je maar bij de afspraak wat er moest gebeuren je idee of je twijfel moeten inbrengen. Je ziet dus dat meepraten over de plannen mensen mede-verantwoordelijk maakt. Terecht, wij burgers zijn immers de baas! Het is minder gevaarlijk voor de politici om vooraf mensen te horen. Maar dat maakt het niet minder interessant de baas ook bij de resultaten te betrekken.

Veel mogelijkheden
Tijdens een training over democratische vernieuwing viel mij op dat de experimenten die gemeenten zelf wilden opstarten vrijwel allemaal over de plannen gingen! Terwijl er zoveel meer mogelijkheden zijn om bewoners mee te laten doen. Hier mijn presentatie over checks and balances ofwel teugels en tegenwichten:

Burgervisitatie, burgerjournalistiek, burgeraudits, petities, wijkschouwen, hackatons: er is zoveel meer om in te zetten dan de inspraakavond of het interactieve beleidsproces. Misschien ietsje minder meepraten en meer meecontroleren? ? ?





maandag 16 oktober 2017

Referendum inlichtingen diensten

Is het raar om politieke partijen te vragen uitleg te geven over de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten?  Met de wet krijgen de AIVD en MIVD uitgebreide bevoegdheden. Mooi voor misdaadbestrijders, maar een probleem voor privacy beschermers. Bij uitstek iets om zorgvuldig mee om te gaan.

Ik ben van mening dat voor bestrijden van terrorisme uitstekende inlichtingendiensten met bevoegdheden nodig zijn.  Ik ben ook van mening dat macht corrumpeert en dat de macht om zoveel gegevens op te halen kan corrumperen.

Het gaat hier niet om een verdrag   van meerdere landen,  we hebben het in eigen hand!  Of de "sleepwet"  te ver gaat weet ik nog niet.  Laten we hopen dat het een inhoudsrijke discussie wordt.  Want afwijzen van de wet heeft net zo goed vergaande gevolgen als aannemen ervan! Ik zal vooral kijken naar de tegenmacht en toezicht.

Ik  verheug me erop.

dinsdag 10 oktober 2017

Identiteitspolitiek

Dokters die een protocol niet opvolgen hebben het niet gemakkelijk. In de Volkskrant gaf laatst een dokter aan dat hij een jonge musicus met Parkinson niet een dopamine agonist geeft heel wat moet uitleggen. Dit medicijn vertraagt namelijk het ziekteproces. Maar het medicijn is zeer verslavend en de dokter schatte de musicus in als zeer verslavingsgevoelig. Hoewel de dokter wat had uit te leggen denken we daarna dat het goed is dat de dokter bleef nadenken en niet klakkeloos regels volgde. De individuele aspecten zijn heel belangrijk.

De meeste mensen zullen zeggen: hulde voor de dokter die blijft nadenken, want wat voor de gemiddelde mens werkt is belangrijk, maar een extra toets om te kijken of het klopt vinden we beter. De mensen zijn immers verschillend en de praktijk is ingewikkelder dan een proef met medicijnen, waarbij mensen met gemengde klachten niet snel tot de onderzoeksgroep doordringen.

Individu en gemiddelde mensen
We hebben het hier eigenlijk over het afwijkend van de gemiddelde richtlijn om individueel een betere maatregel te nemen, een opgave voor de samenleving. De protocollen die een slechte naam hebben zijn juist opgesteld om meer te werken met maatregelen die bewezen werken. Wie niet naar het protocol kijkt en alleen naar de persoon zal eerder fouten maken. Het individu is belangrijk, de gemiddelde mens moet je ook niet veronachtzamen: wij zijn namelijk in overgrote meerderheid gemiddelde mensen. Die nuance zal iedereen aanspreken, het is allemaal niet zo zwart wit als het lijkt. 

Tot nu toe is mijn betoog vrij kleurloos. De meeste mensen zullen het met mij eens zijn dat je naar beiden moet kijken: de gemiddelde ingreep en het specifieke individu. Het gaat er om te blijven beseffen wat je precies doet en de richtlijn niet te dwingend laten zijn, maar ook niet te negeren. Je kijkt bij je beoordeling naar de bedoelingen van de arts, niet naar de regels.

In de politiek wordt dit betoog plotseling erg gevoelig.

Individu en gemiddelde mensen
Het heet identiteitspolitiek en links en rechts lijken hier wat individuen door te slaan. Zo pleiten mensen uit een minderheid, bijvoorbeeld transgenders ervoor om geen protocol te gebruiken: ze worden nu aangesproken met man of vrouw, terwijl die identiteit inmiddels niet meer klopt. Een terecht punt, wat geen reden zou hoeven te zijn om de algemene regel om mensen aan te spreken met dame of heer overboord te gooien, wel om te kijken wanneer je het protocol volgt en wanneer niet. De rechterkant loopt te hoop tegen die genderpolitiek en pleit er voor om niet te moeilijk te doen en het protocol te handhaven en de uitzonderingen niet toe te staan. Rechts is momenteel het meest zichtbaar hierin (en doet alsof links alle protocollen overboord wil zetten).

Deze alles of niets strategie zien we ook bij de kunst van het beledigen. Nu is het (nieuw-) rechts die claimt een recht te hebben op beledigen. Met smaak wordt een term als “dobbernegers” geintroduceerd. Ook in de hoop dat iemand reageert en je verhaal meer aandacht krijgt. In reactie daarop zie je in links dan weer eisen opkomen om het recht om niet beledigd te worden vast te leggen. (daarover deze blog: een tussenweg)

Zwart /witte politieke discussies
Zouden het discussies zijn over geneeskunde, dan waren er nog wel gesprekken te voeren over wat het beste uit pakt. Bij de politiek is die middenweg verdwenen. Je staat voor een eenduidige richtlijn of juist geen richtlijn. Past mooi bij de digitale wereld van goed of fout, aan of uit, zwart of wit. Je bent tegenwoordig ook al voor of tegen euthanasie, het advies van de Commissie Voltooid leven was veel te genuanceerd om een rol te kunnen spelen in de politiek. 

Ik zag ook al dat kinderfeestjes tegenwoordig verstoord worden als er sprake is van cowboys of indianen, dat is immers het vieren van een genocide. Zit zeker wat in, maar wordt de cowboy daar echt als goed en de indiaan als te vermoorden volk gezien door de kinderen? Zelf was ik overigens liever indiaan, is dat dan links en kwam ik als kind in opstand tegen de genocide, of vond ik die indianentooi gewoon kleuriger? Heeft het feestje van vroeger niet juist mijn verbondenheid met indianen vergroot?

Misschien hebben mensen daarom een hekel aan politiek. 





woensdag 6 september 2017

Gemeenteraad en netwerkbesluiten

Hoeveel zicht heeft de gemeenteraad op de afspraken die woningcorporaties, welzijns- en zorginstellingen en de gemeente maken? Niet veel. De gemeenteraad krijgt alleen de prestatieafspraken te zien en kan niet meepraten. Dat is logisch, de gemeenteraad gaat nu eenmaal niet over alles. Woningcorporaties hebben hun eigen afwegingsruimte. Ze zullen iets meer doen in wijken waar ze veel huurders hebben, ze hebben beperkte ruimte om geld te besteden aan de leefbaarheid. Ze kunnen signalen die ze krijgen achter de voordeur wel of niet oppakken. En dat doen ze pas als ze weten dat gemeente en welzijnsinstellingen er iets mee doen. En instellingen hebben ook eigen beslisruimte. De gemeenteraad moet het netwerk loslaten, maar niet helemaal. 

Steeds vaker hoor je dat de gemeenteraad niet zaken zelf moet besluiten, maar meer moet overlaten aan de samenleving. Terecht, de details zijn beter bekend bij de diverse betrokkenen en laten we eerlijk zijn, de beslismacht van een gemeente is beperkt. Zoals de zorg voor kwetsbare bewoners. Daarin is de gemeente een geldschieter, maar niet de enige (denk aan verzekeraars) en afhankelijk van organisaties die in een vroeg stadium kunnen signaleren dat er iets mis is (de woningcorporatie waar ik mee begon). Omdat het lijkt op onderhandelen kun je niet met alle betrokkenen samen op deals uitkomen. Of neem een gevoelig thema als het plaatsen van statushouders in woningen.

Welke belangen dreigen onder te sneeuwen?
In die netwerken waar over kwetsbare bewoners wordt gesproken zijn wel belangen te vinden die ondersneeuwen. Welke belangen? Wie is sterk, wie juist niet? Daar zou de gemeenteraad wel iets over kunnen zeggen. In de prestatieafspraken kunnen juist die belangen waar de gemeenteraad denkt dat een extra steun nodig is, een extra waarborg krijgen. Dat kunnen mensen met schulden zijn, of dementerende ouderen, of mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en een woning nodig hebben..

Accepteer dat niet alles kan
Dan nog is de invloed van de gemeenteraad beperkt. Neem de statushouders, mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en in een gemeente van een woning moeten worden voorzien. De gemeente heeft een opgave om een aantal statushouders te plaatsen, in de villawijken zijn geen woningen en particuliere huisjesmelkers die een woning willen verhuren zijn ook moeilijk aanspreekbaar. De welzijnsorganisatie ziet mogelijk dat er wel veel vreemdelingen zonder band met de buurt en zonder Nederlands te spreken bij elkaar worden geplaatst, maar waarom zouden ze daar bezwaar tegen maken? De corporatie zal zien dat er wel veel vreemdelingen bij elkaar worden geplaatst, maar ze hebben een beperkt bezit en in bepaalde wijken is hun bezit geconcentreerd. De huurders kunnen boos worden, maar zitten niet bij de onderhandelingen. Huurders zijn bovendien verdeeld: er zijn mensen die graag nieuwe Nederlanders welkom heten en helpen en mensen die merken dat er minder gezamenlijkheid is in de buurt en om die reden bezwaar maken tegen meer concentratie. En er zit hier en daar een racist die de boel opschudt, maar niet iedereen die klaagt is zo'n racist. 

Bedenk hoe je als gemeenteraad wil dat de gemeente gaat opereren
Des te belangrijker is dat de gemeenteraad zich afvraagt hoe hij wil opereren in dat krachtenveld. Wat spreek je daar over af op hoofdlijnen? Want je wilt ook niet dat de gemeenteraad het zelf gaat doen. De gemeenteraad heeft nu eenmaal geen beslismacht over de andere deelnemers in het netwerk. Zie ook mijn blog over de Tilburgse Rekenkamer en de Wmo. 

Welke gemeenteraad spreekt daarover bij de prestatieafspraken? 


zondag 20 augustus 2017

Kan links niet gewoon zijn werk doen?

Het viel me op in een column van Rosanne Hertzberger. "Wie neemt het voor deze mensen op. Waarom moet ik dit schrijven? Kan links niet gewoon zijn werk doen?". De gedachte is dat je klant bent van de politiek. Rosanne Hertzberger kan lekker op haar luie reet zitten en links doet zijn werk. Gaat dat verkeerd, dan moet rechts zijn werk doen.
Er is links en rechts en er zijn klanten van de politiek.  
Nu was ik het wel eens met haar dat er nogal wat commotie is over de aanhef "Dames en heren", terwijl er ergere zaken in de wereld zijn. Maar de gedachte dat links, linkse types, linkse mensen alleen nog bezig zijn met correcte aanspreekvormen komt me toch wat vreemd voor. Een dag later las ik het in een stuk van de Volkskrant van Sterre Lindhout over protest tegen neonazis: "linkse types, maar ook buurtbewoners". De gedachte dat de buurtbewoners links (of rechts) zouden zijn is blijkbaar vreemd. Het zijn immers klanten van de politiek! Wat moeten die buurtbewoners daar, kan links niet gewoon zijn werk doen?

Kan rechts niet gewoon zijn werk doen?
Net zoals ik het vreemd zou vinden dat mensen zich onbeschoft behandeld voelen en merken dat mensen onbeleefd zijn gaan roepen: "Waarom moet ik hier boos over zijn? Kan rechts niet zijn werk doen?".  Dat is, nu rechts meer kiezers heeft, blijkbaar niet nodig. Maar het zou toch raar zijn.

De inrichting van de samenleving is niet het monopolie van de politiek
Het is misschien wel de definitieve depolitisering: links en rechts is bezig met de inrichting van de samenleving en dat doen ze niet goed. Het moet toch niet zo gek worden dat ik mij er nu ook al mee bezig ga houden???? Waarom doen ze niets om de ouderenzorg te verbeteren? Pak het verhaal van Hertzberger over de ouderenzorg. Asscher zou de enige zijn die zich nog inzet om de ouderenzorg te verbeteren. Dat is toch vreemd? Kijkt iedereen naar Politiek Den Haag. En is het in Den Haag het terrein van links?? Politieke partijen zijn ooit ontstaan doordat kiezers zich organiseerden. Het zijn geen organisaties van volksvertegenwoordigers ook al lijkt dat soms zo.

Of neem de discussie over de lonen en de winsten van bedrijven. Waarom doen "ze" niets om de lonen omhoog te brengen?

Kaas Knot van DNB roept al een tijdje dat de lonen te gematigd stijgen. Ondertussen zien we dat de mensen in de top van bedrijven en aandeelhouders uit-ste-kend verdienen. In zijn geval zegt hij: de vakbonden moeten meer doen.

Maar misschien is het tijd te bedenken dat niet links of rechts de inrichting van de samenleving bepaalt, maar wij. Als we willen tenminste. Over die lonen heb ik een mooi grafiekje: als mensen lid zijn van een vakbond is er beter evenwicht tussen veelverdieners en de werkvloer.

Het gaat mij even niet om links of rechts. Het gaat mij om dat rare idee dat je linkse en rechtse types hebt en buurtbewoners, dat linkse mensen voor mij moeten zorgen dat de salarissen omhoog gaan of dat rechtse types moeten zorgen dat men fatsoenlijk met elkaar om gaat (traditioneel conservatief: zijn ze wel getrouwd, houden ze tradities in ere) of wel voldoende vaderlandsliefde op school bijgebracht wordt en er wel voldoende tegenwicht is voor de bedreigingen van onze traditionele cultuur (wat hedendaags rechts lijkt te zijn).

"Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil" is een kreet uit 1903. De kreet klopt niet. Het raderwerk kan draaien zoals wij willen. Het kan stilstaan, draaien of vibreren, wat wij maar willen. Het kan zelfs totaal een ander raderwerk worden. Dan is het aan ons om ons te organiseren! Inderdaad kun je het niet alleen, maar als je je samen inzet kan er heel veel. Neem de duurzaamheid, ik weet niet of het links of rechts is, maar er veranderen zaken omdat wij het willen. Het gaat langzaam, maar het gebeurt wel. Dat is ondanks politiek Den Haag.

Wij zijn aan zet, als we willen
De inrichting van de samenleving is niet aan links of rechts, maar aan ons. Best lastig, maar geen reden om het aan de politiek over de laten.

vrijdag 18 augustus 2017

Regie over je eigen leven en ouderen-vriendelijke buurten

Het is inmiddels een standaard geworden rond ouderenbeleid: ouderen willen langer thuis blijven en ouderen willen zelf de regie hebben. Maar om zelf de regie te kunnen hebben moet je bij alle belangrijke besluiten die je moet nemen ook anderen kunnen vinden. Dat betekent nogal wat voor het zelfstandig wonen van ouderen.  

Zelf besluiten vraagt contact met anderen
Het is een drietrapsraket: Om de regie te houden over je eigen leven, moet je zelfstandig kunnen besluiten. Om goede besluiten te kunnen nemen heb je anderen nodig. Simpel gezegd moet je het probleem onderzoeken, informatie verzamelen, opties naar voren halen en dan pas besluiten. Om het probleem goed te kunnen onderzoeken moet je mensen hebben die er heel anders tegenaan kijken dan jij, om informatie te kunnen verzamelen heb je ook anderen nodig en om opties te vinden waar je helemaal niet aan dacht kun je niet zonder anderen. Als je anderen nodig hebt, moet je die op een eenvoudige manier kunnen vinden.

Naarmate je ouder wordt, wordt dat minder gemakkelijk. Het gaat dan niet om de hersens die niet meer willen, maar om het tegenkomen van mensen die kunnen tegendenken. Van de kwetsbare ouderen is bijna de helft eenzaam. Hoe kunnen zij goed de regie over hun eigen leven houden als de mensen die ze tegenkomen allemaal professionals zijn. Professionals waarvan ze niet weten of ze die kunnen vertrouwen. Professionals nog vaak waar de ouderen zich aan moeten aanpassen in plaats van de moeilijke (maar gewenste) situatie waarin de professionals zich mengen met de netwerken rond kwetsbare mensen en zich dus aanpassen aan de oudere zelf.

Niet de ouderenwoning, maar woonomgeving
Het is om die reden dat het belangrijk is om niet te kijken naar de woning waar de oudere woont, maar de blik te verbreden naar de woonomgeving. Een oudere die in een flat zonder drempels met lift woont maar met niemand in de omgeving contact heeft is slechter af dan een oudere in een portiekwoning met een trap en veel mensen in de omgeving die hij kan vertrouwen. Het maakt de oudere niet alleen eenzaam, maar het maakt het ook moeilijker om besluiten te nemen.

Ik denk dat we daarom niet meer moeten praten over oudervriendelijke woningen, maar over ouderen-vriendelijke buurten. Voor wie kampt met beperkingen kunnen de woning, de fysieke omgeving en de afstand tot voorzieningen de bewegingsvrijheid belemmeren. De buurt moet daar op inspelen en niet de woning. Trouwens, ook informele netwerken moeten kunnen floreren op de buurt. Naarmate mensen minder bewegingsmogelijkheden hebben worden ook informele netwerken minder toegankelijk, terwijl zij een belangrijke bron van hulp en contact vormen voor zelfstandig wonende ouderen.

Een dorp om mensen zelfstandig te kunnen zijn
Wil je de regie houden over je eigen leven, dan moet de buurt dat mogelijk maken. Ze zeggen vaak: it takes a village to raise a child, maar is er niet ook een dorp nodig om oudere mensen zelfstandig te laten leven?

vrijdag 4 augustus 2017

Tien voornemens voor aankomende raadsleden

Terwijl we wachten op; de uitkomsten van de formatie ligt er een gouden kans om de democratie te vernieuwen. Die kans ligt op lokaal niveau. Grijp die kans!

Op 21 maart 2018 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De politieke partijen zijn druk bezig om programma's te schrijven en kandidaten te werven. Dit is het moment om onze invloed als burgers te vergroten. Natuurlijk zijn we het als burgers niet allemaal eens. De een wil ruimte voor de auto, de ander voor de voetganger of de fiets. De een maakt zich zorgen over de economische kracht en wil ondernemers meer ruimte geven, de ander maakt zich zorgen over de tweedeling en zoekt mogelijkheden om meer te doen voor mensen met weinig kansen. Maar over een ding zijn links en rechts het eens: wij, burgers, zijn de belangrijkste factor in de democratie. 

Politieke partijen horen niet centraal te staan
Een van de belangrijkste veranderingen voor het openbaar bestuur is de toegenomen mondigheid en individualisering. Mensen hebben een eigen mening en willen die terughoren in het politieke debat. Vertrouwen in de politiek is niet meer vanzelfsprekend en is sinds de jaren 60 afgenomen. Daarmee samenhangend is de rol van politieke partijen steeds minder vanzelfsprekend. De  organisatiegraad is sterk afgenomen: in 1948 was 13% van de kiezers lid van een politieke partij tegen 2% nu. Dit maakt het voor politieke partijen steeds moeilijker om langs de weg van de traditionele achterban uitleg te geven over bereikte compromissen en verantwoording af te leggen over het werk in parlement en regering. 

Dergelijke veranderingen zijn niet erg. Een levende democratie is voortdurend aan verandering onderhevig. De spelregels en de rechten van burgers en bestuurders dienen regelmatig tegen het licht te worden gehouden. Aan het begin van de 21ste eeuw komt daarbij een thema terug dat centraal stond bij het ontstaan van de moderne democratie: Wat kunnen burgers het beste zelf regelen zonder bemoeienis van de overheid of de politiek. Zijn we niet toe aan een nieuw sociaal contract? Een contract dat vrije burgers met elkaar sluiten om vervolgens de daarbij passende bestuursvormen te ontwikkelen. Politieke partijen horen niet meer centraal te staan, burgers moeten centraal staan. Daarom is een andere werkwijze nodig. Daar wordt door gemeenten al heel hard aan gewerkt. Wat wij als burgers kunnen vragen is om voor de verkiezingen duidelijkheid te geven en die andere werkwijze serieus door te zetten. 

De basis voor de omgang met bewoners
Daarom hebben we nu als burgers de kans om de basis te leggen voor zo'n nieuw sociaal contract. We kunnen alle kandidaten voor de gemeenteraad vragen om aan te geven hoe ze met ons om willen gaan. Ik denk dat we alle kandidaten de volgende beloften kunnen vragen: 

Tien voornemens voor vernieuwing van de lokale democratie
  1. Ik wil experimenteren met de raadsvergaderingen om burgers meer ruimte te geven
  2. Ik wil burgers meer mogelijkheden geven het budget te beïnvloeden en mee te denken 
  3. Ik gebruik graag de kennis van burgers bij beleidsontwikkeling
  4. Ik geef burgers zelf de kans beleid te maken en uit te voeren.
  5. Ik geef ruimte om burgers te laten oordelen in moeilijke afwegingen
  6. Ik stel burgers in staat over belangrijke besluiten te stemmen 
  7. Ik ben bereid burgers resultaten te laten controleren
  8. Ik nodig uit tot meer interactie over verantwoording 
  9. Ik bevorder permanente toetsing van de kwaliteit van de participatie
  10. Ik ga werken als een gemeenteraadslid dat niet over de gemeenschap gaat, maar er in staat.
Iets uitgewerkter hier

Dit zijn heel algemene voornemens die niet gaan over links en rechts, maar over het centraal stellen van burgers. 

dinsdag 4 juli 2017

IJsland en de maakbare samenleving

IJslandse jongeren zijn niet meer de dronken en stonede lorren van de jaren 90. Het recept voor die preventie is vrij simpel, maar vrijwel nergens ter wereld toepasbaar. Tenzij wij dat willen. 

Eind jaren negentig dronk de helft van de IJslandse jeugd onder de 16 vaak en veel. Nu is dat van 50% gezakt naar 5%. Dat is opzienbarend in een tijd dat we gewend zijn geraakt dat de wereld niet meer maakbaar is, dat de jeugd nu eenmaal in contact komt met van alles in deze open wereld en dat we een machteloos slachtoffer zijn van kwaadwillende ondernemingen. En het mooie is dat de manier van werken beschreven is en onderzocht. (lees bijvoorbeeld Medicalpress). De maatregelen zijn zoals dat heet evidence based (gebaseerd op maatregelen die bewezen succes hebben)

Het geheim? Iedereen draagt zijn steentje bij."Enforced common sense", heet het ook wel. 

In IJsland is gekozen voor een mix van maatregelen. 
- De eerste zijn vrij simpel: wetten op het gebied van verkoop en reclames. Makkelijk, want de overheid gaat aan de slag, de ouders hoeven niets te doen. 
- De volgende is al wat moeilijker: fristundskortíd, een activiteitenkaart voor ieder kind in te wisselen bij elke sportclub, toneelvereniging of muziekschool. Biedt de kinderen iets te doen in plaats van met de vinger te wijzen naar wat niet mag. 
- Het laatste is het lastigste: jongeren tot 16 jaar mogen na tienen 's avonds niet meer onbegeleid buiten. Niet gehandhaafd, maar algemeen geaccepteerd en serieus genomen door ouders, leraren en de rest van de omgeving. Dat is "enforced common sense". 

Het onderliggende concept: Sociale controle waarbij iedereen het met elkaar eens is dat het een goede zaak is.

Het kan een inspiratie zijn die veel verder gaat dat voorkomen van drugsmisbruik. De overheid kan reclamecampagnes inkopen wat ze wil, wetten afkondigen die ver of niet ver gaan. Maar het gaat om de samenleving: wat wil de samenleving en zet die er dan gezamenlijk de schouders onder? Dat is in Nederland met 17 miljoen inwoners lastiger dan in IJsland, waar niet meer mensen wonen dan in Utrecht. Maar misschien is Utrecht wel een mooi startpunt. Terecht zegt de gemeente Utrecht maken we samen. 

Mijn les uit IJsland: hoe de samenleving er uit ziet maken we zelf uit. Uitbesteden aan de overheid is niet erg effectief. Een wet of een reclamecampagne doet pas wat als de samenleving het wil.


De samenleving is maakbaar, als we zelf willen.  

dinsdag 20 juni 2017

Leven we in een gevaarlijke wereld?

Er zijn nogal wat bedreigingen op facebook en andere sociale media. En het blijft niet bij bedreigingen. Onlangs werd een senator in de VS neergeschoten, aanhangers van IS plegen aanslagen op willekeurige mensen. De oorlog van allen tegen allen lonkt en er lopen mensen rond die denken dat die oorlog te winnen is.

  1. De drempel om te dreigen is laag, wat je vroeger vloekte, kan nu op facebook of twitter geuit worden. Soms uit woede, soms uit een onbegrijpelijke humor.
  2. In de meeste gevallen blijft het hierbij, maar gefrustreerden kunnen elkaar gemakkelijker dan vroeger vinden en elkaar gelijkgeven.
  3. IS maakt gebruik van dit soort gefrustreerden door er een mooi religieus sausje overheen te gieten en de mensen op te hemelen. Eindelijk worden ze begrepen.
  4. Er zijn zelfs mensen die verdienen aan een aanslag

Wat moet je daar nu mee?
Eerste idee dat opkomt is om mensen heel streng te straffen en wraak te nemen. Dat zou een afschrik-effect kunnen hebben. Bij de meeste misdrijven zien we dat de pakkans vergroten veel belangrijker is.
Tweede idee is de pakkans vergroten. Lastig, want iemand als Sylvana Simons ontving al snel een paar honderd bedreigingen zodra ze het woord Sinterklaas in haar mond nam. En wat doe je tegen mensen die in een busje inrijden op onschuldige omstanders? Derde is de vereniging van dit soort bedreigers aanpakken. Met als gevolg dat de "lone wolfs" een steeds grotere rol spelen. Individuen die los van de samenleving staan worden gebruikt om de oorlog van allen tegen allen te winnen. Het lijkt alsof we terug zijn in de Middeleeuwen. 

Wat zouden ze in de Middeleeuwen gedaan hebben?
  • 1. heel streng straffen
  • 2. sluit je af van deze groepen
  • 3. nudgen en verantwoordelijkheid geven
Nummer 1 bleek weinig effectief. De combinatie van 2, streng straffen en de pakkans vergroten was al een stuk effectiever. Maar streng straffen had als vervelende bijwerking dat mensen die de boel verziekten er steeds beter in werden. Wraak nemen lost meestal niets op. Zo werd van dieven de neus afgesneden (om af te schrikken), waardoor mensen zonder neus alleen nog maar dief konden worden en zich daarin dus gingen specialiseren.

Met nummer 3 erbij hebben we het uiteindelijk gered. De kerk had hier een grote rol in, (Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere (Romeinen 12 vs 19) maar de mede-menselijkheid was vooral belangrijk (want het Oude Testament ademt meer de sfeer van oog om oog). Verschil met toen is dat het niet mogelijk is om een muur om je stad te leggen en dat het geloof een minder grote rol speelt. Wat vroeger ook kon: alleen burgerschap geven aan mensen die zich netjes gedragen. Dat gebeurt informeel nog steeds, maar werkt niet zo goed.

De stemmen op twitter gaan nog altijd vaak richting 1 of 2. Het doet mij denken aan Noord Korea waar Otto Warmbier 15 jaar dwangarbeid opgelegd kreeg voor het stelen van een vlag. Het is niet alleen niet acceptabel, het werkt niet. En de economische gevolgen van de afsluiting zijn groot.

Uiteindelijk gaat het steeds om een duwtje in de goede richting en verantwoordelijkheid geven. Dat duurt langer, maar werkt wel op de lange termijn. Jammer dat letten op de lange termijn zo impopulair is geworden.  We zijn te ongeduldig voor een betere wereld. 

vrijdag 16 juni 2017

Resultaten behalen rond de Wmo

De gemeente Tilburg wil resultaten rond de Wet maatschappelijke ondersteuning halen zonder teveel bureaucratie. Als dan een rekenkamer onderzoek komt, denk je dat het advies wel zal zijn om meer bureaucratie te organiseren. En inderdaad is dat wat we terug lezen in de media. “Uit het onderzoek blijkt dat veel essentiële informatie over de resultaten die worden geboekt (door zowel de Toegang als de zorgaanbieders) ontbreekt, onvolledig is of te weinig gebruikt wordt.” 
Wie denkt dat Rekenkamers altijd alleen maar zeggen dat er meer geadministreerd moet worden vergist zich echter volledig.

Gemeenten: lees dit rapport
Het rapport verdient verspreiding door meer gemeenten. Natuurlijk zullen veel gemeenten zeggen dat ze niet alles kunnen en willen administreren. Er moet wel gewerkt worden! Het idee is dat je meer vertrouwen moet geven aan professionals om de resultaten te behalen die je wilt. Achteraf kun je steekproefsgewijs toetsen of de resultaten zijn behaald. Dat spreek ik ook niet tegen. 

Toch was er in Tilburg wat meer aan de hand, wat ik herken als gebruikelijk in de rest van Nederland. In de ergernis over bureaucratie en administratie is er in Tilburg gekozen voor meer aandacht voor de accountgesprekken tussen gemeente en professionals. Maar gaan die gesprekken goed en kunnen die wel goed zijn? 

Zorg voor een (gezamenlijke) balans tussen administreren en goede gesprekken
De rekenkamer maakt een mooi onderscheid tussen koude en warme control. Voordat iedereen kiest voor warme control, dat klinkt namelijk het mooist, geeft de Rekenkamer aan dat je toch beide minimaal moet regelen. De warme control moeten we dan zien als goede gesprekken, wederzijdse afstemming, overleg en gezamenlijke analyse. Vanuit deze warme control kun je kijken naar je hoofddoelstellingen en daarvoor kaders afspreken. Maar om goede gesprekken te kunnen voeren moet je het wel eens zijn over waar je heen wilt. Het schema van Marcel Boogers helpt om aan te geven wat de bedoeling is:


De minimale koude control moet er voor zorgen dat je het er over eens bent wat je wilt bereiken en kunt kijken of je dat resultaat hebt behaald. Daarvoor is meer nodig dan de regie van de gemeente, het gaat naar mijn idee om co-productie. Van de aanbevelingen van de Rekenkamer pak ik er drie:

  1. Er is geen duidelijke gedeelde ambitie van de samenwerkende partijen. De rekenkamer adviseert daarom als eerste om te bevorderen dat de partners opereren vanuit een gezamenlijk belang en een gedeelde ambitie.

Het gevaar van je richten op de goede gesprekken zonder koude control is dat je geneigd bent verbetering te zien zonder dat je het eens was over doel, behoefte. Je kunt dan ook niet goed leren en bijstellen. Met de zorgingrepen wordt altijd wel iets goeds bereikt, maar kan het beter? Dat kun je niet bekijken als je niet weet waar je heen wilde. Daarom deze aanbeveling om te komen tot een gedeelde ambitie. 

Ook interessant is dat de rekenkamer het primaat voor de afspraken niet bij de gemeenteraad legt, maar aangeeft dat het een co-productie is van zorgaanbieders en de gemeente. De zorgaanbieders worden op die manier betrokken in de koude control. Het idee is om concrete afspraken met zorgaanbieders te maken over te bereiken resultaten:

  1. Maak kwantificeerbare afspraken met zorgaanbieders over de (gemiddeld) te bereiken resultaten met toegewezen cliënten. Deze afspraken kunnen variëren per doelgroep/cliëntprofiel. Je roept de resultaten dus niet af, maar maakt die gezamenlijk.

Natuurlijk moet de gemeenteraad handvatten hebben om bij te kunnen sturen. Daarom zullen de zorgaanbieders periodiek moeten rapporteren en moet de samenleving kunnen zien wat er gebeurt om de doelen van de Wmo te behalen. Door de concrete resultaten met de professionals te benoemen, wordt het volgen van de resultaten ook interessanter voor de professionals zelf en niet iets wat je alleen voor de gemeenteraad doet.

Op het moment gaat de gemeente er van uit dat “dat de monitoring op de inhoud en de resultaten van de zorg (voor de totale portefeuille) grotendeels verloopt via de periodieke accountgesprekken tussen de gemeente en de zorgaanbieders”. Dat is herkenbaar. Maar wat ook herkenbaar is, is dat die gesprekken al snel het karakter krijgen van praktische regelzaken in plaats van over de resultaten van de geleverde zorg

Als je op deze manier de koude control beter laat aansluiten op de praktijk en meer ruimte voor goede gesprekken over resultaten en evaluatie maakt kom je ook tot een derde advies:

  1. Zorg voor kwalitatief betere plannen van aanpak: Uit het plan van aanpak moet duidelijker blijken wat de er volgens betrokken partijen moet gebeuren en met welk gewenst resultaat. Als de beoogde resultaten meer eenduidig worden vastgelegd, kan achteraf beter door de Toegang getoetst worden in hoeverre de resultaten zijn behaald


Het analysemodel dat de rekenkamer aanreikt is voor meerdere gemeenten in Nederland van groot belang. Laat je inspireren door Tilburg.   Organiseer in je gemeente gewoon eens een netwerkgesprek met betrokkenen, niet over de procedures, maar over de te bereiken resultaten en hoe je die kunt verbeteren.

Hier te vinden: Zorgen om resultaten

zaterdag 27 mei 2017

De misbruikte wens bij een gemeenschap te horen

In de NRC staat naar aanleiding van de bom in Manchester dat Islamistische extremisten en criminelen op een manier op elkaar lijken. Hun sociale netwerken, gemeenschappen en milieus lijken op elkaar. Wat beide groepen gemeenschappelijk hebben is dat ze zich afsluiten van de buitenwereld en tegelijk de groepsgenoten insluiten. Dan kun je een mooi verhaal maken over mensen die uitgekotst worden en dat extremisme komt van die uitsluiting, maar ik denk dat het iets anders is. Het is het misbruiken van de wens om bij een gemeenschap te horen.  

Het zit hem in de onderbuik. "De buitenwereld accepteert je niet" is namelijk een fantastisch onderbuik-aansprekend verhaal. Het doet me denken aan de communist die afvallig raakte en schreef dat achteraf de tijd als communist de gelukkigste tijd van zijn leven was. Duidelijkheid, geen twijfel, een hechte band met je kameraden, helaas kwam dat niet meer terug.

Natuurlijk worden die criminelen gewoon gebruikt als instrumenten door de extremisten. De terreuraanvallen worden gepland, de reacties van woede zijn de bedoeling. De terreur helpt het strakke wij-zij denken en zorgt dat extremisten zich meer met elkaar verbinden.

De terreur krijgt een kans, niet door arme omstandigheden, maar door een war on terror. Slachtoffers die in de war on terror vallen zijn een veel belangrijker voedingsbodem. Opnieuw geldt dat die slachtoffers bijdragen aan een enorme verbondenheid onderling.

Insluiting gaat gepaard met uitsluiting. En dat is precies wat de bedoeling is van de extremisten. Niets is mooier voor hen dan Westerlingen die alle moslims nu boos ter verantwoording roepen.

Voordat dit gezien wordt als een oproep tot knuffelen, moet ik melden dat ik vooral zoek naar een effectieve strategie tegen de terreur waar onze samenleving zo kwetsbaar voor is geworden. In zijn algemeen is onze samenleving kwetsbaarder voor extremisme. Mensen kunnen zich makkelijker terugtrekken in hun eigen groep. Elkaar bevestigend gelukkig zijn. Er is een enorme wens om bij een gemeenschap te horen. Mijn eigen neiging me er juist buiten te plaatsen is de luxe van de kansrijke behorend tot de etnische meerderheid. Daar maken deze terroristen rationeel gebruik van. Daar zetten ze hun pionnen voor in, Dat betekent dat we juist gematigde moslims moeten insluiten.

En de extremisten? Oppakken, isoleren, indammen, geld afpakken, lijkt mij de strategie. Daarvoor zijn inlichtingen veel belangrijker dan 2% voor defensie of meer politie op straat. Isoleren door het aanpakken van extremistische websites en het stimuleren van de ontwikkeling van tegengeluiden past daarbij. Net als moslims die aangeven dat hun geloof strijdig is met de werkwijze van de Jihadisten. Dat zijn er veel, maar de sfeer is nu dat iedereen die zich zo wil uitspreken eerst excuses moet maken.

Bij deze mijn excuses voor de situatie in Noord-Ierland, de Troubles, en de shootings van die Noorse idioot. Om de een of andere reden ben ik nooit gevraagd daar afstand van te nemen.

maandag 22 mei 2017

Begrijpelijke taal om vertrouwen te krijgen

Gemeenten en andere overheden weten het niet, maar ze hebben een belangrijke bijeenkomst gemist. Ze waren overigens niet uitgenodigd, maar wat was het goed geweest! Een bijeenkomst over vertrouwen, elkaar begrijpen, begrijpelijk en persoonlijk antwoord geven en wel communiceren als het moet en niet communiceren als het niet moet.

Ik was donderdag op een bijeenkomst van de Keurmerkverzekeraars naar aanleiding van een onderzoek naar de overlijdensrisicoverzekering. Nu staat het woord overlijdensrisicoverzekering voor “je mag gerust in slaap vallen” en een mooi scrabblewoord. Maar dat was niet waarom overheden er veel te leren hadden. De bijeenkomst ging over heldere taal, goed communiceren en begrijpelijke brochures en formulieren.

Passie om goed en begrijpelijk te informeren
Mensen afkomstig van 24 verschillende verzekeraars bespraken met elkaar hoe ze er voor zorgen dat de klanten goed en begrijpelijk geïnformeerd worden. Dat gaat dan over telefoon, mail, whatsapp, website en brieven. Concurrentie speelde nauwelijks, want er waren velen die eerlijk verzuchtten dat ze het nog niet genoeg in de vingers hadden en dat het nog steeds voorkwam dat medewerkers een brief bij elkaar knippen en plakken zodat het resultaat een vreemde brief was met alinea's in verschillende stijl. Ik zag een enorme passie om klanten goed te informeren en tegelijk begrip voor hoe moeilijk dat in de organisatie is te regelen.

Wat waren bevindingen die voor de overheid interessant waren?
  1. Centraal aangestuurde verzekeraars slagen er beter in om gezamenlijk en met alle onderdelen de begrijpelijkheid te verbeteren
  2. Centrale aansturing gaat niet zonder persoonlijke aandacht, persoonlijke trainingen en uitwisseling op de werkvloer. De basis kan niet zonder centraal en centraal kan niet zonder de basis
  3. Naast training is er coaching nodig om snel te helpen en de weg naar verbetering in te zetten
  4. Er is blijvende aandacht voor heldere communicatie nodig, anders zakt het weg.

Werkvormen
Wat was een leuke werkvorm? Delta Lloyd / NN vertelde hoe ze daar in een week enorme aandacht en directe verbetering hadden georganiseerd door middel van “Het Glazen Huis”. Een week werden diverse standaardbrieven doorgenomen en verbeterd. Vanuit alle onderdelen zaten mensen in het Glazen Huis om als taaldokter brieven te herschrijven. Er waren klanten uitgenodigd om direct feedback te geven. Er was een taalaward voor de beste suggestie. Tijdens de Week van de Taal is er ook geld ingezameld voor de Stichting Lezen en Schrijven: directies deden een donatie per herschreven tekst. Echt een aanrader!

Verder hoorde ik suggesties om degene die in een team het meest gevoel heeft voor heldere taal de anderen te laten coachen, prijzen in te stellen voor de beste brief en alles maximaal in 240 woorden te doen. Kopjes in brieven als stijlvorm is goed, maar om het iedereen te laten doen is daar ook aandacht voor nodig. Dat alles getest wordt bij klanten spreekt voor zich.

Medewerkers moeten hulpinstrumenten krijgen, maar de organisatie moet ze ook durven los te laten en zelfstandig hun werk laten doen. Organisaties die hoog scoren op klanttevredenheid doen dit namelijk ook en met resultaat.

Een laatste tip: het helpt als de organisatie weet dat eens in de zoveel tijd getoetst wordt of de brieven, telefoongesprekken en mails nog steeds goed leesbaar zijn. Mijn handen jeuken om dat ook te doen bij Belastingdienst, UWV en CAK, maar ook bij de redelijk werkende gemeenten. 

Vertrouwen
Vergeet niet: als mensen je niet begrijpen, gaan ze je niet vertrouwen.  

Gebruik onze kennis!


Opnieuw constateerde de rekenkamer vorige week bij verantwoordingsdag dat er te weinig bekend is over resultaten van beleid. Hoewel de Rekenkamer vervolgens naar de Tweede Kamer wijst om het allemaal in de gaten te houden, begrippen te standaardiseren en meer te meten, moet niet ondersneeuwen waar het om gaat: Wij, burgers, willen weten of ons geld goed besteed wordt. Daar kunnen we heel goed zelf aan bijdragen

Is meer meten en controleren de oplossing? 
De rijksoverheid werkt samen met scholen, corporaties, gemeenten, provincies, ondernemers en bewoners. De overheid kan niet in zijn eentje resultaten behalen. Als eigen handelen van de rijksoverheid alleen niet meer voldoende is om resultaten te bereiken, is het dan nog verstandig de zwarte piet steeds bij de Kamer te leggen? Binnen de samenleving beschikken veel burgers over specifieke, bruikbare kennis die kan helpen bij het controleren en evalueren van beleid. Die wordt niet gebruikt. En dan heb ik het niet over omwonenden die de vliegwaardigheid van een Boeing gaan controleren, maar juist over wat er bijvoorbeeld gebeurt met de overlast als er maatregelen tegen vlieglawaai genomen zijn. Of gewoon praktisch wat er op de school en in de wijk of op het werk bereikt wordt nadat de overheid maatregelen heeft genomen. Precies daar waar de Rekenkamer zegt dat het moeilijk te controleren is, kunnen wij, burgers, veel meer doen. Dat is niet per se controle, meer sturen op feedback.

Het gebeurt al
In Oude IJsselstreek wist de gemeente een groep burgers met bijzondere kennis op het gebied van management, verandering, en organisatiekunde aan zich te binden door hen de gemeente te laten visiteren voor een fles wijn en een gebakje bij de vergaderingen. Ik mocht die visitatie begeleiden. Ik was onder de indruk van de kwaliteit die in de groep die de gemeente visiteerde te vinden was: allemaal mensen met bijzondere kennis die bereid waren zich belangeloos in te zetten voor de publieke zaak. In Langedijk verenigde een groep burgers zich in de Burgerrekenkamer Langedijk. Zij bestoken de gemeente met kritische beschouwingen over de financiële positie van de gemeente. Zo zijn er in allerlei soorten en maten mensen die meekijken en kennis kunnen en willen delen.

Scheid advies van bevindingen
Natuurlijk moet je bij zulke burgeraudits de beleidsadviezen scheiden van de constatering over de gevolgen van beleid die burgers constateren. Uiteindelijk blijft de politiek verantwoordelijk voor te nemen financiële beslissingen en besluit de politiek of er wethouders of ministers ontslagen moeten worden. Maar die constateringen over wat werkt en wat niet, wat de gevolgen zijn, moeten vaker gebruikt worden.

Zet ons in!
Ik pleit ervoor om ons, gewone burgers, vaker in te zetten. Natuurlijk is een accountant heel goed in staat om rekeningen te doorgronden net zoals bewoners geen reparatie aan een vliegtuig moeten controleren. Bewoners zijn beter in staat te schetsen wat de gevolgen van beleid op straat zijn. Of er dan gekozen moet worden om meer politie in te zetten of meer opbouwwerkers is niet echt de kwaliteit waar de burgeraudit op uitgezocht wordt. Advies is mooi, maar dat besluit blijft aan de politiek.

Die vraag mag dan weer terug komen in de Tweede Kamer.



maandag 8 mei 2017

Eerste gedachten over herontwerp van de lokale democratie

Op het moment probeer ik een essay te schrijven over het herontwerpen van de lokale democratie. “Overal ontpoppen burgerinitiatieven, maar tegelijk werken allerlei beleidsregels en vastgeroeste structuren belemmerend voor burgerlijke initiatiefkracht. Hoe sluiten we onze democratie aan op deze veranderende context?” (jullie kunnen nog meedoen via Democratic challenge.nl ). Wie denkt daar in mee?

Hoe mijn familie zich door zelforganisatie ontwikkelde
Zoekend naar een goede invalshoek ging ik terug naar mijn eigen geschiedenis. Het geslacht Albeda was een geslacht van boerenknechten. Ze betaalden rond 1848 niet genoeg belasting om stemrecht te hebben. En veel mensen zullen gedacht hebben dat het misschien wel zo verstandig was om hen geen kiesrecht te geven. Dat was toen de democratie: mensen uitsluiten omdat die toch maar verkeerde dingen willen.

Zo was mijn overgrootvader Willem Albeda landarbeider die in conflict kwam met de boer waar hij werkte. Het ging om mijn opa en zijn broer die in de schuur speelden om aan de kou thuis te ontsnappen. De boer gooide hen de schuur uit, waarop Willem zei: “Ik werk voor jou, mijn vrouw werkt voor de boerin, mogen mijn kinderen dan niet in de schuur spelen?” en hij nam boos ontslag. Dat was nogal wat, want werkloosheid midden in de winter betekende geen geld en de kerk wilde zo'n revolutionair niet steunen. Troelstra's Sociaal democratische arbeiderspartij heeft hem toen een half jaar gesteund.

De zoon van Willem Albeda, mijn opa, was op weg om ook boerenknecht te worden. Een boer zag echter meer in hem en moedigde hem aan om te kiezen voor avondstudie en op te klimmen. Dat was een succes. Hij schopte het niet alleen tot ambtenaar bij de dienst Invoerrechten en Accijnzen, maar ook tot voorzitter van de Bond van Belastingambtenaren en lid van de Verbondsraad van het CNV.

In de samenleving van toen en in die van nu helpen drie verschillende krachten om een goed evenwicht te behouden: dreigingsmacht, uitwisselingsmacht en integrerende macht. De dreigingsmacht is de macht die zaken afdwingt en al dan niet geoorloofd geweld gebruikt. Afdwingen dat mensen belasting betalen of dat mensen niet harder rijden dan 100 (pardon, 130). De uitwisselingsmacht gunt een groep of een individu wat om iets anders terug te krijgen. Door uitwisseling van voorkeuren, wensen en kennis wordt macht uitgeoefend. Denk aan de markt die V&D failliet doet gaan. Integratiemacht zorgt ervoor dat mensen bij de samenleving horen, welkom zijn en erbij willen horen.  (Hier)  De integratiemacht is die macht die uiteindelijk mijn familie stemrecht gaf. Mijn opa in 1917 en mijn oma in 1919. Iedereen hoorde er bij. De samenleving is van ons allemaal en we bepalen dus met zijn allen waar we heen gaan. Mijn opa deed daar aan mee via de kerk en het CNV. 

En ja, de NCRV-gids was bij ons thuis vaste prik en mijn ouders lazen Trouw. Hoewel mijn vader er niet studeerde stond er thuis een busje met geld voor de Vrije Universiteit. Dat was de wereld van de kleyne luyden van Abraham Kuyper. Zelforganisatie zag je ook bij de omroepen en kranten. 

Democratie is meer dan stemmen
Vernieuwing start niet met de formele democratie. In de zelforganisaties zoals het CNV maakten mensen kennis met elkaar. Men ging in debat met elkaar en ontwikkelde gedachten over solidariteit en “welbegrepen eigenbelang”. Er moet dus ruimte zijn voor die zelforganisatie. 

Mijn vader kon studeren dankzij een studiebeurs, niet dankzij de overheid. Hij ging uiteindelijk aan de slag bij het CNV  en vond dat mensen meer konden bijdragen dan eens in de vier jaar stemmen. Mensen organiseren zichzelf en kunnen de verantwoordelijkheid ook goed aan. Inmiddels nog beter dan toen mijn vader zich in 1953 in een artikel zorgen maakte dat "de kleine man" verantwoordelijkheid werd ontnomen en hem niet meer zou resten dan eens in de vier jaar stemmen. Als minister vernieuwde hij de Wet op de ondernemingsraden en zocht hij naar manieren op de economie met werkgevers en werknemers uit het slop te halen met een akkoord, zoals uiteindelijk lukte met het Akkoord van Wassenaar. Een akkoord sluiten uit welbegrepen eigen belang van werkgevers, werknemers en overheid. Het akkoord omvatte integratiemacht, dreigingsmacht en uitwisselingsmacht.

Maar de essaywedstrijd gaat niet over deze (vertegenwoordigende) zelforganisatie. Is er nog wel een goed onderscheid tussen persoonlijk belang en welbegrepen eigenbelang? Is de zelforganisatie wel in staat om te integreren? 

Welbegrepen eigenbelang
Welbegrepen eigenbelang gaat niet om je korte termijn eigen belang, maar je belang en dat van anderen in dezelfde situatie. Het gaat om je inleven in anderen en wat het betekent als de samenleving iedereen op de gelijke manier aan dat belang tegemoet komt. Het gaat een rationele en morele aanspraak op rechtvaardigheid en gelijkheid. Democratie is een cultuur van omgaan met elkaar, niet een formele gemeenteraad.. Een systeem met verschillende prikkels dat uiteindelijk een kant op gaat die voorspoed en vrede brengt.

Zelforganisatie is nog steeds van groot belang, niet in het minst om met mensen onderling te praten over democratie, het helpen van elkaar, wat je zelf kunt doen aan de democratie en wanneer je terecht opkomt voor je belangen. De essentie van herontwerp van de lokale democratie is niet het inbrengen van meer stemmingen, andere vertegenwoordiging, betere inspraak of afschaffen van politieke partijen. De essentie is het terugbrengen van eigenaarschap naar ons als samenlevende bewoners en ervoor zorgen dat er een systeem blijft met tegenstrevende machten.

Toen de politieke partijen nog volop vertrouwen genoten, werd de naar voren geschoven bestuurder gezien als “onze man”. Als hij een compromis sloot (en dat in de partijbladen en -kranten uitlegde), konden we er op vertrouwen dat het compromis voldeed aan "onze" wensen. Inmiddels zien we niemand meer als “onze man”, want we zijn beter opgeleid en weten vaak meer van de kwesties waar de gemeenteraad over praat dan onze vertegenwoordigers. We kunnen het zelf organiseren. Maar als we ons richten op zelforganisatie moet dat wel ergens toe leiden. Als de stad weer van ons moet worden, moeten we ook verantwoordelijkheid nemen.

Veranderde zelforganisatie
De zelforganisatie is ondertussen veranderd en vindt steeds meer virtueel plaats. Op Facebook en Twitter vinden we gelijkgestemden, andere meningen en gedachten kunnen we negeren. Politieke partijen zijn dood. De vakbond is nog steeds betekenisvol, maar is vooral sterk als ze zich ergens tegen verzet. Zelf ben ik geen lid van een kerk, een politieke partij of een vakbond. Woningcorporaties zijn niet meer van de huurders. Verzekeraars zijn geen herkenbare onderlinge waarborgmaatschappijen van de verzekerden.

Er is zijn nieuwe vormen van zelforganisatie opgekomen. Bewoners richten energiecorporaties op en richten hun eigen energievoorziening in met windmolens en zonnepanelen. Er zijn meer corporaties dan ooit. Misschien ben ik zelf een mooi voorbeeld, want ik woon in een wijkje waar we zelf een buurthuis hebben, zelf het groen beheren en zelf glasvezel aanlegden, allemaal zonder de overheid. En inderdaad zitten beleid en structuur de zelforganisatie nogal eens in de weg.

Uitsluiting en eigenrichting
Maar er zijn ook andere vormen van zelforganisatie. De facebookpagina Nederland Ons Vaderland schopte het met weinig middelen tot ruim 250.000 likes en was uitsluitend gericht op het uitsluiten van anderen. Typisch een groep gelijkgestemden die zich met nieuwe middelen organiseert. Er zijn veel besloten groepen op Facebook die organiseren dat er nepnieuws verspreid wordt. Een facebook-vriend van mij grijpt elke dag berichten over Marokkanen of Turken aan om de geesten te beinvloeden en te doen alsof we van Marokkaanse en Turkse Nederlanders niet anders mogen verwachten dan dat ze opgroeien tot kleine of grote criminelen. Hij gelooft er in en zet zich op zijn manier zelf in voor de samenleving. Feiten en suggesties worden verknipt en het spotlicht komt zo op de minderheid die de fout in gaat waardoor de meerderheid zich uitgekotst voelt (en ook wordt). 

Het gaat nog verder. Meer mensen denken met eigenrichting de samenleving een bepaalde kant op te mogen duwen. Al Qaida en de Islamitische Staat zijn organisaties van mensen die andersdenkenden uitsluiten en eigenrichting stimuleren. Individuen worden klaargestoomd om wapens te zijn om de Westerse Verlichte samenleving te verstoren en angst te zaaien. 

Een dierenactivist denkt de wereld te kunnen verbeteren door Pim Fortuyn te vermoorden. Een Islamextremist meent het recht te hebben iemand die de Islam beledigt te mogen vermoorden. De lijsttrekker van de op een na grootste partij kan al twaalf jaar niet zonder beveiliging over straat. Je kunt zijn ideologie verafschuwen, maar mensen kennen zich het recht toe met wapens zelf te besluiten. Dat is toch het einde van de beschaving, nog meer dan de afbraak van de verzorgingsstaat? 

De overeenkomst van de kwade vormen van zelforganisatie? Ze gaan niet meer in gesprek met anderen. Ze zenden alleen om mensen te beïnvloeden. Er is weinig eerbied voor feiten, want die zitten de veel belangrijkere meningen alleen maar in de weg. Een kleine groep gebruikt geweld om anderen de mond te snoeren en heeft grote invloed. 

Wie kijkt naar herontwerp van de lokale democratie moet niet alleen kijken naar de goede initiatieven van mensen die zichzelf organiseren, maar ook naar de kwade. Die goede en kwade groepen zijn er altijd geweest. Het was het systeem van representatieve democratie in combinatie met inclusieve instituties en zelforganisatie dat bijstelde en corrigeerde. Maar kun je met recht zeggen dat dat nog steeds goed gaat? Kijk om je heen en je ziet dat de integratiekracht is ondermijnd en dat dwang en de uitwisselingsmarkt wel volop aanwezig is. De democratie is uit balans. 

Hoe ontwerp je een nieuw democratisch systeem met tegenstrevende krachten, dat machtsmisbruik afstraft en uitsluiting tegengaat? 

Het antwoord ligt niet bij referenda, of buurtstemmingen. Ik ga er aan verder. Kijken hoe we eerbied voor feiten kunnen heroveren. Kijken hoe we weer leren te luisteren. Hoe we niet onszelf organiseren voor ons pure eigen belang, maar hoe we anderen vanzelfsprekend meenemen? Het antwoord ligt bij verantwoordelijkheid. Je mede-eigenaar voelen en verantwoordelijkheid willen nemen en opnieuw uitvinden van welbegrepen eigenbelang.